De dodo van de orale kunsten

Klokslag 17.00 uur treedt hij binnen. In café ’t Buitenbeentje, zijn habitat. Zoals elke donderdagmiddag. De Opperpater. Hand joviaal in de lucht. Luidruchtig. Hij begroet de aanwezige paters en knikkers en bestelt aan de bar zijn eerste halve liter. Hij wacht quasi-nonchalant op zijn pul bier. De € 2,50 aan muntgeld rammelt ongeduldig in zijn hand. Na een eerste slok neemt hij plaats aan het hoofd van zijn stamtafel. Met een schuimsnor, die vanzelf wel wegtrekt. Hij lacht. De Opperpater lacht vrijwel altijd. En hij neemt het woord. Om de komende drie uur niet meer daarmee te stoppen. Een tiental fans hangt weer aan zijn lippen. De lippen van de enige echte Tilburgse voordrachtskunstenaar. Klokslag 20.00 uur verdwijnt hij weer. Eastenders kijken. Op BBC one.

De Opperpater. Hij heeft een imposante keelklank, een tikkeltje nasaal. Geen piepende eunuch, maar een zalvend grommende beer. Zijn woordkeus is zorgvuldig bijgeslepen, afgestemd op zijn gehoor. Maar niet serviel of dwepend. Oh nee, zeker niet. Eerder pronunciatio, overtuigend. Maar let op! Hij toont zijn paspoort van eruditie zonder zijn toehoorders te schofferen. Zonder boven hen te gaan staan. Hij is een van hen. Sámen nemen ze de lift naar een hogere etage. En sámen stappen ze uit. Dat is de ware kracht van de Opperpater. Zijn witzen hebben bovendien altijd meerdere lagen. Geen eendimensionale grappen en grollen. Noblesse oblige. De Opperpater, zwaar van gewicht en zwaar van inhoud.

Ook vandaag weet hij weer indruk te maken. Met zijn performance. Zijn metamorforistische gebarenkunst is onvergetelijk. Hoe miniem zijn fysieke handelingen ook zijn. Z’n pantomimiek beperkt zich tot een subtiel spel met zijn wenkbrauwen. En een geraffineerd lachje. Hooguit een lichte plooi, die de viriliteit van de inhoud versterkt. Wel dominant: zijn echoënde bariton. En zijn decorum, dat hij streng bewaakt. Dankbare instrumenten van een ware vakman. Hij probeert de bezoekers van ’t Buitenbeentje ermee te verlichten, te stichten zelfs. De Opperpater is een man van deugd en waardigheid. Althans, tijdens zijn voordrachten. Daarbuiten overschrijdt hij nog wel eens het grensgebied. Maar nooit op het podium?

De Opperpater is overigens als voordrachtskunstenaar een autodidact. Dus geen geschoolde maniertjes. Geen aanstellerig gehinnik. De Opperpater is een natuurtalent. Het zit in zijn genen. Hét. ’t Is moeilijk te omschrijven. Hij heeft hét gewoon. Aan zijn kont hangen, als het ware. Hij hoeft zijn retorische kunsten niet naar populistische voorgangers of succesvolle politici te modelleren. Ook is hij wars van classicistisch geneuzel. Hij is zichzelf. Geeft gewoonweg toe aan de aandrang om te oreren. Aan de flow van de taal. Declameren is bovendien gezond, zegt hij. Het regelt de lichaamtemperatuur. Het overtollige vocht verdwijnt door de muzische inspanning uit het imposante lichaam – via adem, speeksel, transpiratie en tranen. Geest en lichaam trekken bij de Opperpater samen op. Als avontuurlijke woudlopers. Gebroederlijk zij aan zij. Af en toe een gebbetje makend.

De voordrachtskunstenaar, de dodo van de orale kunsten. In de loop van de twintigste eeuw uitgestorven. Compleet uitgestorven. Monddood gemaakt door de televisie en alles wat daarna kwam. De Opperpater geeft het metier weer een nieuwe injectie. Met zijn welsprekendheid plaveit hij de weg voor een nieuwe generatie redenaars. Wie weet, stampt hij een nieuw gilde uit de grond. Een rederijkerkamer anno 2008. Ja, ja, ja, ja… Laat iemand een traktaat aan deze man wijden. En snel een beetje.

Gehoord: De Opperpater, Kafee ?t Buitenbeentje
Waardering: ?????

 
doctorandus Dautzenberg
A.H.J. Dautzenberg (1967) woont en werkt in Tilburg-Noord.
www.ahjdautzenberg.nl
www.uitgeverijcontact.nl