KutBinnenlanders.nl

Dag: 14 mei 2010

Spelfouten

Fragment uit een work in progress verhaal van René van Densen, dat mogelijk nooit af gaat komen, hem kennende. Kan dus geen kwaad om hier een stukje van te publiceren.

Verstoord keek Rik in het neonlicht naar de gerechten op de papieren vellen die de glazen toog sierden. Zijn slechte dag zat hem in het bloed te jeuken en als zodanig kon hij allereerst het goedkope lettertype al niet velen. Het hoorde bij een beetje foute goedkope shoarmazaak, die amateuristische Word-geprintte vellen, maar toch ergerde hij zich eraan. Zijn tanden knarsten. Daar stond ‘burgur’. Daar stond ‘Majoneze’. En daar verderop stond ‘pattat’. Zijn oog trilde een beetje. Hij voelde de bloedvaatjes in het oog priemen. Maar het was immers niet bon ton om een shoarmazaakemployee aan te spreken op spelfouten in diens menu. Nee, dat deed men gewoon niet. Dat was niet acceptabel. Dus houd je in, Rik, houd je in. Met een schorre keel bestelde hij enkele vettige vleesgerechten die hij wist met moeite slechts achter de kiezen te kunnen krijgen en ging knorrig zitten. Zijn handen vouwden ineen en zijn knokkels kleurden wit.

Tussen zijn vingers frummelden verfrommelde kassabonnetjes met onleesbare aantekeningen op de achterkant. Briljante volzinnen die hij dronken of anderszins van deze wereld aan een bar had neergefriemeld en die hij nu niet meer kon lezen al hing zijn leven ervan af. Alles wat hij aan briljante ingevingen had, als water tussen zijn vingers door. Shoarmaman met dik lijf en vettige vlekken op zijn witte schort. Dienblad voor zijn neus. Nasissend vet tussen repen dood beest. Zijn tandvlees brandde terwijl zijn tanden zich er diep inboorden. Hij bluste de zeurpijn met het blikje koude cola. De frons boven zijn ogen stond op lichte kans op onweer.

Zijn vingernagels groeven, glimmend van shoarmavet, in zijn portemonnee naar zo gepast mogelijke betaling. Inwendig gromde hij wat. Vettig aangekoekt wisselgeld belandde in zijn handpalm, en iets knapte er. Hij kon zich niet meer inhouden. Diep adem. Met een dappere poging tot een vriendelijk stemgeluid wees hij de shoarmaman met diens vettige schortvlekken op de spelfouten. “Het spijt me hoor, ik wil niet mierenneukerig overkomen, maar het staat gewoon zo stom, zo amateuristisch. Alsof je verder toch zeer sympathiek lage prijzen nog veel te hoog zijn.” De shoarmaman lachtte breed, hij had een gouden tandhoek waar een klein randje shoarmavlees naast kleefde. Blijkbaar had hij zelf voldoende vertrouwen in wat hij serveerde. Of had hij het elders gehaald tijdens een lunchpauze ? Vragen, vragen.

“Dat doe ik expres,” sprak de man met verrassend correct Nederlands accent. “De vorige eigenaar die had menu’s wemelend van de fouten. Toen ik deze zaak overnam, had ik eerst mooie menu’s opgehangen met perfecte spelling. Maar iedereen kwam hier bij de vorige eigenaar altijd binnen om ook een leuk praatje met hem te maken, en toen ik erin kwam, was het maar zakelijk en ongezellig. Dus toen begon ik wat van zijn spelfouten terug in het menu te smokkelen en daardoor begonnen veel mensen toch even een gesprekje, om mij op die fouten te wijzen. Zo vliegt de dag ook iets leuker voorbij. Je moet toch wat, hè ?”

Rik gaf de man een euro extra. Geld moet rollen in de richting van goede mensen, vond hij. Beter geluimd liep hij de straat op, een zomerhitje neuriënd. Ja, hij moest zijn schrijversvrienden in het café maar eens gaan opzoeken en hen dit juweeltje urbotastico verhalen.

 

Een krant als Zen-tuin

Het gebeurt me steeds vaker dat ik het Brabants Dagblad verwar met de Tilburgse Koerier. Dat ik het Gammakrantje voor de ‘Reizen’ -bijlage hou. Of een verfrommelde frietzak voor de BD- economiepagina aanzie. Ik ben een enorm tevreden abonnee van het Brabants Dagblad. Een zalige krant. Het Brabants Dagblad aan het ontbijt lezen, dat is met open ogen nog een beetje doorsoezen.

Die aangename nietsigheid kan ik iedereen aanraden. Er gaat een transcendente werking vanuit. In de kolommen van het Brabants Dagblad is het altijd komkommertijd. En dat is natuurlijk bijzonder fijn. Nieuws is ergens anders wel te halen, maar rust en een momentje voor jezelf vind je in het Brabants Dagblad. De krant die zich permanent bevindt in het windstille oog van de altijd maar doorrazende nieuwsorkaan. De redactie snapt dat en maakt geen onverwachte bewegingen. Het liefst brengen ze vandaag het nieuws van eergisteren.

Een ander speerpunt is de actualiteit graag zo klein mogelijk te maken. Redacteuren versnipperen de pagina’s met eindeloze colommen mini-mini-nieuws. Vooral van de politie. Bejaarde valt over stoeptegel’, ‘Jongens op ‘inbrekerspad’, ‘zoon bedreigt moeder’. Dankzij de persdienst van de politie hoef ik geen enkele overtreding meer te missen. En de redacteuren kunnen lekker binnen op de veilige redactie blijven.

Mijn favoriete BD-columnist heet Tony van der Meulen. Hij schrijft hermetisch dubbelvergrendeld proza. Hij speelt met het concept ‘column’ en het idee dat die een kop en een staart moet hebben. Of een onderwerp. Hij schrijft kabbelende zinnen als ‘Zal ons gewest aanzienlijk opknappen van deze ingreep? Snoeien doet bloeien: het is een oude boerenwijsheid.’ Als ik dat lees, vervliegt alles. Mijn hoofd wordt lekker leeg. Ik beland in een aangename Zen-stemming.

Vroeger was Van der Meulen hoofdredacteur. Toen ik als stagiaire begon bij de krant, gaf hij me een minicollege over Brabant. Dolenthousiast vertelde de hoofdredacteur over de onstuitbare economische power van de provincie, de razend spannende ontwikkelingen op maatschappelijk en cultureel gebied. Ja, Brabant was hard op weg dé regio van Europa te worden en het Brabants Dagblad zit er bovenop!

Het is goed dat daar niets van terug te lezen is in het Brabants Dagblad. Rust wordt steeds schaarser. De redactie van de krant bewaakt die gelukkig met hand en tand. Maar nog prettiger is dat de krant goed fikt in de open haard. Tony, bedankt!

 

© 2021 KutBinnenlanders.nl

Theme by Anders NorenUp ↑