KutBinnenlanders.nl

Maand: juli 2008 (Page 2 of 4)

Kunst In De Besloten Ruimte (4)

Een opwaartse lijn, een voortdend’rende trein

Een kantoordichter. Het fenomeen rukt op. Een collega die zijn collegae enkele inspirerende woorden schenkt. Of zoiets. Is blijkbaar nodig. Ook het ambtelijk apparaat van de gemeente Tilburg is er hard aan toe. Althans, volgens burgemeester Ruud Vreeman. Hij nam het initiatief voor een poëtisch pilotproject, in stadskantoor 1. Is het succesvol, dan wordt het uitgerold. Opgeschaald naar stadskantoor 2, stadskantoor 3, et cetera. U begrijpt de strekking. Volgens Vreeman moet het kantoordichterschap “het eroderen van de persoonlijkheid door de hiërarchie en bureaucratie van een grote organisatie” tegengaan. Zo, zo. En hij méént het: hij schreef zelf het eerste gedicht (na het volgen van een workshop, met welgemeende passie verzorgd door een van de voormalige stadsdichters). Daarna is het stuivertje-wisselen. Wethouder Joost ‘hetera’ Möller staat al in de startblokken.

Loop ik over het nieuwe Pieter Vreedeplein
Dan zie ik de contouren van een echte stad
Dansen op het ritme van de tijd
en denk ik fijn
Terug aan het verleden, het heden, de toekomst
en wat We met zijn allen realiseren met zijn allen.
De PC Hooftstraat, ja zelfs die,
krijgen we dan ook klein met ons eigen dromenpaleis,
met onze postmoderne Mall en ja,
de T zit in een opwaartse lijn,
een voortdend’rende trein.
Ik stroop mijn mouwen op tot boven mijn taken,
Zet mij schrap tegen de seconden, de minuten, de uren, en zal
Van mijn werk een eeuwigdurende uitdaging maken.
Ook jullie bevlogenheid maken dat ik vlieg, dat ik kan bewaken
Dat onze stad de hoge pieken scheert, niet het troosteloze dal
En dus zeg ik met trots: jongens, blijf mij alsjeblieft raken!

De burgemeester zet meteen de toon. Het is duidelijk wat hij met het kantoordichterschap beoogt. Zijn ambtenaren moeten hem blijven raken. Alsjeblieft blijven raken. Een nobele boodschap. En vriendelijk verpakt. Geen flauwe veroordeling van de aanwezige lethargie, met bestofte stoplappen als ambtelijke luiheid en verstoppertje spelen voor de boze buitenwereld… Ha, ik begin te allitereren. Het gaat vanzelf. Zal wel door de poëtische kracht van Vreemans gedicht komen. Want het moet gezegd: onze burgemeester is een verdienstelijk dichter. Een zéér verdienstelijk dichter. Om te beginnen kiest hij voor de sonnetvorm. Klassiek, zo op het eerste oog. Traditioneel, ook op het tweede oog. Maar de schijn bedriegt. Wat zeg ik, de schijn bedríegt. Want wat een geraffineerde dichter is hier aan het woord. Hij tilt de klassieke vorm op en transponeert die naar deze tijd. Hupsakee! En nee hoor, geen strak metrum. Overboord daarmee. Flexibiliteit is wat deze tijd nodig heeft. Vreemans dichtregels bepalen hun eigen ritme. Kort, lang, zes jamben, vier jamben, hij draait er zijn dichtershand niet voor om. Dat het rijmschema wél strak blijft, versterkt de zeggingskracht. En met resultaat. Want welke boodschap zit er onder die anarchistische vormbehandeling verstopt? Juist, je hebt het verleden nodig om verder te komen. Je gooit het kind niet met het badwater weg. Wat een vondst! Gaan we iets dieper in op het gedicht, dan zien we dat Vreeman veel gebruik maakt van enjambementen. Bijvoorbeeld: ‘… en denk ik fijn / Terug aan het verleden…’. In het nú hebben we het fijn, maar dan wel dánkzij het verleden. Die metafysische gedachtelijn wordt versterkt door de verfijnde woordkeuze: seconden, minuten, uren. De burgemeester reist dynamisch op en neer tussen het heden en het verleden. Hij zit net als de T in een voortdend’rende (let op de versnelling door de apostrof!) trein. En daar voelt hij zich comfortabel bij. Vol vertrouwen op weg naar de toekomst. De chute gebruikt Vreeman wél weer klassiek: hij laat de octaaf en het sextet met elkaar schuren, een beetje vechten zelfs. En hij trekt zijn conclusies. Hij stroopt zijn ‘mouwen op tot boven zijn taken’, een prikkelend beeld. Hij schakelt een tandje bij, doet meer dan wat van hem verlangd wordt. Maakt van zijn werk een ‘eeuwigdurende uitdaging’. Op een prettig dwingende manier activeert hij zijn ambtenarencorps opnieuw, na de functionele herhaling van de woorden ‘met zijn allen’ in een eerdere strofe. Zodat hij straks vol trots door Tilburg (en omgeving) kan lopen. Door zíjn PC Hooftstraat, de Mega-Mall. Hand in hand met zijn vrouw. Een mooi klassiek plaatje. Zoals het hoort. Ook in 2012.

Smeerpijpen

Hetera’s uit alle hoeken en gaten gaven hem maandag flink van jetje. Een verslag.

Teus Oebelsma poetst de sponzig zwarte beugels van zijn karretjes. Het spookhuis is hot bij de hetera’s. Teus is er blij mee. Maar toch ook weer niet. Want soms maken de hetera’s er een potje van. “Ik blijf hier poetsen. Kom aan het eind van de dag maar eens terug. Dan zul je het wel eens zien met die viespeukerij.” Dat beloven we. Tot in de laatste alinea Teus!

Maar nu moeten we opschieten. Want het is zo tijd voor de opening-ceremonie. We stappen sneller en sneller over de kermis.

Een man in een roze hemd staat bij de bokskraam. Hij zet zich schrap en zwaait zijn arm naar achteren. Hij slaat met zijn vlakke hand tegen de boksbal. Pets! De boksbal wiegt naar achteren. Iiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiii doet de kast. De jongen heeft het record gebroken. Hij krijgt een grote gele beer. “Wauwiiiie! Wat een fijne beer.” De jongen kreunt.

We lopen door een tunnel. Een grote neger met een vetkuif staat over een veel kleinere man gebogen. De kleine man valt weg achter de brede negerrug. Er komt een hoofd uit de oksel van de neger. Het hoofd van Hilbert van Werwijnen. De kekke ex-wethouder. “Hallodiedoodie! U oek hier! Gezelliiii! Kom u oek naar de opening-ceremonie?”

We negeren de olijke babyboomer met zijn vraag en stappen almaar sneller.

Want sinds Gilbert Verwijhen ex werd door schimmige zaken rondom gemeentelijke consumptiebonnen is hij duidelijk yesterday’s news. Passé en exit. Uiteraard nog steeds zeer en vogue tot in de hoogste kringen van het accountantsgilde. Jazeker: nog immer gefundes fressen voor het kalkende bodemplankton. Natuurlijk: spekkie naar ’t het bekkie van steuntrekkende kunstenmakers die zoeken naar een blozende sugardaddy met hoge aaibaarheidsfactor. Dat hoort u ons ook niet ontkennen. Maar U kunt duidelijk zonder hem.

We trappen nog harder op de tegels.

Daar zijn we dan. Het hele plein staat vol met hetera’s. Ze lachen, dansen en praten. Onze trommelvliezen pulseren boosaardig van de hoge frequenties die ze uitstoten. Op het bordes verschijnt een man in een roze markiezenpak. “Haaaaaiiiiii!!!” Het is ceremoniemeester Paul van Loon. Hij schiet in de hoogte. Hoger en hoger verrijst hij boven het bordes. Waar eindigt dit? Paul lijkt wel aan een onzichtbare reuzenballon te zitten. Maar nee…mispoes!

Want uit Paul’s kruis steekt een gigantisch hooft. Het reuzenhoofd is helemaal bedekt met een dikke, zwarte vacht. De ceremoniemeester zit op de schouders van de donkere, grijnzende grobbenbol. Housebeats slaan neer op de massa. De reus begint te hupsen op het bordes. Roze champagne spuit in het rond. Poppers, pillen en poeders gaan van hand tot hand. De lucht ruikt zoet en poepachtig. Daar is Hilbert van Werwijnen weer. Zijn hoofd steekt net boven de rand van het bordes uit. En daar: wethouder Joost Möller. Hij draagt een roze indianentooi die hem alleszins flatteert. Hij pakt de roze dildomicrofoon. “Lieve hetera’s! Namens de gemeente wil ik u vertellen dat we volgend jaar onze stad eens goed in piktjurrr gaan zetten! Jazeker! Het Holland Hetera House! Het Carré van het Zuiden! Jaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaa”

Het plein explodeert. Gegil barst los. Duizenden winden klinken. Hetera’s stromen naar voren, klimmen tegen, op en over elkaar om wethouder Möller te bereiken. Ze maken ladders van vlees.

En dan nog even langs Teus in het Ghost Mansion. Vandaag: 24 gevulde condooms, 1 seksueel gemolesteerde mummie en 2 karretjes die door smegma, zaad en zweet onklaar zijn gemaakt. “Bert, mijn muntjesverkoper ligt in het ziekenhuis. Een dwarslaesie omdat hij uitgleed over een plas zaad. Smeerpijpen, dát zijn het meneer. Al die gore hetera’s.”

Kermiscartoons achtbaan

Momenteel zit ik tijd te spenderen aan de vierde editie van het KermisCartoons project, waarbij striptekenaars en animatoren (alsmede incidentele schrijvers, filmmakers, spelletjesmakers en zelfs musici) hun interpretaties van de kermis op papier zetten. Donderdagnacht ben ik echter door een (daarna doorgereden) auto ondersteboven gebotst dus tekenen gaat niet zo denderend. Bovendien vind ik sowieso de laatste tijd andere uitingsvormen veel interessanter voor mezelf geworden dan inkt op papier. Daarom nu een achtbaan gemaakt van de flyers van KermisCartoons 2008. Ook aldaar te vinden, maar dus ook hier. Voor mijn fans, álles voor mijn fans !

« Older posts Newer posts »

© 2026 KutBinnenlanders.nl

Theme by Anders NorenUp ↑