KutBinnenlanders.nl

Maand: november 2009 (Page 5 of 6)

Inburgering (11) – Protestrelletje te Gent

Na een tip per SMS van mijn vriendin, dat er ‘anarchistische protesten’ van jongeren met zwarte vlaggen en kleding waren, die de studentenhoek van het centrum van Gent aan het bezetten waren, en dat er politie met heuse gepantserde bussen en een helicopter naartoe waren getogen, pakte ik mijn camera maar even mee. Voor de nachtbrakers onder de KutBinnenlanders dan: geinige beelden vanaf de rand van een afgezet stuk Gent. Hoewel er niets echt schokkends in gebeurt, toch maar mooi mijn eerste Belgische protestrel.
Update Hier meer informatie, het waren linkse protestanten die onvrede uitten jegens een rechtse betoging elders in de stad.
Update 2 Op YouTube druppelen er wat interessante reacties op het filmpje binnen. Check ‘em out.
Update 3, 17 November Het krijgt nog een héél erg staartje, deze kwestie.

Twintig jaar later

Als de deur van zijn huisje openzwaait, verraadt het trappenhuis achterstallig onderhoud. “Er is wel íets veranderd”, gromt bewoner Meneer Aart. “De huur is vertienvoudigd. Eerst betaalde ik 120 gulden per maand, nu 600 euro. Terwijl je je amper kunt voorstellen aan wie die huurbaas deze woning voor die prijs nog kwijt zou kunnen. Maar ja, het is wat de gek ervoor geeft, en verhuizen kost ook geld, dus dan neem je alles maar op de koop toe.”
De lichtbejaarde bewoner van de welbekende Sesamstraat schudt meewarig het hoofd. “Het is er allemaal niet beter op geworden. Vroeger hadden we hier een grote scheidingsmuur in het midden van de straat. En nee, dat was ook niet alles. Of dacht je dat wij aan deze kant van die muur nooit die heerlijke geuren van Gerda’s eten konden ruiken, en dan niet begonnen te watertanden ? Nu kunnen we zomaar van dat eten proeven, maar ja, je krijgt er wel uitschot als Elmo en Hakim bij. Daarvoor was het enkel die Tommy en Ienemienie, en die Pino – goed, allemaal verwende snotjong, maar in ieder geval te vertrouwen. Ik heb zo mijn bedenkingen bij al dat nieuwe grut dat we er nu bij hebben gekregen.” Buurvrouw P. is eveneens weinig lyrisch over de val van de muur, twintig jaar geleden. “Monsters in de vuilnisbakken, overal van dat rondhangend oranje en blauw tuig, en spreek me al helemaal niet van die seniele getallengek boven in dat spookachtige kasteel. Dat bleef eerst allemaal keurig aan hun kant, hè. Maar ja, de muur moest weg, van de overheid denk ik. Want we waren toch immers allemaal gelijk. Nou, we hebben het geweten. Twee van die homo’s verderop in de straat die god weet wat uitvreten met zo’n rubbereendje. En nog een eindje verderop woont een junk, die zit zich heel de dag vol te stoppen met koekjes, dat maak je mij ook niet wijs dat dat uit hónger is.” Buurman Baasje zit driftig naast haar mee te knikken en brommend alles te beamen. Het valt alleszins reuze mee, werpt buurtbewoner Frank tegen. “We hebben hier nooit problemen, al blijft die muur natuurlijk in de hoofden van velen nog wel bestaan. Maar er was toen helemaal geen communicatie. Er werd óver elkaar gepraat, niet mèt elkaar. Dat heeft tot verschrikkelijke vooroordelen en misverstanden geleid. Nog steeds. Maar de boel is er wel veel en veel beter op geworden. Nee, ik denk niet aan verhuizen, ik heb het hier goed naar mijn zin.” Vrolijk dartelen zijn vingers over een boek van Dikkie Dik. “Ik ga ook graag naar het winkeltje van Sien. Daar moest ik vroeger voor over de muur heen, stiekem. Telkens maar hopen dat niemand me zag. En hoewel dat stiekeme ook wel iets had, vind ik het toch beter zo, in de openheid. Dat ik gewoon zomaar naar het winkeltje kan gáán, wanneer ik wil. Hm ? Wanneer ik voor het laatst gegaan ben ? Eh…” Na enkele minuten stilte staart hij afwezig uit het raam. Een klein beetje traanvocht zwelt op in zijn rechteroog. Hij zucht: “Tsja.”

Inburgering (10) – De Maat Der Dingen


Met angst in het hart liep Godfried Bomans in het Vlaamse landschap rond en vreesde dat de industrie de maat der dingen begon uit te maken, daarbij de natuur én de menselijkheid van Vlaanderen doend verdwijnen. Met een beduidend geruster hart kan ik van het tegendeel spreken: goed dertig jaar na dato is er beduidend veel prachtige natuur in het nederbelgische landschap over, en ook met die menselijkheid zit het nog wel snor, zoals ik gisteren in een stukje over de chrysanten van 1 November schreef. Vandaag echter ging ik op pad en stelde ik mijzelf in de loop der dag de vraag: maar welke van dié twee bepaalt méér De Maat Der Dingen in hedendaags Vlaanderen ? Ik kon dit uiteraard enkel voor Gent beantwoorden, en dan nog anekdotisch, maar gelardeerd met prachtige plaatjes (al zeg ik het zelf) dus hopelijk vergeeft u me de wat beperktere breedheid die ik compenseer met een zoomlens.

De paniekerige papiertjes, verregend afgebeeld boven de inleiding, had ik al eerder opgemerkt. Ik was ook van zins er iets mee te doen. Want wie vanaf Gent St.Pieters (zeg maar Gent Centraal, als er zoiets zou bestaan) naar het centrum der stad loopt, komt opeens op het kruispunt van Charles de Kerchovelaan een prách-tig stukje bermnatuur tegen. Compleet met aan elkaar gelinkte vijvertjes en een veelvoud aan kleurige planten. Gewoon, patsboem, tussen twee brede rijbanen, waar dagelijks duizenden automobilisten voorbijrazen zonder op of om te kijken naar dit middenbermparkje. Een stukje natuur wat ‘wij Nederlanders’ amper meer aan ‘parken’ bezitten, en dat dreigt dus te verdwijnen om plaats te maken voor een fantasieloos stukje miniem gras met een paar boompjes, that’s it. Ik was dus allerminst van plan dit te laten verdwijnen zonder er minimaal over te schrijven, mét foto’s. Maar het is een beetje druk geweest de afgelopen maanden en het schoot er volledig bij in. Vandaag fietste ik erlangs en hoorde een benzinemotor grommen en mannen met fluoriserende hesjes rondlopen, en even dacht ik verdomme, te laat !

Maar gelukkig, vooralsnog bleek het enkel om het opruimen van herfstbladeren te gaan. Mijn advies, voor eenieder die wat fraais in Gent wil meekrijgen, is spoedig nog eens te komen kijken, want vroeger of later staan hier de bulldozers en graafmachines wél korte metten te maken met dit mooie middenbermpark en dan zal het toch te laat zijn. Zonder te overdrijven heeft dit miniatuurparadijsje er bij mijn eerste bezoek aan Gent mee aan bijgedragen dat ik zéker wist dat ik voor de juiste nieuwe woonplaats had gekozen. Sentimentele en romantische zak als ik er ben. Om u warm te krijgen, enkele foto’s…

Let met name op de zwarte rouwbanden die de protesteerders om de bomen hebben gewikkeld, dat slaat een klein brugje naar de rest van dit stuk.

Na mijn chrysantenstukje van gisteren gaf mijn vriendin – geboren en getogen Gentse – de tip om anders, nu ik wegens werkeloosheid toch ‘de tijd heb’, eens een kijkje te gaan nemen op Campo Santo, het lokale historische (en) bekendheden-kerkhof. Van wat ik begreep bij het inlezen (hier een wat minder lelijk vorgegeven site, want Comic Sans MS is voor lutsers) waren er veel familie-sepultures (of grafkelders), monumenten, en eeuwenoude gedenktekens. Ik stelde me zo voor dat daar waarschijnlijk wat minder chrysanten te vinden waren.

Ik had ’t mis.

Meer nog dan naar de bloemen keek ik met open mond naar de prachtige graven. Creativiteit was zeer zeker geen must, zoals ik ook bij mijn bezoek aan een ander kerkhof gisteren constateerde, maar buiten enkele modegevoeligheid hier en daar blinken de graven toch fors uit op creativiteit. Weerom laat ik liever de plaatjes voor zichzelf praten. Mijn lens heeft zich verlekkerd aan al dit prachtigs.

Tussen de fleurige chrysanten en de prachtige gedenkstenen was het volstrekt helder: de doden zijn hier niet dood, ze léven ! Ze worden hier gevierd, herinnerd, geëerd. Niet met een saaie grauwe obligate grafsteen met naam, geboorte- en sterftedag, en een ‘echtenoot van’ of ‘hij was geliefd’, nee, je vindt hier hele gedichten, levensbeschrijvingen, kunstwerken, foto’s – bijna ieder van deze laatste rustplaatsten straalt uit wie daar ligt… niet wát. Een lugubere gedachte, schoot het door mijn hoofd, toen ik verscheidene mysterieuze grafbeschadigingen gewaar werd.

Sommigen zou je goed aan storm- of erosieschade toe kunnen schrijven, maar sommige anderen lijken toch echt net zo man made als de gedenkstenen zelf.

Niet dat ik bepaald geloof dat daarbinnen nog iets of iemand zit dat zich eraan stoort, maar respectloos leek het me wel – let wel, mocht er een paar moedwillige mensenhanden aan te pas zijn gekomen. Grave robbing, het leek me bijzonder smakeloos. Verder rondwandelend merkte ik echter dat er ook grave robbing van een heel andere orde plaatsvond. Sommige graven waren zo overwoekerd door mos, klimop en andere natuur dat er met geen mogelijkheid meer vast te stellen was wie er met het gedenkteken nagedacht was geweest. En iets klopte daar wel aan. De natuur maakt wellicht hier en daar plaats voor de mens, maar uiteindelijk maakt iedere mens weer plaats voor de natuur. Er is geen Maat Der Dingen, eerder een soort prettig wederzijds vandalisme. Wat hooguit blijft, in onze menselijke wereld, is wat de mensen na ons de overlevering in helpen. En zo stond ik ineens stil voor het prachtige gedenkteken voor Karel Lodewijk Ledeganck. De romantische dichter, de aanbidder van Vlaanderen, de evangelist der Vlaamse Beweging.

Dát is nog eens eerbied tonen. Dát is nog eens een gedenksteen voor je volksheld neerzetten. En hoezeer het Brabantse en Vlaamse volk ook het alouds nederige, onderdrukte en uit eigen as herrezene beiden in zich dragen: rondkijkend merkte ik hier een breed scala aan hélden vertegenwoordigd. Van regenten tot huismoeders, van simpele zielen tot hoogleraren. Hier geen kruikenzeiker, hier geen sullige Peerke Donders, hier zéker geen Wesley, VOF de Kunst, of mannen die enkel om halve euro’s vragen. Hier lag Vláánderen.

Bij de uitgang zag ik het kastje pas. Dezelfde leerlingen van de pal aan het kerkhof gelegen school, die de mooi vormgegeven inlees-site die ik een stuk terug linkte, hadden gebouwd, hadden blijkbaar ook een plattegrond met achtergrond-informatie gemaakt. (Brutaal gepiratiseerd: voorkant en achterkant, voor uw eigen thuisinburgeringscursus.) Mag je zo het kerkhof mee opnemen om de beroemdheden en bezienswaardigheden mee op te zoeken. Er wordt enkel verzocht de plattegrond daarna weer terug in het kastje te steken want hij is blijkbaar met bescheiden middelen gemaakt. Geen overbetaalde cultuurmakelaar is hier aan te pas gekomen, geen winkelzijstraat is hier met overtrokken middelen voor ingericht, niks geen fratsen. Gewoon klasse, to the point, met extra informatie over deze bijzondere mensen. Ik verwacht dat weinig Tilburgers de strekking van dit stuk gaan snappen. Dus kop ik speciaal voor hen uit met een melig, puberaal fotootje. Ook gezien op Campo Santo.

« Older posts Newer posts »

© 2026 KutBinnenlanders.nl

Theme by Anders Noren — Up ↑