Een opwaartse lijn, een voortdend’rende trein

Een kantoordichter. Het fenomeen rukt op. Een collega die zijn collegae enkele inspirerende woorden schenkt. Of zoiets. Is blijkbaar nodig. Ook het ambtelijk apparaat van de gemeente Tilburg is er hard aan toe. Althans, volgens burgemeester Ruud Vreeman. Hij nam het initiatief voor een poëtisch pilotproject, in stadskantoor 1. Is het succesvol, dan wordt het uitgerold. Opgeschaald naar stadskantoor 2, stadskantoor 3, et cetera. U begrijpt de strekking. Volgens Vreeman moet het kantoordichterschap “het eroderen van de persoonlijkheid door de hiërarchie en bureaucratie van een grote organisatie” tegengaan. Zo, zo. En hij méént het: hij schreef zelf het eerste gedicht (na het volgen van een workshop, met welgemeende passie verzorgd door een van de voormalige stadsdichters). Daarna is het stuivertje-wisselen. Wethouder Joost ‘hetera’ Möller staat al in de startblokken.

Loop ik over het nieuwe Pieter Vreedeplein
Dan zie ik de contouren van een echte stad
Dansen op het ritme van de tijd
en denk ik fijn
Terug aan het verleden, het heden, de toekomst
en wat We met zijn allen realiseren met zijn allen.
De PC Hooftstraat, ja zelfs die,
krijgen we dan ook klein met ons eigen dromenpaleis,
met onze postmoderne Mall en ja,
de T zit in een opwaartse lijn,
een voortdend’rende trein.
Ik stroop mijn mouwen op tot boven mijn taken,
Zet mij schrap tegen de seconden, de minuten, de uren, en zal
Van mijn werk een eeuwigdurende uitdaging maken.
Ook jullie bevlogenheid maken dat ik vlieg, dat ik kan bewaken
Dat onze stad de hoge pieken scheert, niet het troosteloze dal
En dus zeg ik met trots: jongens, blijf mij alsjeblieft raken!

De burgemeester zet meteen de toon. Het is duidelijk wat hij met het kantoordichterschap beoogt. Zijn ambtenaren moeten hem blijven raken. Alsjeblieft blijven raken. Een nobele boodschap. En vriendelijk verpakt. Geen flauwe veroordeling van de aanwezige lethargie, met bestofte stoplappen als ambtelijke luiheid en verstoppertje spelen voor de boze buitenwereld… Ha, ik begin te allitereren. Het gaat vanzelf. Zal wel door de poëtische kracht van Vreemans gedicht komen. Want het moet gezegd: onze burgemeester is een verdienstelijk dichter. Een zéér verdienstelijk dichter. Om te beginnen kiest hij voor de sonnetvorm. Klassiek, zo op het eerste oog. Traditioneel, ook op het tweede oog. Maar de schijn bedriegt. Wat zeg ik, de schijn bedríegt. Want wat een geraffineerde dichter is hier aan het woord. Hij tilt de klassieke vorm op en transponeert die naar deze tijd. Hupsakee! En nee hoor, geen strak metrum. Overboord daarmee. Flexibiliteit is wat deze tijd nodig heeft. Vreemans dichtregels bepalen hun eigen ritme. Kort, lang, zes jamben, vier jamben, hij draait er zijn dichtershand niet voor om. Dat het rijmschema wél strak blijft, versterkt de zeggingskracht. En met resultaat. Want welke boodschap zit er onder die anarchistische vormbehandeling verstopt? Juist, je hebt het verleden nodig om verder te komen. Je gooit het kind niet met het badwater weg. Wat een vondst! Gaan we iets dieper in op het gedicht, dan zien we dat Vreeman veel gebruik maakt van enjambementen. Bijvoorbeeld: ‘… en denk ik fijn / Terug aan het verleden…’. In het nú hebben we het fijn, maar dan wel dánkzij het verleden. Die metafysische gedachtelijn wordt versterkt door de verfijnde woordkeuze: seconden, minuten, uren. De burgemeester reist dynamisch op en neer tussen het heden en het verleden. Hij zit net als de T in een voortdend’rende (let op de versnelling door de apostrof!) trein. En daar voelt hij zich comfortabel bij. Vol vertrouwen op weg naar de toekomst. De chute gebruikt Vreeman wél weer klassiek: hij laat de octaaf en het sextet met elkaar schuren, een beetje vechten zelfs. En hij trekt zijn conclusies. Hij stroopt zijn ‘mouwen op tot boven zijn taken’, een prikkelend beeld. Hij schakelt een tandje bij, doet meer dan wat van hem verlangd wordt. Maakt van zijn werk een ‘eeuwigdurende uitdaging’. Op een prettig dwingende manier activeert hij zijn ambtenarencorps opnieuw, na de functionele herhaling van de woorden ‘met zijn allen’ in een eerdere strofe. Zodat hij straks vol trots door Tilburg (en omgeving) kan lopen. Door zíjn PC Hooftstraat, de Mega-Mall. Hand in hand met zijn vrouw. Een mooi klassiek plaatje. Zoals het hoort. Ook in 2012.

 
doctorandus Dautzenberg
A.H.J. Dautzenberg (1967) woont en werkt in Tilburg-Noord.
www.ahjdautzenberg.nl
www.uitgeverijcontact.nl