KutBinnenlanders.nl

Page 127 of 515

Tijd voor het einde

 

‘Nu het einde nadert is er van genade geen sprake meer’. De postbode belt altijd tweemaal. Aan de deur. Na gedane ronden en arbeid zit hij hier in het dorpscafé, zowat het enige café.

De postbode brengt op die manier zijn eigen boodschap aan de man. Uitgerekend een enkele man zit in het café, verderop aan een tafeltje.

Buiten valt ineens het zonlicht uit, valt een stortbui neer, heftig, in geen tijd staat de straat blank. ‘De moessons hebben ons  bereikt’, aldus de postbode. De hele tijd heeft de ander geen woord gezegd. Zijn stilte irriteert de bode. ‘Vindt u er dan niets van, mijnheer, ja, u daar?’

De man drinkt de rest van zijn glas in een teug leeg, staat op, rekent af aan de toog, draait zich om naar de bode en spreekt, uiteindelijk: ‘Nee, ik vind dat alles maar niets’, stapt op, trekt de deur open en verdwijnt in de stortregen.

Marc Tiefenthal
Marc Tiefenthal
In tijden van toenemende verdomming en groeiend nationalisme is het gepast, ha, erop te wijzen dat Marc Tiefenthal gemakkelijkheidshalve kan worden gecatalogeerd als Belgisch dichter, die zowel in het Nederlands als het Frans schrijft. In diezelfde context, stijgende verdomming en toenemend nationalisme, vraagt menigeen zich af waar de dichter verblijf houdt. Daar hij op twee plaatsen in de wereld verblijf houdt, dit is bilokaal woonachtig, heeft hij op het Groot Smoelenboek van de heer Sukkelberg, voor de lol Bobigny als woonplaats opgegeven. Kom hem daar maar niet bezoeken. Evenmin als in Menen, Ieper, Leuven, Bossière, Brussel, Antwerpen noch Temse, waar hij ooit gewoond heeft.

Zolang de zon…. (Een kleine revolutie)

Dagen die op elkaar lijken
Dingen die gelukkig hetzelfde blijven
Maar zo nu en dan een kleine revolutie
Weer iets om je op te verheugen, morgen
Misschien wat vleugels als volgende evolutie…

Zolang de zon maar blijft schijnen
Zo lang heden maar ons dagelijks brood
Dat jij maar wordt de mijne
wetten die ons beschermen
en oh ja, weg met de dood!

Een beetje spanning in het leven
Wat herrie in de tent, bij voorkeur in het weekend
Af en toe een wending in het aloude toneelstuk
Andere teksten in het dagelijks journaal
Andere wensen met nog groter het geluk.

(refr.)

Een beetje speling, maar voor de rest routine
Een beetje ruimte in het geheel
Een kleine verandering, een lagere prijs voor de benzine
Weer water in de wijn van iets teveel.

(refr.)

Stefan Pietersen
Stefan Pietersen
Stefan Pietersen: werd ooit gèboren en daarna steeds wedergeboren en worstelt zich middels liedjes, gedichten, toneelteksten, verhalen en wat niet nog meer; is er eigenlijk nòg meer tussen hemel en diepe depressie?, tot elke dag weer herboren wordt in schoonheid.

Jackology: Ave de Barro


In the beginning there was Jack… Ave de Barro performs up close and personal. Live ‪@studiojackology‬ in a matrix near you…

Bob Minne
Bob Minne
Bob Minne is een Gentse dichter die zich naast poëzie ook toe- legt op straattheater, performance-kunst en theatre invisible. Van 1999 tot 2005 was hij lid van een aantal Gentse hiphop/spoken word formaties zoals ‘Lowlife’ en ‘Six Monkeys and a Barrel’. De laatste jaren stond Bobadas met gedichten en spektakel tussen de mensen of op de planken. Van Gent tot in Slovenië, van Brussel, Leuven en Oostende tot in Poitiers, Aurillac, Amsterdam, Groningen of Barcelona.Deze eigenzinnige man van het woord is verder ook verantwoordelijk voor de organisatie van diverse artistieke evenementen zoals het jaar- lijks ecologisch en eigentijds cultuurfestival ‘Zaradi Tebe’ en de 10-daagse woord en beeld marathon ‘En het Grootste Deel Schreven we Sa- men in Bed’ tijdens de Gentse Feesten. Zes jaar lang was Bob Minne één van de mensen achter het dichterscollectief ‘De Wolven van La Mancha’ dat allerlei streken overspoelde met poëtische avonden. Sinds 2012 brengt hij als lid van de culturele organisatie ‘Dichter bij Ithaka’ multidisciplinaire events en producties zoals ‘Mensen die Dichten zijn Gevaarlijk’ ‘Guard Avant’ en ‘De Tuin van Heden’.

Banket en parket

 

In Nederland noemen ze de zetel of de sofa de bank. Ze weten niet en willen niet weten hoe verkeerd dit is. Laten we eens kijken waar er wel een bank te vinden is.

In het park. In weer en wind, steeds paraat.

De geldbank. Enkel open tijdens sommige kantooruren. Voor de rest op uw telefoon.

De bloedbank. Voor bloedgevers zogenaamde donoren en bloedzuigers die bloed toegediend krijgen.

De pijnbank. Voor bloedlozers. Bloedloezers dus.

De gegevensbank. Voor gefilterde, geklasseerde en gerangschikte informatie hapklaar voor uw computer. De  racistische aanval van de Nederlandse belastingdienst op gezinnen van Turkse en Marokkaanse oorsprong inzake de kinderbonus was het resultaat van een netjes gevoede gegevensbank met ingebouwd racisme.

De organenbank. Het is er altijd druk in het weekend.

U ziet, geen enkele van deze banken past in ons salon. Daar zitten we dus veeleer en terecht in een zetel of een sofa. Daar is niets mis mee, integendeel. Doei.

Marc Tiefenthal
Marc Tiefenthal
In tijden van toenemende verdomming en groeiend nationalisme is het gepast, ha, erop te wijzen dat Marc Tiefenthal gemakkelijkheidshalve kan worden gecatalogeerd als Belgisch dichter, die zowel in het Nederlands als het Frans schrijft. In diezelfde context, stijgende verdomming en toenemend nationalisme, vraagt menigeen zich af waar de dichter verblijf houdt. Daar hij op twee plaatsen in de wereld verblijf houdt, dit is bilokaal woonachtig, heeft hij op het Groot Smoelenboek van de heer Sukkelberg, voor de lol Bobigny als woonplaats opgegeven. Kom hem daar maar niet bezoeken. Evenmin als in Menen, Ieper, Leuven, Bossière, Brussel, Antwerpen noch Temse, waar hij ooit gewoond heeft.

Uit de put (Am, Bo Diddley-beat)

Roer eens in mijn hart
dat gevoelens stuurt naar mijn hele lijf
Het hart is waar alles stopt en start
Het hart bepaalt wie en wat er blijft.

Verander mijn gevoel met armen en handen
Geen enkel opbeurend woord heeft effect
Lichamelijkheid waar het lichamelijk plakt
van trage modder door een triest subject.

Trek me, trek me, trek me zo de put weer uit
Trek me, trek me, trek me uit de drek totdat ik fluit
(En de ketel ook).

Doe mij jouw leuke dagje
Schenk wat over en redt me van de fles
Stuur de ober langs en daarna mag je
mijn goed humeur ophalen, hier heb je mijn adres.

(refr.)

Je hebt maar te luisteren
als je ten harte neemt wat ik te zeggen heb
En als je denkt dat ik teveel klep
doe dan alvast je afscheidszoen
Dan kun je al die andere dingen doen
terwijl ik je jaloers nakijk…

(refr.)


Stefan Pietersen
Stefan Pietersen
Stefan Pietersen: werd ooit gèboren en daarna steeds wedergeboren en worstelt zich middels liedjes, gedichten, toneelteksten, verhalen en wat niet nog meer; is er eigenlijk nòg meer tussen hemel en diepe depressie?, tot elke dag weer herboren wordt in schoonheid.

Nog wat industrie? Liever niet

 

In allerlei menselijke handelingen en activiteiten is industrialisering opgedoken. Of ingetreden. Met wisselend succes. De voedselindustrie bulkt van ziekteverwekkende ingrediënten. Ik walg van kant-en-klare maaltijden.

Waar ik niet van walg is de verpakkingsindustrie, een verzameling oenen met twee linkerhanden die van alles & nog wat verpakken. Ik leef ermee op voet van oorlog. Zij verplicht me altijd gewapend rond te lopen, met een zakmes op zak om verpakkingen te openen die anders niet open te krijgen zijn. De onwillige verpakkingen, ze maken haast de helft uit van de producten van de verpakkingsindustrie.

Die oenen immers vergeten heel vaak dat je hun verpakkingen ook nog moet open zien te krijgen. Het zal hen worst wezen.

Japanners doen niet aan verpakkingindustrie. Voor hen is verpakken een kunst, niet inpakken en wegwezen maar uitpakken, traag maar zeker en laag voor laag, zonder iets te scheuren. Zie je, alleen al de verwoording ervan doet u, lezer, en mij, schrijver, watertanden. Zonder industrie is het pas goed leven.

Marc Tiefenthal
Marc Tiefenthal
In tijden van toenemende verdomming en groeiend nationalisme is het gepast, ha, erop te wijzen dat Marc Tiefenthal gemakkelijkheidshalve kan worden gecatalogeerd als Belgisch dichter, die zowel in het Nederlands als het Frans schrijft. In diezelfde context, stijgende verdomming en toenemend nationalisme, vraagt menigeen zich af waar de dichter verblijf houdt. Daar hij op twee plaatsen in de wereld verblijf houdt, dit is bilokaal woonachtig, heeft hij op het Groot Smoelenboek van de heer Sukkelberg, voor de lol Bobigny als woonplaats opgegeven. Kom hem daar maar niet bezoeken. Evenmin als in Menen, Ieper, Leuven, Bossière, Brussel, Antwerpen noch Temse, waar hij ooit gewoond heeft.

Tweesnijdend 4 dr. Guillotin

 

De valbijl maakte een einde aan de klassenjustitie inzake uitvoering van de doodstraf. Hoe armer de burger, hoe straffer de straf, hoe groter de marteling, hoe wreder de dood. Zo verging het de ter dood veroordeelde. Met de valbijl werd iedereen gelijk voor de doodstraf. Het slachtoffer merkte bovendien nauwelijks dat hij of zij onthoofd was.

De valbijl is een Franse eensnijdende bijl die van op zekere hoogte, meer dan een meter, naar beneden in de nek van het slachtoffer valt.

Dr. Guillotin, arts en links politicus, had in het Franse parlement gepleit en geijverd voor een propere terechtstelling die voor iedereen dezelfde zou zijn. Gelijkheid stond hoog in het vaandel geschreven van de Franse republiek.

De valbijl is naar hem vernoemd in het Frans: la guillotine. Hij heeft ze niet ontworpen. De naam is dus niet volledig aan de dokter gelinkt. Hij had louter de aanzet gegeven.

Even zag het er naar uit dat hij er zelf het hoofd zou bij verliezen. Hij werd ter dood veroordeeld maar kreeg genade.

Marc Tiefenthal
Marc Tiefenthal
In tijden van toenemende verdomming en groeiend nationalisme is het gepast, ha, erop te wijzen dat Marc Tiefenthal gemakkelijkheidshalve kan worden gecatalogeerd als Belgisch dichter, die zowel in het Nederlands als het Frans schrijft. In diezelfde context, stijgende verdomming en toenemend nationalisme, vraagt menigeen zich af waar de dichter verblijf houdt. Daar hij op twee plaatsen in de wereld verblijf houdt, dit is bilokaal woonachtig, heeft hij op het Groot Smoelenboek van de heer Sukkelberg, voor de lol Bobigny als woonplaats opgegeven. Kom hem daar maar niet bezoeken. Evenmin als in Menen, Ieper, Leuven, Bossière, Brussel, Antwerpen noch Temse, waar hij ooit gewoond heeft.

Tweesnijdend 3 Damocles

 

Met Damocles belanden we bij de oude Grieken, aan het hof van Dyonisios de oudere, alleenheerser van Syracuse. Damocles behoorde tot de hofhouding en hield zich ledig met het bewieroken van de alleenheerser. Dat zijn volk hem zo bewondert, en zo.

Dionysios zelf echter vond die vleierij maar niets. Hij liet Damocles aanschuiven aan een rijk gevulde tafel. Echter …. De hele tijd en een uitgebreide maaltijd duurt lang, hing aan een paardenhaar vastgemaakt een zwaard boven zijn hoofd. Zijn eetlust daalde dan ook zienderogen en zijn gastronomisch genot was verknoeid.

De oudere wou duidelijk maken wat hem als machthebber dagelijks boven het hoofd hing. Damocles zong nadien enkele toontjes lager en gaf dat luxebestaan op. Trok hij zich als eremiet terug in de woestijn? We weten er niet veel meer van. Het zwaard echter is de geschiedenis in gegaan.

Terzijde: binnen een democratie is de macht eerder verspreid. Een staatshoofd hoeft minder te vrezen. De huidige alleenheersers zoals het Trump, den Erdo of Vladim Putain achten zichzelf zonder vrees. Laat het zwaard loskomen van het paardenhaar en hen treffen.

Marc Tiefenthal
Marc Tiefenthal
In tijden van toenemende verdomming en groeiend nationalisme is het gepast, ha, erop te wijzen dat Marc Tiefenthal gemakkelijkheidshalve kan worden gecatalogeerd als Belgisch dichter, die zowel in het Nederlands als het Frans schrijft. In diezelfde context, stijgende verdomming en toenemend nationalisme, vraagt menigeen zich af waar de dichter verblijf houdt. Daar hij op twee plaatsen in de wereld verblijf houdt, dit is bilokaal woonachtig, heeft hij op het Groot Smoelenboek van de heer Sukkelberg, voor de lol Bobigny als woonplaats opgegeven. Kom hem daar maar niet bezoeken. Evenmin als in Menen, Ieper, Leuven, Bossière, Brussel, Antwerpen noch Temse, waar hij ooit gewoond heeft.

Tweesnijdend 2: Ockham

 

Zowat mijn hele volwassen leven scheer ik me nat, dit betekent met kwast, zeep en scheermes. Wie scheermes zegt, zegt Ockham. Willem van Ockham was een middeleeuws, ietwat Engelse wijsgeer en een volslagen nominalist. Ik zou voor minder zweren bij een scheermes. Zelf ben ik namelijk ontzettend nominalist. Nomen est omen. Je krijgt een naam en die doet het voor jou. Naam maak je niet maar krijg je. Je naam maakt je waar.

Tegenwoordig is het minder gevaarlijk nominalist te zijn maar in de Middeleeuwen kreeg je daarvoor de banvloek van de Kerk die dit denken als ketters beschouwde. Politiek en zedelijk correct denken kon niet in het nominalisme. De toenmalige paus sloot daarom Ockham gewoon op. Echter, handige Willem kon ontsnappen en vond asiel in Munster, Duitsland. Stof om er een spannend boek over te schrijven. Hij hoefde dus niet zijn polsen over te snijden met een scheermes.

God schiep uit het niets. Dus was er eerst niets. Dan was er ineens iets. God of iemand anders gaf het een naam. Daar had die paus het dus moeilijk mee. Ockham was hem echter ontsnapt. Niet zo gek veel later versoepelde de kerk haar standpunt inzake nominalisme.

Marc Tiefenthal
Marc Tiefenthal
In tijden van toenemende verdomming en groeiend nationalisme is het gepast, ha, erop te wijzen dat Marc Tiefenthal gemakkelijkheidshalve kan worden gecatalogeerd als Belgisch dichter, die zowel in het Nederlands als het Frans schrijft. In diezelfde context, stijgende verdomming en toenemend nationalisme, vraagt menigeen zich af waar de dichter verblijf houdt. Daar hij op twee plaatsen in de wereld verblijf houdt, dit is bilokaal woonachtig, heeft hij op het Groot Smoelenboek van de heer Sukkelberg, voor de lol Bobigny als woonplaats opgegeven. Kom hem daar maar niet bezoeken. Evenmin als in Menen, Ieper, Leuven, Bossière, Brussel, Antwerpen noch Temse, waar hij ooit gewoond heeft.

Tweesnijdend 1 Procustes

 

Damocles een zwaard, Ockham een scheermes, Guillotin een valbijl voor een snelle en nette onthoofding. Ze snijden allemaal maar snijden geen hout. Ze gaan voor het vlees.

Wie het op de houthandel heeft begrepen, kan maar beter geen beroep doen op hen. Noch op Procustes. Vreemde kerel. Een voorvader van de handel in menselijke gemiddelden en dito middelen. Hij maakte het gemiddelde op aan de hand van een bed. Later werd dat gewoon het bed van Procustes genoemd.

De man baatte een herberg uit en liet elke gast plaatsnemen in dat bed. Als de gast te groot was, sneed Procustes diens armen en benen wat bij tot ze pasten. Was de gast te klein, dan rekte Procustes hem of haar wat uit tot hij pastte. Zelden overleefde de gast dit, waarna Procustes zich van zijn gast ontdeed en zich ontfermde over zijn bagage. Mooi meegenomen, toch.

Zelf mocht hij op een dag in zijn bed gaan liggen tot de dood erop volgde.

Hij leeft voort in de logica, die soms het bed van Procustes wordt genoemd.

Marc Tiefenthal
Marc Tiefenthal
In tijden van toenemende verdomming en groeiend nationalisme is het gepast, ha, erop te wijzen dat Marc Tiefenthal gemakkelijkheidshalve kan worden gecatalogeerd als Belgisch dichter, die zowel in het Nederlands als het Frans schrijft. In diezelfde context, stijgende verdomming en toenemend nationalisme, vraagt menigeen zich af waar de dichter verblijf houdt. Daar hij op twee plaatsen in de wereld verblijf houdt, dit is bilokaal woonachtig, heeft hij op het Groot Smoelenboek van de heer Sukkelberg, voor de lol Bobigny als woonplaats opgegeven. Kom hem daar maar niet bezoeken. Evenmin als in Menen, Ieper, Leuven, Bossière, Brussel, Antwerpen noch Temse, waar hij ooit gewoond heeft.
« Older posts Newer posts »

© 2026 KutBinnenlanders.nl

Theme by Anders NorenUp ↑