De woorden kringelen in het middenrif
Als het goed is, stijgen ze me naar het hoofd
Liggen ze met hun hart op de tong of lip
en zingen ze wat ik zelf ook geloof.
Als Sirenen die de zeelui naar de rotsen lokken
om ze op te vreten met huid en haar
En daardoor gehuld met mijn vlees en botten
weemoedig in een café naar jou staart.
Vele stormen heb ik overleefd
Ik besmeer mijn boterham met jouw honing
Bewoog me door het leven, schots en scheef
En ik trouw jou, ook al zijn wij geen koning-koningin.
Ik ben hier sinds het begin van de avond
en volg jou als je langs me loopt
als die zeeman wiens lichaam ik verslond
Die nu met die Sirene op jou hoopt.
Ik ben weerloos, sla mij aan de haak
Schootsveld is vrij, reken je rijk
Ik heb net wat die zeeman op zak had, een knaak
Maar neem me mee naar jouw levend lijk.
(refr.)
Misschien draag ik een deel van mezelf bij
groeit er straks leven in jouw buik
Mijn bijdrage aan een nieuwe maatschappij
We zijn allemaal in Gods gebruik.
(refr.)
Geen koning-koningin
Wat nu weer?
De gristendemocratie in België bereikt haast haar verdwijnpunt onder de kiesdrempel. Is dit nu behoorlijk kut voor dit binnenland?
Eerst liepen de kerken leeg, nu ook de partijen. Er zijn er twee in België, een in het Frans, een ander in het Nederlands. Les engagés in het Frans (de geëngageerden, de betrokkenen), CD&V in het Nederlands. In het Frans is zij al lang niet meer gristelijk. Ze is humanistisch geworden en nu dus betrokken partij zeg maar. Die maar niet betrokken raakt bij het bestuur.
Ooit bestuurden ze decennialang het land. Nu eens samen met de liberalen, dan weer met de socialisten. Ze vormden eigenlijk een volkspartij, vooral in het noorden van het land; in het zuiden was de toenmalige PSC de leverancier van toppolitici.
In de plaats van de gristendemocratie is in het noorden het nationalisme gekomen, zij het dat het dit land gelukkig nog niet bestuurt. Een van de nationalistische partijen bestuurt momenteel de gouw en een grote stad. Zij wordt nooit een volkspartij want ze regeert ten koste van het volk, voor en door de commerciële uitbuitingselite. Totaal wild in het neo-kapitalisme.
Heel erg kut kortom.
Uitkijken
Hoe kijken we met zijn allen aan tegen de oprukkende woestijnvorming? Met lede ogen.
Of tegen het stijgend zeepeil? Met natte voeten.
De verbrokkeling van de bergen is nog niet aan de orde. We kunnen er nog een tijd tegenop. Nu alles meer dan ooit van snel voorbijgaande aard is, heeft de roep om duurzaamheid nog nooit zo hard geklonken.
We maken onze borst nat. We poetsen onze schoenen niet langer. We brengen onze voorraad laarzen op peil en houden nauwkeurig de lading van de batterij van onze telefoon in het oog.
Ondertussen proberen we elke avond de slaap te vatten.
Tegen mijn gevoel
Ben jij nou gek?
Je dompelt mij in een modderige poel
Een gevoel dat mij vertraagt
en gewoon niet lekker voelt
Ik weet niet wat jij ermee bedoelt
of jij weet wat je ermee wakker woelt
Het is nogal wat wat je van me vraagt.
Nee, ik heb het niet tegen jou
Ik heb het tegen mijn gevoel.
Ben jij betoeterd!
Ik voel me door jou bodemloos
Ik voel geen grond meer onder me
door waarvoor jij koos
Drijf nou, drijf me maar
die vaste grond waarop ik vaar
waardoor ik me uit dit drijfzand troost.
(refr.)
Ik zat net in blauwe luchten
lekker in mijn zon te bakken
Laat mij snel mijn spullen pakken
Laat mij weg van jou
Ik heb nog ergens een gevoel
die op dat van net is gestoeld
Helder weer waar ik meer van hou
Nou…?
(refr.)
Toogpraat
Het is behoorlijk druk aan de toog van café ’t Hiernamaals, niet te verwarren met het Hemelrijk, café te Sint-Niklaas op de markt. Daan en Herman maken kennis met elkaar, twee dichters. Ik tref er mijn voormalige afgestorven werkgever Ph M. Ik mag hem nu in het Nederlands toespreken.’Mijn ziekte heeft mijn kennis van het Nederlands niet aangepast. Het was enkel moeilijk ademhalen’.
‘Ik heb uit uw hand mijn brood gegeten, uit andermans hand een fles whisky. Die handen heb ik niet gebeten. Ze waren me gunstig gezind. Ik heb slechts een keer de hand gebeten van wiens brood ik at. Gemene ezel die me wou bijten. J’ai fini par cuire mon propre pain’. (Tenslotte bakte ik mijn eigen brood). Ph M bestelt daarop een rondje.
Uitgedeeld
Er zit niet veel anders op. De deur wijst de uitweg aan. Het raam niet. Dat biedt uitzicht. Zowel op de tuin als op de straat.
We vergeten wat het is een stoel te zijn zonder leuning. We onthouden vooral het gat in de muur: deur, raam.
Het gat boven ons hoofd is gedicht. Dat heet plafond. Of dak. We zijn het zo gewoon, we wonen in onze gewoonten, noemen het huis of nog sterker: thuis.
Voorbij de stoeprand ligt languit de straat. Vele straten en wegen doorkruisen de ruimte. We vragen een boom wat hij ervan vindt. ‘Verstikkend. Ver strekkend.’
Zoveel wordt alsnog duidelijk. In de fles huist de geest, zonder ramen noch deuren. Hij moet daar binnen blijven om het ergste te vermijden.
Peter (op de muziek van Het Dorp – Wim Sonneveld)
Overal waar ik de mensen zie
De man, de jongen, het meisje die
mij ziet lopen in de straat
me niet aanspreekt, maar wel aankijkt
Een blik die tot diep in me reikt
mij tot nu toe niet met rust laat.
Men beschouwt mij als een vreemdeling
een onbekende sterveling
Wat doet die hier, zie ik ze peinzen
Die man, de jongen die ook bestaat
Maar waarom kijkt hij toch zo kwaad
Doet mij meteen al iets terugdeinzen.
En als ik op schoolpleinen en de straten
de mensen langs me heen zie gaan
Ik vertrouw ze niet, hoe kan ik weten
dat ze mij nu wel laten begaan?
Ik werd gepest door iedereen
Ach, min of meer, er was er een
Een dikke jongen met de naam Peter
Hij zat me achterna
Ik voel hem waar ik ook ga
als iedereen, al weet ik beter.
Ik werd steeds buitengesloten
Werd als uit een mal gegoten
van degene die er niet bij hoort
Bij gym het laatst gekozen
Ontmoette blikken, vaak de boze
Onschuld wordt nog steeds vermoord.
(refrein)
Peter, hij weet niet wat ie deed
Alleen dat ik eronder leed
Ik zie nog zijn wrede ogen
Dit verleden heb ik niet verdiend
Nostalgisch zal ik niet omzien
Op straat loop ik iets gebogen.
Hij, die Peter, was er een
maar pesten, dat kan iedereen
Overal zijn mensen die het doen
Het kan ook steeds opnieuw beginnen
Een vijand kan zichzelf verzinnen
En dan wordt het voor mij weer net als toen.
En dat ik op schoolpleinen en de straten
pestkoppen als hij steeds weer zie staan
Hij was een kind, hij kon niet weten
hoe het zijn slachtoffer zou vergaan.
Hoe ik het noorden vond
Ik ben het niet echt kwijtgeraakt, het noorden, maar het beperkte zich tot Zeeland. Het noorden van het Waasland ontdek ik thans mondjesmaat. Dank zij het virus. Met de fiets reed ik nooit verder dan de expressweg E34. Aan de overkant ervan ligt Doel, daar ben ik twee keer geweest.
Het virus nu heeft een bres geslagen in de kennis van vele leerlingen. Hun school ging op slot, het onderwijs gebeurde ondermaats op afstand. De leerlingen leerden niets.
Nu komt die lacune boven, nu het onderwijs herneemt en testen en examens faliekant blijken. Om die leemte te vullen doen sommige intelligente ouders een beroep op privé leraars voor bijles.
Zo belandde ik een tweetal maanden geleden in Kallo. Sinds deze week ook in Verrebroek. Het zijn twee dorpen die aanschurken tegen de Waaslandhaven, de Schelde dus.
Ik loop niet meteen storm voor het noorden van het Waasland. Wel ken ik van dat land zo stilaan alle hoeken. Ik raak het dan ook niet meteen kwijt.
Richeltuig
‘Tuig van de richel! Wapentuig!’ Betogers op straat scanderen graag leuzen. Deze dienen kort te zijn en voorzien van een uitroepteken.
Deze nieuwe leuzen zetten alle neuzen in dezelfde richting: het Kremlin. Stel dat deze betoging het Rode Plein bereikt in Moskou. Waar elders ligt er een Rode Plein? Dan komt het wapentuig in volle actie, knuppelt de betogers in overvalwagens en voert ze weg. Schoonmaakoperatie.
Daarom betogen ze beter in Washington of in Brussel. De beelden bereiken de Russische huiskamers niet via de televisie. Die is in handen van het richeltuig. Wel via telefoonapplicaties waar het Kremlin geen vat op heeft. TikTok bijjvoorbeeld. Dat is in handen van de Chinezen. Het Kremlin wil voorlopig de relaties met China niet vertroebelen.
Geef toe, politiek, het doet wat.
Is de rand dan zo ranzig?
Wat een idee! In plaats van de rand van de stad te volgen nam ik de weg naar de binnenstad. Een middeleeuwse stad, platgelopen door toeristen. Ze willen allemaal zo nodig de middeleeuwen nog eens zien. Wie hier een hotel uitbaat zit op rozen.
Ik liep langs een eeuwenoude muur en verbaasde me dat hij niet omver viel. Ik kreeg geen enkele herinnering te binnen van toen we hier familie bezochten of van mijn opname in het ziekenhuis. Zefls de plaats waar ik de stad ooit in een gouden licht had zien baden herinnerde ik me niet meer. Overal toeristen in dichte drommen.
De weg terug deed ik met de bus. Langs de rand van de stad. Daar zat tenminste nog een mens uit de stad zelf. Een man? Een vrouw? Alvast oud, net als de stad. Van Willy Vink.
© 2026 KutBinnenlanders.nl
Theme by Anders Noren — Up ↑


Reactietjes