Een nieuwe woensdag, een nieuw kannibalistisch KutBinnenlanders stukje. Voor wie de site niet al te intensief gevolgd heeft sinds pakweg November vorig jaar, ons aller Gerrie S. Veters heeft een reeks in het leven geroepen rondom De Grote Schrijver Ko te Let. Een personage dat voor de kenners uiteraard alludeert op een bekende speler uit het Tilburgse literaire landschap. Verscheidene andere lokaal bekende scribenten passeren zelfs de revue. Maar voor de onervaren alludator of alludratrice is er geen enkele reden om de reeks dan maar links te laten liggen. Ook voor wie de achterliggende kennis ontbeert, is deze reeks een toppertje. Ja, ik gebruik zomaar het woord toppertje op een woensdagmiddag. Ko te Let zou er misschien van terugschrikken, maar ik niet. Hij verdient het.

Het kaderstramien van de prozareeks laat zich in één oogopslag herkennen: een deel van de titels rijmt op ‘Ko te Let’ (‘bouwt een raket’, ‘ontdekt de internet’), er staat telkens dezelfde foto maar dan met enige regelmaat grafisch nog verder vervormd onder, en ieder stuk begint steevast met de woorden ‘De grote schrijver Ko te Let’. Dit kader is echter vooral het houvast waarin we de persoon Ko te Let leren kennen. Een man die in al zijn eigendunk openbaart als een waarachtig tragisch figuur. Hij denkt groot te zijn, maar uit de reacties van zijn omgeving en ook uit zijn onhandigheden en opvattingen spreekt in eerste oogopslag een dramatisch misleid man. Een man die het allemaal niet helemaal lijkt te snappen. Een man die verdrinkt in zijn eigen illusies van grootsheid. Geen onschuldige fantasietjes zoals de beroemde Walter Mitty, maar eerder een dramatisch steenrijke liefdesbaby van Mitty en Karl Friedrich Hieronymus, Freiherr von Münchhausen. En, om de tragiek verder te versterken, volstrekt misplaatst in de literaire scene van een middelgrote polderstad.

Schijn bedriegt, echter. Zoals schijn dat wel vaker doet. Mevrouw Schijn heeft géén benul hoe vaak. Maar dus ook in dit geval is ze er nog niet achter wat haar vent uitvreet.
Ko te Let is geen kleintragisch dramatisch karakter. Ko te Let staat voor de nobelste eigenschappen van de moderne mens. Hij staat ervoor, hij valt erover, en hij zit erop. Maar nooit zal hij er comfortabel onder gaan liggen. De nobelste eigenschappen van de moderne mens zijn voor Ko te Let een vanzelfsprekend streven. Een minimumniveau, zogezegd. Ko te Let streeft er voordurend en onvermoeibaar naar om daar nog ruim boven te staan. Neem het stuk over molton dekens. De oppervlakkige lezer denkt slechts een komisch stukje over een man die tegen zijn zin in molton dekens in de kast heeft liggen, te lezen. Maar de molton dekens zijn het ultieme symbool voor de gemakzucht van de gemiddelde burger in dit stuk. Ze zijn het comfort van een niet te hoge lat voor jezelf stellen. Genoeg nemen met minder, met pluizige vieze molton dekens, ‘want ze zijn zo warm’. Gerrie S. Veters had hier de makkelijke route kunnen kiezen en bijvoorbeeld de schaatsen in de kast kunnen zetten tussen de Uggs van de erven van Linda. Uggs, een gemakzuchtig symbool: spuuglelijk, onpraktisch, ‘maar ze zitten zo lekker’. Nee, Veters kiest voor de obscuurdere molton deken. En wat doet een molton deken met de grote schrijver Ko te Let ? Ze irriteren zijn huid. Hij moet er niets van hebben. Ze liggen in zijn kast, als zodanig accepteert hij het minimumniveau van zijn intrinsieke nobiliteit, maar hij staat er liever ver, ver, vér boven. Waar een ander zich wellicht warmpjes en knus onder de molton deken zou installeren met een fijn dichtbundeltje bij het haardvuur, Zo niet onze Ko. Wat doet hij wel ? Hij schuift ze niet terzijde om gemakzuchtig bij zijn schaatsen te kunnen. Nee, hij gaat de confrontatie aan en tilt één molton deken, als ware het een babyluier vol meurende diarree, tussen rechterduim en wijsvinger op, om het daarna te laten vallen. Er liggen vijftien molton dekens in zijn kast. Het is geen sinecure, maar Ko zet zich eroverheen en besluit de zoektocht naar de schaatsen, die toch praktisch binnen zijn handbereik moeten liggen, te bemoeilijken door om hulp te vragen. Door een vriend te benaderen voor diens schaatsen. Hij laat de vijftien – nogmaals, vijftien ! – molton dekens achter en doet het dapperste dat een volwassen mens kan doen: zich over diens trots heen zetten en om hulp vragen.

En wat voor hulp ontvangt hij van zijn omgeving ? Hij krijgt een stel vies witte kunstschaatsen mee, waar hij niet veel mee kan. Niet om al teveel te verklappen, maar het lange verhaal – de schaatsen-reeks is binnen het bescheiden oeuvre over Ko te Let nu al een epische spanningsboog die vermoedelijk niet snel overtroffen gaat worden – eindigt ermee dat hij in een wak beland. Omdat hij zijn nek durfde uit te steken en met hulp van anderen zichzelf wilde opstuwen tot ongekende hoogtes van grootsheid.

Dit terwijl Ko te Let nooit te beroerd is om er voor een ander te zijn. Hij gaat naar diverse literaire avonden, soms om uit pure goodwill zijn grootse werken ten beste te brengen, maar ook soms volledig tevreden met een ander het spotlicht te gunnen. Hij praat vriendelijk met al zijn buren. Hij is attent, gedienstig, maar zeer zeker niet zuinig met zijn opinies. HIj kan over alles meepraten, van de prijzen van diens dichtbundels tot de internet. Dat hij misschien niet alles zowaar beter weet dan een ander – veelal zeer zeker niet, zelfs – dient u met bewondering vast te stellen, niet met hoon. Weet u het immers allemaal zo goed, dan ? O, dat dacht ik toch ook niet. En er schuilt bovendien een reusachtig gevaar in u maar op de hoogte te stellen van vanalles. Een klakkeloze acceptatie van de wereld zoals die u gepresenteerd wordt. Ko doet daar niet aan mee. Ko schept zijn eigen wereld. En wat daar niet in past, duldt hij geen tot amper geen toegang, zonder van die overtuiging al te veel af te dwalen. Ko te Let is een mán, wellicht de láátste mán in de geoestrogeniseerde westerse wereld. Een man met een passende hoeveelheid pluishaar op zijn oor, en zo hoort het ook.

Dit prachtpersonage hult zich in een schrijfstijl waarin Veters zich ook niet bij inhoudt. Schrik niet van uitdrukkingen als Hij voelde zich senang tussen de antimakassars of Liever concipieerde hij de hele dag literatuur. Van juweeltjes als Knuffelberen met algenhaar of Een halve Saturnus ring van zwart piekhaar. Veters maakt het zich zeer zeker niet gemakkelijk. Net als Ko te Let streeft hij er, aflevering na aflevering, naar om zichzelf op een hoger niveau te tillen. Het resultaat mag er zijn, en de grote schrijver Ko te Let verdient niets minder. Ko te Let is een toppertje. Lees, geniet, en volg het inspirerende voorbeeld in een eigen poging uzelf boven de molton dekens te stellen. Het gaat u niet meevallen, voorspel ik u alvast. Maar de poging is vaak het halve werk al, en te weinig mensen doen nog volwaardige pogingen tegenwoordig. Ik vermoed dat de grote schrijver Ko te Let dat wel met me eens zal zijn.

 
René van Densen
René van Densen
René van Densen (1978) is een cynische dromer, een lachende pessimist, een realistische romanticus, een honklosse kluizenaar, een intelligente mafkees, een bedachtzame schreeuwer, een podiumschuwe polderpoëet, ex-nachtburgemeester van Tilburg, ex-striptekenaar, ex-schrijver, ex-webdeveloper, ex-vuilnisman, ex-kind en ex-volwassene, ex-burger, en kattenpapa van een Gentse terror kitten. Eerste Nederbelg die toetrad tot de Wolven van La Mancha. Maar is uiteindelijk niet zo van de collectieven. U treft hem uitsluitend in vrouwonvriendelijke omgevingen aan, en die nieuwe roman van hem komt ook nooit af. Werd al eens omschreven als "onbegonnen werk" door een prachtige blondine.

www.renevandensen.nl
Meer René op Facebook !