KutBinnenlanders.nl

Auteur: Stefan Pietersen (Page 17 of 18)

Stefan Pietersen: werd ooit gèboren en daarna steeds wedergeboren en worstelt zich middels liedjes, gedichten, toneelteksten, verhalen en wat niet nog meer; is er eigenlijk nòg meer tussen hemel en diepe depressie?, tot elke dag weer herboren wordt in schoonheid.

Pijn die overdrijft

Pijn die over drijft    (2, Red lights)

 

Ik kreeg dat kut-gevoel

onderweg

door een wezentje dat

met kut onder de arm

op een stippellijn daar

stond te liften.

 

God, oh, kut, weg met kut!

Oh, wat zal ik

dan, alleen

gelukkig zijn en blijven…

 

Stop!

Ik rem

ontwijk dat kut-gevoel

dat

door ons beiden onaangeraakt

simpel weg, over drijft

en de weg

als nieuw

voor ons vrijmaakt.

Paraglij-middel

Para-glijmiddel   (1ste gedicht n.a.v. Red lights, DVD)

 

Het was waar

en onverklaarbaar:

hij was dood, maar zijn hart

het klopte niet, omdat het klopte.

 

En overal de klopgeluiden

klaterend applaus voor

ons die, compleet waus

alle klokken precies

kloppen lieten luiden.

 

Niet uit vreugde, maar uit

wanhopige vrees

want zo was het in die wetenschap

nog nooit geweest.

 

We vluchtten als hazen

voor ons razend

denkwerk uit

en zouden dat zelfs nog zijn blijven doen

als toen niet…

 

Onze harten het begaven

en wij, vrij van sponzend brein soepel

parachuteerden in het abnormale

en begraven onder klopgeluiden

uit het hart

toch eindelijk gelovig waren…

Niet geheel gedekt

Niet geheel gedekt

 

Oh

Laat iedereen het weten

elke ziel in elk lijf het beseffen

als een kleffe mokerslag/gitaarslag treffen

Moordkuil is dood en heeft het koud

want hij is niet geheel gedekt.

 

Stuur vier miljoen wandelaars in

vier dagen de wereld rond

terwijl jagers hele marathons

rond hen patrouilleren

om de Boodschap te verweren:

Moordkuil is gestorven, maar wordt oud

want hij is volledig af

maar niet geheel gedekt.

 

Laat de honger naar meer Afrika verkillen

laat een nieuwe zondvloed stromen naar ons Stef zijn hart

 

Laat de laatste arme Mijn Lichaam willen

sparen tot de nacht

zodat hij mijn geest zal mogen kunnen verwarmen

terwijl hij huilend start

naar mijn Kruimels smachtend…

 

die ik achter me strooide om mijn volk te gidsen

naar de plek waar ik opnieuw

mijn krachten verzamel in een schamele hut

 

In een woestijn of veertig en dan

als spitse klapsigaar op liefdespijl

Moordkuils wijze nonsens in een dag/nachtenlang

interview met God.

 

Laat de rijken in de waan

dat het hun privilege is

om me te gunnen

hun luierend verworven centen

de prijs te laten betalen

 

zodat zij nog net op tijd

een monstrueuze kist voor mij

mogen gaan halen

bij veertig van de duurste tenten.

 

En laat het verdriet om mij heengaan

en de behoefte om dat te delen

zorgen voor de armen

en de rijken in de benen

 

samen in levens

waarin een hele lange mars, verschenen

naar voortaan

sámen voor mijn graf staan

want zo word ik pas dood gelukkig.

 

En om mijn kort verhaal

lang genoeg te maken

wil ik de beste breinen laten kraken

 

om te zorgen voor de beste droom

onder die beroemde

ooit naar mij vernoemde

Verboden boom

want ik lig daar nu lekker wel

maar ik lig niet lekker…

 

Oh jezus, oom!

mag ik dan nu van u

een pintje bloed

een driedaags dutje in je trutje

en een Human Cracker….?

Prozagedicht over de doodstraf

De doodstraf

 

En de verdachte werd veroordeeld

en de uitkomst was dat hij zou sterven

de erven zouden het vonnis in zijn grafsteen kerven

en eeuwig zou zijn naam zo voortbestaan.

 

Hij was het er niet zo mee eens

en dat wetend werd gezegd; als u even wilt tekenen

onder het vonnis dat waar ook de zon is

zijn dagelijkse strafmaat nu onder is gegaan.

 

Dus men wachtte en op jaarlijkse basis

stuurde men de stippellijnen naar zijn cel

een steeds terugkerend spel met in gedachten dat ooit wel

zijn instemming er in een kruis onder zou staan.

 

En zo gingen er jaren van opsluiting voorbij

hij was vrij, maar gevangen in dat rot-idee

dat het altijd dan ja werd en onmogelijk een uiteindelijk nee

al was er dan inmiddels een kolonie op de maan.

 

En het idee rijpte en rotte vast in hem

en corrumpeerde al zijn levenslustige driften

en de giften uit het hele land, retourneerde hij op het eind want

hij was hier ooit ingekomen, maar zou pas zonder zichzelf eruit gaan.

 

En op de dag dat hij het meest wanhoopte

waarop de zon slechts donderwolken in hem opriep

waarop zijn koppijn galblaas schiep en hij in rondjes voor zich uit liep

waarop zijn streek werd afgeleverd als spreekwoordelijke traan.

 

Toen kwam opnieuw een dorre dag en dezelfde ambtenaar

die hem zwijgend van geluk onderstrepend door liet schrijven

dat hij niet wou blijven in wanhoop die hem terug zou drijven

en dat hij alle ruimte gaf aan hun elektrische gaskraan.

 

En hij rookte en kookte tot zijn laatste trekje

en trok toen met zijn laatste adem aan de hendel

de priester zwaaide met de pendel en op het Requiem van Händel

schreef hij hun schuld af met een zwierig neer gepootte haan.

 

En zo worden wij allen toch veroordeeld

en zo wachten wij elk op zich op de gift van doodstraffen

op het scheiden van het hoofd en hart, kurken en karaffen

en lopen met het hoofd omhoog uit de laatste laan.

Ondoorgrondelijke gronden

Ondoorgrondelijke gronden

 

De visser die in zijn stille gronden

zonder haak op vrede aasde

ving plots een vis die hem verbaasde

op een glazig, maar vredig oog.

 

Hij ging voortaan jagen

op dier dat vredig graasde

En raasde van geluk bij vlagen

als zijn gouden kogel

een droge regenboog

en hij die vis

in zichzelf weer trof.

 

Het is altijd diep

Het is voortaan stil

En de gronden en het water

welke God ook wil

Het is nooit zoals het spel

wel of niet liep

Het is altijd pril

altijd wild

altijd stil, altijd

en en of.

Ziel loost lichaam

Ziel loost lichaam

 

Ik leeg mezelf hier op dit scherm

en trek me live terug uit lijf

want als ik blijf

Dan schreeuwt het bloed en kermt

om te kunnen stromen

terwijl ik van één hart, één gevoel

één ziel in een ééntongig brein blijf dromen

tot ik sterf en dat duurt, denk ik

denkend niet meer zo lang.

 

Want als ik denk

knijp ik mijn aderen toe

terwijl mijn ogen open gaan

en ik de kraan

dicht probeer te sponsen

alles en iedereen ronselend

alle zeilen, alle dweilen

al dit papier, vergane mijlen

ik ben zo moe.

 

En als het is gedaan

als mijn ziel het lijf weer binnenkruipt

de woorden overlezend

zich mijn bloed wederom inlezend

zodat het zich nestelt in mijn wezen

dat ik vervolgens weer kwijt wil spelen

door het met u

met taal te delen

 

Deelt het zich wijl ik het verdeel

is met weinig van veel tevreden

een beetje leven in de dode brouwer

Eén slokje bier en ik ben niet hier

want even in mijn lever, ergens anders.

 

En de ziel, die loost het lichaam

met letters en figuren

en het lichaam vult zich dan met uren

van toekomstig: leren om te vegeteren

te teren op de ziel die niet meer is

die ik mis, enkel als ik leef.

 

Nu maar even de ogen dicht

en de sluizen open

en als de vloed de zonde overspoelt

ben ik er even niet

Goed bedoeld!

Fluiten

Fluiten

 

En als de arts tussen de grenzen

op zoek gaat naar wat nog levend lijkt

fluit hij steevast zacht een nog slapend liedje

want daar geniet je

tenminste van als je ergens tevergeefs strijdt

 

een feit voorbij langsloopt dat stervend naar je opkijkt

en hij was gelukkig en in volstrekte vrede

want ook als hij slechts lijken vind

en hij ze ophopend ziet hopen en dan dat kind

 

fluiten de kogels om hem heen

tenminste mee

dat melodietje van slaapliedjes geniet

in de laatste straffe wind.

 

De balkjes

De balkjes

 

En toen de kassajuf

haar twee klanten

na elkaar de balkjes

weg zag leggen:

uit mijn ogen!

Wist zij, deze twee

hebben het net

bijgelegd.

 

En dat gaf haar

na haar dienst

het ideetje voor haar

kroost verweest

nog een onsje, extra

bakkie troost

op tafel

en zo werd het

thuis alsnog feest.

 

Door twee balkjes

tussen twee kranten

inspiratie

en twee

verstrooide klanten

                      

 

 

 

Übermensch, betert u!

Übermensch, betert u!

Het recht van de sterkste bestond altijd al

maar Darwin heeft dat adagium versterkt

met als gevolg de opkomst

van racist en fascisten overal

zich steeds opnieuw opmakend

en maskerend voor geval van val

en fanatici die aan hun eigen denkend

dat denken doordrenken…

 

Het is nu aan de übermensch

als er al

zoiets in de mens bestaat

met een nieuwe op zichzelf gerichte oerknal:

 

om al zijn liefde, medelijden, meegevoel van goed en kwaad

te stoelen op een nieuw geloof, leidend tot een

naar rust en vree verlangend

de koppig eigenwijs geraakten

vervangend hoofd

Die desnoods in een week of 110 miljard

de wereld herschept

naar ons aller hart…

 

Naar de hel met Darwin, met Nietszsche

weg met zijn verkregen titel

Hij leidde de wereld tot op nu

kietelde de makste zwaksten

op naar Hitler

en Kameraden…

 

Darwin is dood: dood aan Darwin!

U bent het vast wel met me eens…

 

 

 

Het jonge gezinnetje

Het jonge gezinnetje

 

Het omaatje op de bovenkamer

tussen het kind- en bejaardentehuis

dacht, terwijl ze met kopje thee

in foto-album zat te bladeren:

 

En ik bleef maar in verwachting

en alweer en alweer en alweer en alweer

 

Terwijl we toch maar vreeën

die ene keer…

 

En vanonder klonk het

uit haar buik

van de nieuwste jonge Heer:

 

Ah, toe Eva Marie

zullen we?

nog één keer…

 

]]>

« Older posts Newer posts »

© 2026 KutBinnenlanders.nl

Theme by Anders NorenUp ↑