https://www.youtube.com/watch?v=QpFqJAIxCFg

U kon er niet omheen de laatste tijd, het rookverbod is zonder opgemerkte noemenswaardige slag of stoot doorgevoerd. Eenzijdige berichtgeving daar houwe we hier niet zo van, iedereen mag immers aan het woord, dus pal ervoor schreef blogcollega Mike nog een welgemeend beargumenteerd pro-rookverbodstukkie. Ikzelf zit in het andere kamp en hobbel er nu ook nog even achteraan. Want, hoe mager wellicht ook, er is toch nog het een en ander aan de hand op het protestgebied en dat is toch wel lache om even aan te stippen.
Allereerst hierboven: eenzelfde soort flauw in elkaar geflanst clipje als bij ‘Ik Rook Ja’, nu bij Vader Abraham’s zelf-gecoverde ‘Kleine Café’ dat nu dus ‘Rookvrij Café’ is geworden (bron). Protesteren is leuk, maar het mag niks kosten hè, is de indruk die het zo afgeeft. Jammer, jammer, want ik vond de protestplaat aanvankelijk erg charmant maar met een handvol Google images erop gemonteerd had het nummer misschien beter cliploos kunnen blijven. Collega-KutBinnenlandert Bandirah, net als Wouter Diesveld tevens publicerend op het hoogkwalitatieve weblog Pantzerfaust, tipte me dat daar de week van het roken door wat bijdragers georganiseerd was, met – eerlijk is eerlijk – fijne stukkies ter nagedachtenis van het toen nog net niet maar wel bijna verdwenen kroegroken. (Leestip !) De website Schijt Aan Het Rookbeleid is niet echt zo roerig geweest als de naam wellicht beloofde, ondanks een korte bijdrage van ex-NOS (en Jeugdjournaal, toch ?)-lezeres Aldith Hunkar.

Ook ikzelve ben uiteindelijk makjes het rookverbod ingegaan, niet in de laatste plaats om een keelontstekingkje dat lekker lang aan het doorzeuren is waardoor de burgerlijke ongehoorzaamheid van het illegaal roken in de kroeg niet zogezegd de klauwen uitliep. Uiteraard zat ik maandagavond 30 juni, net als vélen, wel net voor twaalven de ‘laatste’ op te roken, om dan na middernacht vrolijk door te paffen. Ik heb de speciale ‘afscheidsfeestjes’ links laten liggen en ben in plaats daarvan in een kroeg gaan zitten waar iedereen van de kastelein tot goed na de eigenlijk verplichte sluitingstijd door mocht blijven zakken én roken. Ik ben sindsdien nog maar drie keer in de horeca geweest, voor mijzelf een erg lage score. Allereerst de wekelijkse donderdag met de redactie van KutBinnenlanders.nl, waarvan de leden, zolang het weer nog meevalt, loyaal met de rokende redactieleden als mijzelve en de Opperpater, ook buiten op het terras zaten. Zaterdag was ik met een heel oude vriend in de kroeg en stak ook toen telkens maar even een saffie op in het terrassige gebied, wat overvol zat terwijl de kroeg voor de zaterdagavond bijna leeg was. Pas rond drie uur, wanneer in Tilburg niemand meer de kroeg in mag (in ieder geval tot de tap gesloten wordt), stroomden de rokers massaal de kroeg weer in om nog een uurtje een beetje sjacherijnig om zich heen te kijken en, in sommige gevallen, stiekem toch onder de bar een brandende peuk te koesteren. Mijn ervaringen tot dusver waren dat het er zoals verwacht niet bepaald gezelliger op geworden was. Maar dat is na amper een weekje rookverbod natuurlijk nog onmogelijk te peilen, eigenlijk kun je dat pas echt rond December weten.

Wel veelzeggend was de sfeer bij het opnemen van een heuse echte clip bij ‘Ik Rook Ja’, gisteravond in een ander Tilburgs dranklokaal. Ik was, en met mij verscheidene anderen, gebeld om publiek te komen spelen, wat een beduidend minder passieve rol bleek te zijn dan ik verwacht had. Hoewel er veel te vertellen valt over deze wat surreële ervaring om een twintigtal kroegbezoekers, rokers en niet-rokers door elkaar heen, door een iets te gespannen regisseur en met keer op keer dezelfde protestsong uit de speakers blèrend, te laten springen, dansen, polonaise-lopen, en ga zo maar door, viel me vooral op dat er dankbaar en met een geslaakte zucht van opluchting nog even gebruik gemaakt werd van de ‘noodzaak’ dat er ook flink gerookt diende te worden. Hoewel er ook genoeg publieksleden na een take of tien er letterlijk alweer een beetje tabak van hadden, was de sfeer er noemenswaardig beter op dan ik sinds vorige week dinsdag gezien heb, en dat terwijl de drie uur ‘feesten’ toch echt op wérk aan het lijken waren. Het rookverbod ? Ik ben er vooralsnog nog altijd falikant tegen, als het zo’n sfeerverzuurder blijkt te blijven als het afgelopen week is geweest. Maar we kijken het rustig aan met eerlijke en open blik. En verwacht binnenkort dat er ergens een clipje – een écht clipje, dat ook écht geld gekost heeft en zo – opduikt, met ergens in de achtergrond een fors bebaarde KutBinnenlander die voor zijn doen ongewoon enthousiast meefeest. Met een volstrekt illegale sigaret in de mondhoek.

 
René van Densen
René van Densen
René van Densen (1978) is een cynische dromer, een lachende pessimist, een realistische romanticus, een honklosse kluizenaar, een intelligente mafkees, een bedachtzame schreeuwer, een podiumschuwe polderpoëet, ex-nachtburgemeester van Tilburg, ex-striptekenaar, ex-schrijver, ex-webdeveloper, ex-vuilnisman, ex-kind en ex-volwassene, ex-burger, en kattenpapa van een Gentse terror kitten. Eerste Nederbelg die toetrad tot de Wolven van La Mancha. Maar is uiteindelijk niet zo van de collectieven. U treft hem uitsluitend in vrouwonvriendelijke omgevingen aan, en die nieuwe roman van hem komt ook nooit af. Werd al eens omschreven als "onbegonnen werk" door een prachtige blondine.

www.renevandensen.nl
Meer René op Facebook !