Sysyphus, dus

‘Je wilt dus eh… uit het raam springen?’ Hij wees naar het venster naast zijn bureau. Hij lachte daarbij ongemakkelijk, alsof het van hem werd verwacht. Zijn schouders schokten een beetje op en neer. Het hoofd bewoog niet mee. Ik moest denken aan Herman – goeie morgen deze morgen – Koch in Debiteuren/Crediteuren. Ja, B. Drooglever, verzuimarts van Maetis, bracht de stemming er goed in. En ik hoefde er weinig voor te doen. Het melden van enkele depressieve klachten was ruimschoots voldoende om zijn komische talenten te lanceren.

Op de fiets naar Industrieterrein ’t Laar voelde ik de eerste voorpret opkomen. Mijn verwachtingen waren hoog gespannen. Op de site stonden mooie dingen. ‘Arbodienstverlener Maetis is er op gericht om werkgevers zakelijk en werknemers persoonlijk gezonder te maken’. Kijk! ‘Maetis heeft een individueel beweegplan voor fittere werknemers.’ Wauw! ‘De oplossingen op het gebied van verzuimmanagement zijn modulair opgebouwd en afgestemd op de vangnet- en maatwerkregeling.’ Prách-tíg!

Ook de uitnodigingsbrief was veelbelovend. Ik kreeg een vermaning, want ik was niet komen opdagen bij de eerste afspraak. ‘Hierdoor zijn wij genoodzaakt om deze no-show bij u in rekening te brengen.’ Eerdere afspraak? Na tien minuten dwalen door een goed geconstrueerd doolhof van menu-opties en rockballads in orgeluitvoering kreeg ik een ongeïnteresseerde dame aan de lijn. Nee hoor, ik had maar liefst twee (!) oproepen gekregen – voor de zekerheid stuurden ze er altijd nog eentje achteraan. Ja, dat wist ze zeker. Nee, het systeem maakte geen fouten… De volgende dag kreeg ik opnieuw een uitnodigingsbrief. Identiek aan de eerste. ‘Hierdoor zijn wij genoodzaakt om deze no-show bij u in rekening te brengen.’

Ik moest mij melden op de tweede etage van ‘het roze gebouw op het einde van de Dr. Paul Janssenweg rechts’. Het hol van de afgekeurde en/of mislukte huisartsen had dus een vrolijke tint. Vast en zeker om de onkunde te camoufleren. Dat viel me tegen. Zoveel zelfkennis had ik niet verwacht. Maar wellicht was het toeval… Ik stapte uit op de tweede verdieping en meldde me bij de balie. Daar zat niemand. Op de achtergrond zag ik vier mensen, weggedoken achter een pc. Ik klopte op het raam. Een man met een bruine pullover en een borstelige snor keek geïrriteerd over zijn schouder. Een bovengemiddeld dikke vrouw klikte snel een kaartspel weg. Verder geen actie. Ze lieten me staan. Gelukkig, die roze kleur was geen opzet. De onkunde mocht wel degelijk getoond worden. Ik kreeg er weer plezier in. 

Ik nam plaats in de wachtkamer. De tijdschriften dateerden van begin 2006. Viel me mee. Ik nam L’étranger van Camus uit mijn binnenzak en begon te lezen. Na een tijdje schuifelde een kleine, schuchtere man langs. Hij droeg een witte jas en een volle baard. Zijn eggness was niet te missen. Zijn onhandig loopje, zijn meidenpiemel, zijn dommige ik-kan-er-ook-niets-aan-doen blik, zijn hangende schouders. Een ei van jewelste. Hij knikte bangig naar mij en schuifelde voorzichtig verder. Een kwartier lang gebeurde er niets. Niemand te zien of te horen. De receptie was nog steeds onbemand. Tien minuten later stelde een lange man zich voor als B. Drooglever. Ook een witte jas. Ook een ei. Zijn onhandig loopje, zijn meidenpiemel… etc. Ik liep vrolijk achter hem aan naar zijn spreekkamer.

‘Je wilt dus eh… uit het raam springen?’ Hij verraste me. De dommigheid was groter dan gehoopt. Het werd dan ook een uitermate gezellig gesprek. Natuurlijk paste ik op mijn tellen. Stel je voor dat B. Drooglever tegen alle natuurwetten en verwachtingen in toch een zweem van een ego zou bezitten… Nee, ik liet de bureaucratische machine gewoon lekker zijn ding doen – en genoot daar met volle teugen van. ‘Ken je de openingszin van Le Mythe de Sisyphe van Camus?’ vroeg ik aan B. Drooglever. Nee, natuurlijk kende hij die niet. Ik citeerde op een nonchalante manier. ‘Il n’y a qu’un problème philosophique vraiment sérieux: c’est le suicide.’ Opnieuw schokten zijn schouders op zijn Herman Kochs…. En zo probeerden we er allebei iets van te maken.  

Ja, die Camus had het goed begrepen. In l’absurde zit de zuurstof. Het absurdisme als hét medicijn om de zinloosheid van het irrationele leven te kunnen verdragen – en er zelfs van te kunnen geníeten. Optimistisch nihilisme. Dus. Duw net als Sysyphus telkens opnieuw die zware steen naar boven en… rollen maar! Plezier verzekerd.

Gezien:           Arbo-arts B. Drooglever in zijn natuurlijke habitat

Beoordeling:   ???

 
doctorandus Dautzenberg
doctorandus Dautzenberg
A.H.J. Dautzenberg (1967) woont en werkt in Tilburg-Noord.
www.ahjdautzenberg.nl
www.uitgeverijcontact.nl