KutBinnenlanders.nl

Maand: mei 2010 (Page 2 of 4)

Geen tietgrijpende jatten

Parkeerplekken voor vrouwen. Alweer een hartstikke lief idee van de gemeente Tilburg. Met het nieuwe college is het aantal knuffelplannen enorm toegenomen. Nu krijgen vrouwen een eigen plekje om hun kittige damesautootjes te parkeren. Zo wil de gemeente hun veiligheidsgevoel bevorderen. En waarom niet. Gehandicapten hebben ook hun eigen parkeerplaatsen. 

Het is ontzettend goed dat de gemeente inziet dat het ‘zwakke geslacht’ dringend behoefte heeft aan een veilige parkeerhaven. Een overdekte vluchtstrook vrij van tietgrijpende jatten et cetera. Ik hoop wel dat de randvoorwaarden goed zijn ingevuld. Hoe ruim zijn die plekken? Van vrouwen is bekend dat ze graag de volle breedte benutten. De plaatsen komen binnen het zicht van de camera’s en vlakbij de hokjes voor beveiligers. Goed, maar natuurlijk niet goed genoeg.

Ik stel voor de parkeerplekken te ommuren met een groot hek onder hoogspanning om de geile hordes op afstand te houden. En is er ook nagedacht over de route naar de vrouwveilige autogarage? De dames zomaar tussen het volk laten lopen, is vragen om gevoelens van onveiligheid. Omdat we de katers niet op het spek moeten binden, ben ik voor een ondergrondse vrouwentunnel.

Gun vrouwen een eigen stuk snelweg waarop ze in hun boodschappenwagentjes naar hartenlust met 80 kilometer per uur hun crèmepjes smeren. Vrij van vervelende testosteron aangedreven mannenmotoren. Selectie aan de poort. Géén hardharige mannenhanden bij de potpourrishops, bh-winkels en keukenuitdragerijen. Waarom is het Leijpark nog niet Ladies only? Waar blijven de vrouwvriendelijke rondingen van de T? Vragen, vragen…

Ik zie geen enkele redenen waarom de gemeente niet zou doorpakken op vrouwveiligheidsgebied. We moeten die breekbare poppetjes koesteren. We moeten ze verpakken in brandwerende dekens. Ze preventief ingipsen en de straat helpen oversteken. Hun hand vasthouden bij het koken en ze op gepaste afstand verantwoord knuffelen. Zónder bijbedoelingen.

http://www.raadtilburg.nl/actueel/81/pvda_wil_vrouwenparkeerplaatsen

Ko te Let vindt een Z (2)


De grote schrijver Ko te Let zag vanachter zijn raam de erven van Linda met een pannetje soep aan komen lopen. Ze ploegden door het zand en gingen bijna onderuit toen ze in een kuil stapten. Met de grootste moeite konden ze het pannetje soep boven hun hoofden recht houden. Ko zag het gebeuren door de kier in de gordijnen. Hij was blij dat hij veilig binnen was. “Dat krijg je er nu van”, bitste hij tegen de vitrage.

Omdat Ko nu al drie maanden noodgewongen binnen moet blijven door de opgebroken straat, brengen de erven van Linda hem iedere dag een pannetje soep. Ko vindt er niks aan. Het is kutsoep. Smakeloos, bijna geen ballen. Bij het doorslikken plakt de vettige substantie aan zijn gehemelte. Hij poept er bovengemiddeld dun van. Hoe moeilijk is het nou helemaal een behoorlijk pannetje soep te maken?, vraagt Ko zich af. Hij heeft de erven van Linda zat handige tips aan de hand gedaan. “Meer ballen en meer zout er in, erven. Méér ballen en zout”, murmelde hij. Maar nee hoor, die soep blijft pet. En nu komen de erven daar weer aanwaggelen met een hoeveelheid lauw slootwater.

De soep zit vol groene dingetjes. Er zit geen letter letterminestrone in, maar stukjes prei, wortel en meer van dat groenspul. Met kleffe gehaktballetjes die uit elkaar vallen voor Ko ze kan opeten. Is het nu zo véél gevraagd om balletjes te draaien die intact blijven in de soep. Hij heeft een verschrikkelijk hekel aan balletjes die op zijn lepel verbrokkelen. Bahbahbah. Bij de gedacht aan een volle lepel van de drab wilde hij de gordijnen dichttrekken en zich onder de vensterbank verstoppen.

Ko mist zijn moeder. Kon zij nog maar zijn kostje koken! Dat was tenminste een echte huisvrouw. Die kon toveren met de potten en pannen. Ko woonde tot zijn 45e thuis. Tot zijn moeder bij een fataal strijk ongeluk het leven liet. Ze kookte Ko’s groenten precies zoals hij het graag had: tot pap. Dat vond Ko lekker makkelijk eten. Zijn moeder vond altijd het altijd leuk om Ko te voeren als een peuter. Brrrroemmm daar komt het vliegtuig. Toet toet hier is de vrachtwagen. Tjoeke tjoek daar komt de chemietrein. De grote schrijver liet haar begaan. Hij hield zielsveel van zijn moesje. En van prakken.

Daar kwamen de erven van Linda. Door alle overpeinzingen die Ko had gedaan, was het te laat voor hem om zich te verstoppen. De erven van Linda hadden hem al gezien. Ze zwaaiden enthousiast de groene soep klotste uit de pan. Ko voelde zich een beetje ziek worden. Trrrrring. Daar ging de bel. “Nou zul je het hebben”, fluisterde hij naar de deur sloffend. Hij opende de deur met een ferme ruk. “Hmmm lekker soep!”

Wordt vervolgd lieve lezertjes.

Ko te Let vindt een Z


Omdat de grote schrijver Ko te Let geruime tijd buitengaats vertoefde, kon hij niets publiceren. En toen hij eenmaal weer binnengaats was, gooide de opgebroken straat roet in het eten. Alle stenen voor zijn deur waren weggehaald. Er was nu een grote berg wit zand verschenen. O jeetje. Daar stond Ko mooi mee te kijken. Door de grote hoop wit zand voor de deur was hij veroordeeld tot een leven binnenshuis.

“Werklui. Ik heb er een broertje dood aan , murmelde Ko te Let tegen de rode potgeranium in zijn vensterbank. Vanuit zijn grote schrijversstoel had hij uitzicht op een geranium en de gravende arbeiders. Getverderrie. Hij vond het maar niets. Al die ongelikte beren. Ze hadden waarschijnlijk nog nooit van de schrijver/publicist/dichter/performer Ko te Let gehoord. Een enkeling daargelaten, natuurlijk. Die had het zwaar tussen dat rauwe volk. Had ie maar een vak moeten leren. “Maar er is altijd hoop voor arbeiders die het werk van de grote schrijver Ko te Let kennen!”, riep hij met overslaande stem.

Verder was hij niet zo blij. Door het ontbreken van verhard wegdek zat hij nu al drie maanden binnen. Ja de kinderen, die vonden het mooi. Ze speelden elke middag in het zand. Niemand die er wat aan deed. Ko had al 22 brieven op hoge poten geschreven naar het stadsbestuur. Nul reactie. Ze laten de goede burgers in de kou staan. Waren de gore werklui weg, kwam de opgeschoten schooljeugd zijn overpeinzingen verstoren met hun kwelende kinderstemmen. De krengen waren al maandenlang bezig de buurt te terroriseren met hun gespeel.

Ondertussen hadden de werklui de plaat gepoetst. Schaften, vermoedde Ko, die wel wist hoe de bouwwereld in elkaar stak. Arbeiders zitten vaak te schaften. In een ‘keet’. Daar eten ze witbrood met zult met hun handen. Hij gruwde van het idee van arbeiders die witbrood met hun handen in een keet eten. Er kwamen kinderen langs. Ze gooiden hun fietsen neer om in het zand te spelen. O o o wat hadden ze een pret! Voor zíjn raam. Dat ze verdikkeme voor een ander z’n raam rotzooi trapten.

De kinderen maakten met hun handen een burcht. Het leek nergens naar, dat zag Ko zo wel. Een kasteel van likmevestje. De muren waren oneffen. Broddelwerk. Er was niet eens een slotgracht. Om maar te zwijgen van de torens. Ook daar hadden die jongelui helemaal niet aan gedacht. Ko werd kwaad om zoveel domheid. “Rotkinderen”, brieste hij tegen de potgeranium. Voor hij het wist draaide hij het raam open en riep: “Rotkinderen! Jullie kasteel lijkt nergens naar!”. In het vensterglas zag Ko dat hij helemaal rood was aangelopen. Hij riep nog een keer “rotkinderen!” naar de kleuters en sloot toen het raam. Daar kwamen de Erven van Linda met een pannetje soep.

Een minuut stilte.

Ik heb ontzettend spijt van mijn actie op Twitter tijdens de dodenherdenking. Tijdens die twee minuten stilte hield ik geen (twitter)stilte maar, om dwars te doen, citeerde ik allemaal uitspraken over individueel nadenken, het gevaar van kritiekloos groepsdenken, enzovoorts. Ik zie nu in dat dit respectloos was, zeker gezien wat er in Amsterdam tijdens die twee minuten ook nog eens gebeurde. Het was eigenlijk heel verschrikkelijk, en zoals men zegt, enkel een wijs man verandert nooit van gedachte. Daarom nu een minuut stilte, om te laten zien dat ik het nut er absoluut van inzie. Dat ik kan inzien hoe waardevol, spiritueel, en belangrijk een minuut stilte kan zijn. Beschouw dit allen als mijn verontschuldiging voor wat ik deed. #sorry

Spelfouten

Fragment uit een work in progress verhaal van René van Densen, dat mogelijk nooit af gaat komen, hem kennende. Kan dus geen kwaad om hier een stukje van te publiceren.

Verstoord keek Rik in het neonlicht naar de gerechten op de papieren vellen die de glazen toog sierden. Zijn slechte dag zat hem in het bloed te jeuken en als zodanig kon hij allereerst het goedkope lettertype al niet velen. Het hoorde bij een beetje foute goedkope shoarmazaak, die amateuristische Word-geprintte vellen, maar toch ergerde hij zich eraan. Zijn tanden knarsten. Daar stond ‘burgur’. Daar stond ‘Majoneze’. En daar verderop stond ‘pattat’. Zijn oog trilde een beetje. Hij voelde de bloedvaatjes in het oog priemen. Maar het was immers niet bon ton om een shoarmazaakemployee aan te spreken op spelfouten in diens menu. Nee, dat deed men gewoon niet. Dat was niet acceptabel. Dus houd je in, Rik, houd je in. Met een schorre keel bestelde hij enkele vettige vleesgerechten die hij wist met moeite slechts achter de kiezen te kunnen krijgen en ging knorrig zitten. Zijn handen vouwden ineen en zijn knokkels kleurden wit.

Tussen zijn vingers frummelden verfrommelde kassabonnetjes met onleesbare aantekeningen op de achterkant. Briljante volzinnen die hij dronken of anderszins van deze wereld aan een bar had neergefriemeld en die hij nu niet meer kon lezen al hing zijn leven ervan af. Alles wat hij aan briljante ingevingen had, als water tussen zijn vingers door. Shoarmaman met dik lijf en vettige vlekken op zijn witte schort. Dienblad voor zijn neus. Nasissend vet tussen repen dood beest. Zijn tandvlees brandde terwijl zijn tanden zich er diep inboorden. Hij bluste de zeurpijn met het blikje koude cola. De frons boven zijn ogen stond op lichte kans op onweer.

Zijn vingernagels groeven, glimmend van shoarmavet, in zijn portemonnee naar zo gepast mogelijke betaling. Inwendig gromde hij wat. Vettig aangekoekt wisselgeld belandde in zijn handpalm, en iets knapte er. Hij kon zich niet meer inhouden. Diep adem. Met een dappere poging tot een vriendelijk stemgeluid wees hij de shoarmaman met diens vettige schortvlekken op de spelfouten. “Het spijt me hoor, ik wil niet mierenneukerig overkomen, maar het staat gewoon zo stom, zo amateuristisch. Alsof je verder toch zeer sympathiek lage prijzen nog veel te hoog zijn.” De shoarmaman lachtte breed, hij had een gouden tandhoek waar een klein randje shoarmavlees naast kleefde. Blijkbaar had hij zelf voldoende vertrouwen in wat hij serveerde. Of had hij het elders gehaald tijdens een lunchpauze ? Vragen, vragen.

“Dat doe ik expres,” sprak de man met verrassend correct Nederlands accent. “De vorige eigenaar die had menu’s wemelend van de fouten. Toen ik deze zaak overnam, had ik eerst mooie menu’s opgehangen met perfecte spelling. Maar iedereen kwam hier bij de vorige eigenaar altijd binnen om ook een leuk praatje met hem te maken, en toen ik erin kwam, was het maar zakelijk en ongezellig. Dus toen begon ik wat van zijn spelfouten terug in het menu te smokkelen en daardoor begonnen veel mensen toch even een gesprekje, om mij op die fouten te wijzen. Zo vliegt de dag ook iets leuker voorbij. Je moet toch wat, hè ?”

Rik gaf de man een euro extra. Geld moet rollen in de richting van goede mensen, vond hij. Beter geluimd liep hij de straat op, een zomerhitje neuriënd. Ja, hij moest zijn schrijversvrienden in het café maar eens gaan opzoeken en hen dit juweeltje urbotastico verhalen.

Een krant als Zen-tuin

Het gebeurt me steeds vaker dat ik het Brabants Dagblad verwar met de Tilburgse Koerier. Dat ik het Gammakrantje voor de ‘Reizen’ -bijlage hou. Of een verfrommelde frietzak voor de BD- economiepagina aanzie. Ik ben een enorm tevreden abonnee van het Brabants Dagblad. Een zalige krant. Het Brabants Dagblad aan het ontbijt lezen, dat is met open ogen nog een beetje doorsoezen.

Die aangename nietsigheid kan ik iedereen aanraden. Er gaat een transcendente werking vanuit. In de kolommen van het Brabants Dagblad is het altijd komkommertijd. En dat is natuurlijk bijzonder fijn. Nieuws is ergens anders wel te halen, maar rust en een momentje voor jezelf vind je in het Brabants Dagblad. De krant die zich permanent bevindt in het windstille oog van de altijd maar doorrazende nieuwsorkaan. De redactie snapt dat en maakt geen onverwachte bewegingen. Het liefst brengen ze vandaag het nieuws van eergisteren.

Een ander speerpunt is de actualiteit graag zo klein mogelijk te maken. Redacteuren versnipperen de pagina’s met eindeloze colommen mini-mini-nieuws. Vooral van de politie. Bejaarde valt over stoeptegel’, ‘Jongens op ‘inbrekerspad’, ‘zoon bedreigt moeder’. Dankzij de persdienst van de politie hoef ik geen enkele overtreding meer te missen. En de redacteuren kunnen lekker binnen op de veilige redactie blijven.

Mijn favoriete BD-columnist heet Tony van der Meulen. Hij schrijft hermetisch dubbelvergrendeld proza. Hij speelt met het concept ‘column’ en het idee dat die een kop en een staart moet hebben. Of een onderwerp. Hij schrijft kabbelende zinnen als ‘Zal ons gewest aanzienlijk opknappen van deze ingreep? Snoeien doet bloeien: het is een oude boerenwijsheid.’ Als ik dat lees, vervliegt alles. Mijn hoofd wordt lekker leeg. Ik beland in een aangename Zen-stemming.

Vroeger was Van der Meulen hoofdredacteur. Toen ik als stagiaire begon bij de krant, gaf hij me een minicollege over Brabant. Dolenthousiast vertelde de hoofdredacteur over de onstuitbare economische power van de provincie, de razend spannende ontwikkelingen op maatschappelijk en cultureel gebied. Ja, Brabant was hard op weg dé regio van Europa te worden en het Brabants Dagblad zit er bovenop!

Het is goed dat daar niets van terug te lezen is in het Brabants Dagblad. Rust wordt steeds schaarser. De redactie van de krant bewaakt die gelukkig met hand en tand. Maar nog prettiger is dat de krant goed fikt in de open haard. Tony, bedankt!

« Older posts Newer posts »

© 2026 KutBinnenlanders.nl

Theme by Anders NorenUp ↑