KutBinnenlanders.nl

Dag: 23 juni 2011

Hoe ik Wereldwonder hielp

De maan kiert tussen de wolken. Maar verder is het donker. De nacht is op z’n holst en ik zit in de bosjes. In Groningen, godbetert. Het is te verdragen want het is voor een goed doel. Een varkentje te wassen heb ik deze nacht.  Mijn ogen zijn gefixeerd op een huis.  In Groningen of all places dus. (Ik kan haast niet geloven dat ik Groningen ben aanbeland). De verf op de deur is afgebladderd. De vettige ruiten zijn afgeplakt met posters van feesten. Er staan roestige fietsen voor de deur; een studentenhok.

In de bosjes zit je niet voor je lol. Dit is één van zeldzame keren dat ik een ander ga proberen te helpen. Wijnand Bruggink heet de gelukkige. Hij schrijft. Een wereldwonder. Hoogbegaafd en toch woonachtige in Groningen. Die Wijnand. Hij schrijft verhaaltjes waarin vrouwen verkracht worden. Kinderen ook, geloof ik. Maar niet heus. Ik schrik een beetje van zijn teksten. Het is helemaal niets. Niet geloofwaardig en ook niet opwindend.

Zijn verkrachtingscènes doorlezend, besef ik: deze jongen heeft een probleem. Een groot probleem op seksueel gebied. Hoe meer ik van hem las, hoe groter mijn medelijden groeide. Arme, arme jongen. Ik lees het af aan zijn stijl, zijn woordkeus. Zijn seksscènes komen uit slechte films. Zijn grappen van Kluun. Het is helemaal niet goed. Het is verkeerd. Hoe er in zijn verhalen geneukt wordt, dat is om te huilen. Wijnand had eerder een reeks, genaamd ‘Maagd’ die zich uitstrekte over 3201 hoofdstukken. Maagd, in 3201 hoofdstukken. Dat zegt genoeg.

Wijnand Bruggink is nog nooit echt goed geneukt.

Je merkt het aan alles. Niet alleen kan hij niet schrijven over seks, meneer is extreem prikkelbaar, heeft geen incasseringsvermogen en een verkeerd zelfbeeld. Alles duidt op een overvolle zak. Dat tast je hersenen aan. Mijn empathisch vermogen is begrensd, zeer begrensd. Maar met dit geval kan ik niet anders dan intens medelijden hebben. Ik heb zijn foto erbij gepakt. Met kunstgrepen is het te doen. Ik kocht een retourtje Groningen.

De deur gaat open. Wijnand stapt naar buiten voor zijn nachtelijke portie kipknotsen. Het is een gewoontedier hoor. Snel trek ik de bivakmuts over mijn hoofd, pak mijn spullen en schiet uit de bosjes. Een eitje. Het wereldwonder verstijft van angst. Duidelijk iemand die te veel films ziet. Ik grijp hem bij de riem van zijn broek, ontgesp hem en trek in één vloeiende beweging de broek omlaag. Mooie batman boxer W., maar ook die moet uit. Even deins ik terug. Allemaal puistjes. Ik verman me en pak de voorbinddildo. Je denkt toch niet dat ik mijn eigen pik tussen mannenbillen stop? Zoals ik zei: mijn empathisch vermogen is begrensd. Vanochtend heb ik de hele ochtend geoefend om het apparaat snel en goed vast om mijn middel vast te maken. Het is een kanjer van veertig centimeter. Je doet het goed of je doet niet, zeg ik altijd maar.

Wijnand staat er nog altijd als verlamd bij. Over zijn lippen komt een zacht, nauwelijks hoorbaar gekreun. ‘Wat zeg je, Wijnand?’ vraag ik. Niets. Hij valt stil. Snel vet ik de staaf in. Het ding schiet verrassend gemakkelijk tussen zijn billen. Hij zal toch niet eerder? Nee, dat kan niet. Hij heeft geluk met zijn sluitspier. Het wereldwonder heeft een starre blik in zijn ogen. Kijk je wel eens natuurfilms? Een beetje zoals zo’n vogeltje kijkt vlak voordat het wordt opgeslokt wordt door een slang. Kijk, ik doe dit ook niet voor mijn lol. Maar ik heb nu eenmaal aandacht voor mensen. Als ik merk dat een medemens problemen heeft, probeer ik die te verhelpen. Of niet, natuurlijk.

Ondertussen blijf ik de staaf er maar insteken en er uit halen. Het sopt een beetje. Niet onplezierig, maar liever zat ik thuis een film te kijken. Dit voelt als werk. Ik tuur op mijn telefoon. De laatste trein is nog te halen. Anders moet ik vragen of ik bij Wijnand kan slapen. Als wederdienst zal dat vast wel mogen. Maar liever dan in een studentenhok, slaap ik thuis. Aan W’s pukkelige, bruine billetjes te zien is hij niet zo van de persoonlijke hygiëne.  Ik blijf doorpompen. Iemand moet het doen. Het begint me te vervelen en het uitzicht is nu ook niet bepaald tof. Die Wijnand. Voor een eerste keer doet hij het voorbeeldig. Veel meisjes kunnen hier wat van leren.  Geen kik geeft hij, hoewel wat aanmoedigingen voor mijn gezwoeg er wel vanaf zouden kunnen.

Het soppend geluid groeit. Ik voel zijn lichaam verstrakken, zijn spieren spannen zich.

OOOOOOOOOOEEEEEEEEEEEEEEEEEEEEEEEEEWAAAAAAAAAAAAAAAAAAAAAAWWWWWWWWWWWWWWOOOOOOOOOOOOEEEEEEEEEEEEEEEEEEEEHHHHHHHHHHHAAAAAAAAAAAAAAAAAAAAAAAAAAAAAAAAAAAAAAAAAAGGGGGGGGGGGGGGGGGGGGGGGGGGGGGGGGGGGGHHHHHHHHHH

Beter kan ik het niet omschrijven in onze taal. Een kreet uit lang vervlogen tijden. Een enorm grote plas, zo groot als een tractorwiel ligt aan zijn voeten. Groengelig, ik heb nog nooit zoiets gezien. Vies. Zijn blik staat waterig, verbaasd.  Ik fluister hem in zijn oor: ‘Ja Wijnand, dat is wel even andere koek dan in die verhaaltjes van jou hè?’. Fluitend loop ik door de nacht. Dat zal die jongen goed doen.

 

Dat is het leven (17)

Samen met de Koksmaat deelde ik een hut.

En er waren 2 mooie ronde koperen ramen ,waardoor je naar buiten kon kijken.

De chef zei me je mag kiezen welke kooi je neemt boven of onder.Ik zei geef mij de bovenste maar dan kan ik door het raam naar buiten kijken.
Toen zei de chef we hebben aan boord geen ramen dat noemen we een patrijspoort.
En ik wil dat je die koperen patrijspoort elke week keurig met koperpoets laat glimmen.Ook zei in de onderste kooi komt dan de koksmaat te slapen.Ik vertelde hem dat ik die al had gezien in de keuken.Neen zei de chef dat noemen we aan boord de kombuis.En koffietijd of thee tijd noemen we pickheet tijd.Ik had al snel in de gaten dat zeemannen er een eigen benaming voor sommige dingen gebruikten.De hofmeester vertrok en zei ik verwacht je over een half uurtje in de eetsalon dan zal ik je uitleggen wat je werkzaamheden hier aan boord bevatten.Ik zei is goed en begon mijn spullen in een kast op te bergen.

Ik sliep in de bovenste kooi en onder sliep de koksmaat Andre.
Daarna sloot ik de hut af en ging opzoek naar de eetsalon.Ik liep door allerlei gangetjes zag waslokalen en echte douches .
Toen kwam ik voor bij de kombuis en stelde me netjes aan de chef kok en de bakker en de koksmaat voor.De chef kok was een grote man met een enorme buik
Ik dacht dat zal wel van het eten proeven zijn,maar later bleek dat de koks op schepen erg veel bier dronken omdat ze altijd achter dat warme fornuis stonden te werken.

 

© 2022 KutBinnenlanders.nl

Theme by Anders NorenUp ↑