Ze waren jong, blond en luid. En heel duidelijk giebelende Nederlandse studentes. Wat zeg ik, Nederlandse, ‘Ollandse. “NEE DÉZE DAN HAHAHAHAHAHA” en ze lazen voor: “OPDRACHT ZES: LAAT EEN BELG HET WILHELMUS ZINGEN.” En weer gegiebel. Ik dacht: succes, meisjes. Komen jullie wel achter. Het ging maar door en door en ik probeerde me op mijn laptopscherm te concentreren ondertussen. “EN DEZE DAN. VRAAG EEN GENTENAAR WAAR DE TERM STROPPENDRAGER VANDAAN KOMT HAAHAHAHAHAHA STROPPENDRAGER JA HOOR” waarop een ander zoiets had van “JA IK DENK DAN AAN EEN STROPDAS, DAAR ZAL HET WEL VAN ZIJN” en een kakafonie van gelijkgevende klanken klonk. Ik dacht, o god, de tutjes gaan óók naar Gent. Bij de overstap moet ik beslist een andere coupé vinden dan zij. Dit wordt een gekke reis. Ik had gelijk.

De trein stopte en iedereen wachtte tot de deur open kon. Proberen. Nog niet, blijkbaar. Proberen. Nog niet. Verdacht lang. Ik zag de bui al hangen en keek naar de buurcoupé. Ja hoor, daar was iedereen er al uit. Met mijn tassen slingerend sprong ik door de binnenstromende menigte de trein uit. Of de rest van die mensenkluwen in mijn coupé het op tijd naar buiten gered heeft, ik heb geen idee. Sorry mensen, I was on a tight schedule. Ik werp onderweg naar de trap één blik op het bord, routineus, gewoon om te dubbelchecken of ‘mijn’ gebruikelijke vervolgtrein op hetzelfde spoor en tijdstip staat. Eh… Nee ? Wat nou nee ? Niet ? Spoor 2, helemaal bovenin het station, en dertien minuten later ? Huh ?

Verbaasd loop ik toch maar een beetje in de richting van het gebruikelijke overstapspoor, om daar iemand met een enorm ding moeilijk te zien staan doen onderaan de roltrap. Ik dacht even dat het een stakende schoonmaker was die met een bezem aan het poseren was, want ik zag meteen daarna ook een cameraman, maar dichterbij gekomen bleek het een microfoon. Waarom staan er nu weer mensen op Antwerpen te filmen, dacht ik, en besloot mij verdekt uit beeld op te stellen, namelijk vlak erbij buiten de lensrichting.

Loopt er dus doodleuk Lien Van de Kelder met een andere acteur, middenin een scéne, in rol dus, langs me heen terwijl de cameraman achteruit het ‘loopshot’ verricht. Wow. Lien Van de Kelder op een meter afstand, dat maak ik ook niet elke dag mee. Kleine dame maar in het echt minstens zo mooi als op de kijkbuis. Ik grinnikte nog even over deze wonderlijkheid en vervolgde mijn reis.

Op Gent stapte ik over naar Drongen. Een conducteur van het levendige, vrolijke slag – U kent ze wel, die mannen die dat al heel hun leven doen en tóch met plezier naar hun werk blijven gaan – zwaait nog een paar extra, aan komen rennende mensen erin en steekt de sleutel boven de deur erin. Nog nét voor de deur dicht was, terwijl de trein al rijdt, zwaait een jonge knaap zich preciés door de sluitende deuren binnen.

De conducteur knippert met zijn ogen, grijpt de jongen half kolderiek vast, en begint te briezen “bende gij helemaal zot ! Als gij tussen diene deur had gezeten, dan wou ge niet weten wat er gebeurd was, dan waarde ge eraan he ! Die machinist die ziet dat niet dat er dan iemand onder ligt he ! Dan moet ik aan de noodrem trekken en dan is alle vertraging voor u he, leg dat thuis maar eens uit aan papa en mama. Maar ja, het is toch zo ! En als gij tussen diene deur waart gekomen he, ge waart eráán geweest ! Man, mijn hart klopt mij hier 140, pfoei. Da van jullie ook, niet ?” richt hij zich naar ons, de inmiddels half op onze tong bijtende om niet te lachen, half schichtig kijkende gangpadkliek die deze druktemaker observeren. “Zo’n jonge gast, en dan waarde eraan geweest hoor, dat moogde echt niet meer doen.”

Hij loopt een coupé binnen, komt terug: “Ja maar ja, dat is echt hoor, dat moogde nooit meer doen zo, ge wil niet weten wat er kan gebeuren, man man man man man.” Hij loopt de andere coupé binnen. Komt terug. “En diene camera he, op het perron he, die he’t alles gefilmd he manneke. Dus ik weet nie wa ze daar nog mee gaan doen. Ah maar ja, ’t zal wel zijn se !”

Pal na dit kersje op de taart die de reis toch al was moet ik uitstappen. Lachend loop ik over straat. En even denk ik aan Mijke Pol. Wat zal die momenteel jaloers zijn.

 
René van Densen
René van Densen
René van Densen (1978) is een cynische dromer, een lachende pessimist, een realistische romanticus, een honklosse kluizenaar, een intelligente mafkees, een bedachtzame schreeuwer, een podiumschuwe polderpoëet, ex-nachtburgemeester van Tilburg, ex-striptekenaar, ex-schrijver, ex-webdeveloper, ex-vuilnisman, ex-kind en ex-volwassene, ex-burger, en kattenpapa van een Gentse terror kitten. Eerste Nederbelg die toetrad tot de Wolven van La Mancha. Maar is uiteindelijk niet zo van de collectieven. U treft hem uitsluitend in vrouwonvriendelijke omgevingen aan, en die nieuwe roman van hem komt ook nooit af. Werd al eens omschreven als "onbegonnen werk" door een prachtige blondine.

www.renevandensen.nl
Meer René op Facebook !