KutBinnenlanders.nl

Auteur: Gerrie S. Veters (Page 2 of 18)

Man (32 en/of ouder).
Zie @Elagabalus_

Bananarama Consultancy // Lama’s

 
Buiten loeit het weer, binnen in de diepe krochten van de Bananarama Consultancy Towers, buigt Otto zich over de plannen voor een lamaäaiweide. Of is het lama-aaiweide? Wie zal het zeggen. Het kost hem moeite zich te concentreren op de velletjes papier die voor hem liggen. Lama’s of hun familieleden, de alpaca’s en de bibendibobza’s, interesseren Otto zogezegd geen ene zier. Sterker: nog minder dan een zier. Hij vindt het opdringerige en snobistische beesten die hij het liefst zou begroeten met een goed geslepen speer. Hij háát Lama’s en zelfs perfect gebraden op zijn bord kan hij niets anders doen dan over ze heen urineren. Het is de aard van het beestje. Vroeger moest hij ook al niets van lama’s hebben en waarom van die gezonde instelling afstappen als het tegendeel niet bewezen is?
Continue reading

 

Bananarama Consultancy // Morsdood

 
Het is nog donker in de stad waar Otto’s moeder vertoeft als hij met luid gekraak haar deur intrapt. Want deuren, daar staat Otto boven en wie niet horen wil die is gezien. Drie keer aanbellen en dan nog geen geopende deur is simpelweg onacceptabel voor iemand die Otto heet, een miljardenconcern vanuit de losse pols bestiert, internationale bestsellerauteur uit verveling is en tussendoor nog wat doet in de loloballerij. Als je dan ook nog staat te wachten tot een deur, waar je boven staat, open gaat, dan is een plus een al snel drie. Een magisch getal dat in zijn optiek nogal wordt overschat. Maar nu is de deur open en te zien aan de puinzooi gaat hij voorlopig ook niet meer dicht. ‘Moeder, ik ben er!’ roept Otto tegen de trap omhoog. Waar is die trut, denkt hij, ik sta al zeker vijftien seconden te wachten in de gang. Hij heeft zijn moeder twaalf jaar niet meer gezien, maar dat mag de pret wat hem betreft niet drukken. Boven aan de trap klinkt gestommel. ‘Meneer Otto, waarmee kan ik u van dienst zijn?’ vraagt een muizelig vrouwtje bovenaan de trap. Otto bekijkt het ding in de nachtjapon eens goed. Het ziet er niet uit als zijn moesje, maar hij kan zich vergissen, want in twaalf jaar kan een mens allicht iets veranderen, qua uiterlijke presentatie.
Continue reading

 

Bananarama Consultancy // Vrouw

 
‘Wat doet die trien hier’, denkt Otto als hij een onbekend uitziende dame over zijn kantoorvloer ziet schuifelen. Ik heb geen toestemming gegeven voor het rondlopen van onbekend ogende vrouwspersonen over mijn pas gereinigde carpet. Otto besluit de koe bij de horens te vatten en de vrouw uit te horen omtrent haar onaangekondigde aanwezigheid ten burele van Bananarama Consultancy worldwide unlimited bv, wat denkt ze wel. ‘Wat moet jij hier, wie ben je en vanwaar je verblijf hier. In willekeurige volgorde’. De vrouw zegt dat ze de nieuwe account executive is. ‘Hebben we een account executive hier? En wat is een account executive?’ vraagt Otto zich stilletjes af. Het is nog erger dan hij dacht: Vrouwen aannemen en dan nog account executive maken ook, wat die hele functie ook mag behelsen. Vrouwen op de werkvloer, Otto moet er niet al te veel van hebben. Ze lopen maar gemakeupt rond met hun empathisch vermogen in hun mantelpakken en iedere maand is het weer dweilen met de kraan open. Tegelijkertijd ook nog, want ze steken elkaar aan met hun maandelijkse perikelen dat het gewoon niet meer lollig is. De persoon die ooit besliste dat vrouwen ook de kost mogen verdienen in de consultancybranche moeten ze aan de hoogste boomtak rondslingeren, net zo lang tot hij misselijk is en alle songs van Abba achterstevoren kan playbacken.
Een meer passende en stilistisch aantrekkelijke straf voor iemand die een bedrijf zoveel economische schade toebrengt zal er wel bestaan, maar daar kan ik mijn hersenen nu niet mee vermoeien. Die hebben het al zwaar zat met het schrijven van bestsellers, hoewel dat bij nader inzien een fluitje van een cent is en mij eigenlijk geen enkele geestelijke inspanning kost. Zou het allemaal het werk van God wezen? Het zou me niet verbazen als die luizebol er de hand in heeft. Maar het opstuwen van de loloballerij in de vaart de volkeren is toch zeker wel een behoorlijke klus, zelfs voor de krachtige grijze massa die onder mijn edele schedeldak resideert. Ieder normaal mens met doorsnee processoren in zijn kokosnoot was allang onder de immense druk van al dat gedenk bezweken, maar mijn hersens knallen de ene na de andere briljante vondst er uit. Het is een lust en een last maar we hebben het er maar mee te doen. Mij hoor je er niet over klagen, maar ik spring ook geen spreekwoordelijk gat in de overdrachtelijke lucht. Het is zoals het is en daarmee uit. Tijdens al deze overpeinzingen had de gelipstickte mond zich regelmatig geopend. En niet om te ademen, zo vermoedt Otto. Ook dat nog, dacht hij. Een vrouw die praat. Een pratende vrouw. Een lid van andere sekse die wil converseren door gebruikmaking van klanken uit het strottenhoofd. Hoe heeft het toch zover kunnen komen, lieve mama!

 

Bananarama Consultancy // Lolobal

 
Otto loopt langs een park dat volzit met junks. Van heinde en verre stromen ze de verzameling kreupelhout binnen om er de junk uit te hangen. Lekker op een bank liggen en gezellig wat verdwaasd rondzwalken, onsamenhangende zinnen mompelend met veel consumptie. Wat een losers. Otto snapt niet dat iemand nog junk wil zijn. Die hele look is al tijden uit. Vroeger ja was het in om als rafelige straathond met gordelroos rond te darren. Maar wie, met ook maar een greintje fashion sense, loopt er nu nog rond als uitgemergeld karkas met ogen op stokjes. En die junks doen alsof het helemaal hip is. Hipper dan een indianentooi. Hipper dan Ralph Inbar. Hipper dan Iran. Ja, zelfs hipper dan loloballen.
Ooit, toen Otto nog volop aan de dope zat, was er niets hippers dan dat natuurlijk. ‘In zekere zin heb ik de weg geëffend voor vele generaties succesvolle drugsgebruikers,’ vindt Otto, de niet onaanzienlijke president directeur grootaandeelhouder van Bananarama Consultancy worldwide unlimited bv. Maar denk je dat ik daarvoor een beetje erkenning krijg, welnee. De hele drugsscene heeft bij mij afgedaan.
In plaats daarvan houdt hij zich tegenwoordig liever onledig met het schrijven van bestsellers en natuurlijk loloballen. Het schrijven van bestsellers als ‘534 tinten bruin’, ‘Wie weet hier de weg naar Hamelen’ , ‘Moeder staan de capucijners al op?’, ‘Koko’s avonturen met Pong’ en niet te vergeten ‘Wie nee zegt moet B doen’, kan Otto in principe gestolen worden, maar het loloballen heeft zijn hart veroverd. Een dag niet gelolobald is in feite een dag niet geleefd, zo vindt hij tegenwoordig. ‘Ja. Ja, ik ben een loloballer en ik geneer met niet om dat hier te erkennen! De open lucht, de sensatie van het stuiteren en het gefluit van het verend plastic; wie laat zich door dit avontuur niet overweldigen.’ Nee, je kan Otto veel verbieden maar niet het op en neer hoppen op zijn oude vertrouwde lolobal die de naam Ineke draagt. Waarom, dat weet alleen een echte loloballer. Otto is nu al zijn invloed aan het gebruiken om de edele lolobalsport op de spreekwoordelijk kaart van de spreekwoordelijke wereld te zetten. Iedereen mondiaal aan de lolobal, zo is wellicht Otto’s stellige doelstelling. Wanneer iedereen zou loloballen, dan zou de wereld eventueel een stuk gezelliger plek zijn om in rond te hangen, zo mijmert hij. ‘Nee, de lolobal, moet en zal deze aardkloot stormenderhand veroveren of mijn naam is niet meer Otto maar Marie-Francine du Mouton. En aangezien hij dat wel is en niet Marie-Francine du
Mouton, zal het zo geschieden!’ schreeuwt hij zo hard over straat dat de junks de bosjes in vluchten. Dus is Otto nu in alle stilte en het diepste geheim bezig het loloballen tot Olympische sport te katapulteren. ‘Want als het harlopen voor Saharanegers en linkshandig bellenblazen op de Olympische spelen is toegestaan, dan zeker ook een verfijnd spel als het loloballen.’ Links en rechts is Otto nu druk aan het masseren, omkopen, chanteren, bedreigen, manipuleren en molesteren geslagen om de lolobal de exposure te bezorgen die de nobele plastic bal zo node verdient. ‘Erkenning, respect en een gezonde dosis angst voor de lolobal moeten er komen en wel verdomd snel of al die IOC-maffiafiguren zijn nog niet jarig. Sterker nog, die krijgen hun trekken thuis als ik eenmaal klaar met ze ben. Wat denken ze wel, een beetje pochen met Saharanegers op schoenen en de lolobalsport in de spreekwoordelijke kou laten staan, over mijn dode lichaam zal dat zijn.’ Zo is er een grote dwarsligger in de vorm van IOC-lid Willem Alexander die maar niet wil begrijpen dat de loloballerij vrij baan moet krijgen omdat anders Otto zich niet meer zo senang voelt. Meneertje de Kroonprins geeft de voorkeur aan het dwergwerpen als nieuwbakken Olypmische sport, maar dat zal Prinsje Pils niet lukken. De komende weken is Otto van plan stelselmatig ondeugende kiekjes van W-A met gepoederde dwergvrouwtjes te lekken, net zo lang tot die royale vetkwab snapt wie hier de nieuwe spreekwoordelijke sheriff in het dorp is. De boodschap mag duidelijk zijn, bromt Otto. ‘Iedereen die tegen is, moet aan de kant of hij wordt overreden door lolobaltrein. Tjoeketjoek! Iedereen met een geldig plaatsbewijs moet nu opstappen en wie niet mee kan blijft achter, maar de loloballerij zal op tijd op het perron aankomen, daar kun je spreekwoordelijk vergif op innemen!’

 

Bananarama Consultancy // Worm

 
Die dag checkt zijn secretaresse Otto’s banksaldo. Er staat nog vierendertig miljard zevenhonderd drieënzestig miljoen en veertien eurocent op zijn rekening. Een tegenvaller. En dat terwijl de maand nog maar net begonnen is. Enfin, Otto ziet wel hoe hij het tot het eind van de maand redt. Inmiddels had hij verwacht toch wel veertig miljard waard te zijn. Klote Carlos Slim met zijn kuttelefoons.
Als Otto aan iemand een hekel heeft, dan is het wel aan Carlos Slim, de zogenaamd rijkste man ter wereld. Rot toch op, Slim. Slim, wie heet er nou Slim? Otto, dat is pas een naam. Slim. Dat is dat toch zeker geen naam voor een Mexicaanse multimiljardair. En dan die voornaam, Carlos. Maak dat de kat wijs. Otto gelooft geen zak van die hele Carlos. Sterker nog: hij denkt dat die hele Carlos Slim doorgestoken kaart is. Zo’n tacovreter de rijkste man ter wereld, ja doei. Otto had Carlos Slim een keer ontmoet bij het golfen in Ulan Bator. Carlos Slim was direct op hem toegelopen en ze waren gaan klaverjassen. Daar was die Slim zo verschrikkelijk slecht in dat hij die hele telefoontoko aan Otto verloren had. Maar aangezien die een grote hekel heeft aan telefoons, die hij schaart onder gereedschap van de duivel, heeft hij de hele flikkerse troep aan Carlos en zijn snor teruggegeven. Maar Otto kreeg hier wel een slechte indruk van die Slim. Welke man kan er nou niet klaverjassen, en dan ook nog handelen in hun gereedschap van de Beëlzebub, nee Otto is niet gecharmeerd van Carlos Slim. Helemaal niet toen ze stonden te wateren op het toilet en Otto die gele worm van Carlos Slim in de smiezen had gekregen. Carlos Slim! Hou toch op!

 

Banarama Consultancy // Trein

Otto, de luxueus uitgevoerde president directeur grootaandeelhouder van Bananarama Consultancy Unlimited, bevindt zich in een rijdende trein. Naast hem zitten een jongen en een meisje.
‘Ik ben nog niet klaar met Utrecht,’ zegt het meisje.
‘Nee. Nee. Jij bent nog niet klaar met Utrecht,’ zegt de jongen.
‘Ik ben zó nog niet klaar met Utrecht. Bij lange na niet’, zegt het meisje.
‘Ik dacht al dat je er nog niet klaar mee was. Ik wist het toen ik je zag: die is nog niet klaar met Utrecht’, zegt de jongen.
Otto krijgt enorme jeuk aan zijn voorhuid van dit debielengesprek. Utrecht en het daar al dan niet klaar mee zijn kan hem bijzonder aan zijn gespierde, zachte, weldooraderde reet roesten. Wat denken de mensen in het openbaar vervoer wel, dat hij behoefte heeft over een vierkante conversatie over klaar zijn met Utrecht?
Hij heeft, zoals altijd als hij met het openbaar vervoer reist, een Joegoslaaf bij zich om onhygiënische mensen uit zijn buurt te houden. Hij geeft de Joegoslaaf een minzaam knikje waarop deze nogal luidruchtig het bloed uit het studentenduo klopt. ‘Zo is het wel goed, Igor. Het is hier wel een stiltecoupé hoor, mafkees.’

 

Bananarama Consultancy // Mongool

 
Otto is ter kantore op de 62e verdieping van de Bananarama Consultancy Towers, waar hij zacht en deemoedig het fijnbebosde, edele hoofd schudt terwijl hij schijnbaar onbewogen zijn glanzende ogen over de bijna niet aanwezige skyline van de stad laat gaan, terwijl hij mompelt, met een grote inwendige zucht; ‘Zo zo. Dit is het dan. Op de 64e verdieping van een van mijn eigen kantoortorens sta ik met verholen tristesse uit het raam te kijken naar een skyline die haast geen skyline te noemen is.’ Hij drukt op het knopje van de intercom.
‘Dinges! Op welke verdieping sta ik hier?’
‘De 62e, meneer.’
‘Ik wil dat je er NU voor zorgt dat deze verdieping de 64e wordt! Maakt niet uit wat het kost!!’
‘Komt voor elkaar meneer’
‘En nog iets…’
‘Ja meneer?’
‘Breng de mongool binnen!!!’

 

Bananarama Consultancy // Centraal

 
De meeting is al viereneenhalf uur bezig als Otto zich afvraagt waar de mensen om hem heen het al viereneenhalf uur over hebben. Wie zijn het, überhaupt en waar is hij, bovendien. Ten aanzien van meetings heeft Otto zichzelf aangeleerd geregeld ‘even centraal!’ te roepen om daarna zijn geest weer te laten afdrijven zonder pottekijkers. Verder laat hij hetgeen gezegd wordt aan zo’n met stalen koffiepotten en luxe koekjes overdekte tafel geheel en al aan zich voorbij gaan. Soms slaat iemand met een stropdas met zijn vuist op tafel, af en toe gaat het volume omhoog, maar nooit kan de presidentdirecteur grootaandeelhouder van Bananarama Consultancy Wordwide Unlimited zich voor de geest halen waar al die frisgekapte brillenhoofden het over plachten te hebben. Hij kijkt eens om zich heen. De monden bewegen zonder stoppen. Pennen krassen over hotelschrijfblokken. Blikken worden uitgewisseld als goedkope businesscards van beplatingsfabrikanten in het midden- en kleinbedrijf (mkb). Af en toe ontsnapt er uit mond of neus een vlok spuug of een snotje. Voor anderen het signaal net te doen alsof er niets ranzigs gebeurt. En lachen. Ha-ha-ha. Eerste jaars toneelschoollachen vertolkt door mensen die hun propedeuse never nooit halen of ze moeten vaders met een berg geld hebben, die de hele examencommissie omkopen, waarna dochterlief haar ongelijke tieten mag laten zien in een film van Reinout Oerlemans en uiteindelijk een gouden kalf ontvangt voor het meest overtuigd acteren van de lidcactus van Annette van Trigt. Otto rekt zich uit, pakt een stalen koffiekan en slaat met een galmende knal de dame naast hem voor haar blonde businesskop. ‘Even centraal! ‘

 

Bananarama Consultancy // Sjempoe

 
Sinds Otto een internationale bestsellerauteur is, rookt hij pijp. Met tegenzin maar hij doet het toch maar. Enfin, dat terzijde als fascinerend inkijkje in het leven van een internationale bestsellerauteur. Internationale bestsellerauteur Otto staat in de douche. Onder, zeggen sommigen ook wel. Otto niet, die zegt in. En poedelnaakt zoals dat heet. Hij pakt de fles sjempoe en legt een nootje sjempoe in zijn handpalm. Een nootje sjempoe is genoeg voor één succesvolle haarwasbeurt. Hij begint het nootje sjempoe in het haar te masseren, zoals dat heet. Hij masseert en masseert en masseert. Zodoende. Het haarwassen gaat enorm lekker. Zelden heeft Otto zijn haar zo goed gewassen. Met sjempoe. Dat spreekt voor zich. Hij wast maar door. Waarom zou hij stoppen, met iets wat zo lekker gaat? Het haarwassen verloopt boven verwachting. Zelden waste iemand zijn haar zo kwalitatief hoogstaand als nu. Vanaf hun wolken kijken de Goden van het Haarwassen met afgunst op Otto neer. ‘Ik ben in vorm’, bedenkt Otto zich. Het zou jammer deze lijn niet door te trekken. Hij besluit ook zijn oogballen te wassen. En zijn wenkbrauwen en zijn mondhoeken en navelgaatje.

 

Bananarama Consultancy // Superster

 
Otto loopt over straat zonder jas en plannen. Hij heeft geen idee en ergens zit hem dat niet lekker. De zin ‘Ik sta op het punt mijn hoofd verbeurd te verklaren’ komt bij hem binnen. Het is een intellectuele zin. Literair ook, vermoedt Otto. Een hele hoop intellectuele zinnen maakt een boek, beseft hij. Ze moeten alleen nog achter elkaar opgeschreven te worden. ‘Misschien moet ik maar een boek schrijven. Ik heb toch wat tijd over.’ Diezelfde middag schrijft Otto een boek met zinnen als ‘kleine boerderijdieren zijn een steen des aanstoots voor Bobo’ en ‘Crisis is een vermetel concept mits gedoseerd toegepast binnen gekende kaders’. Het heeft exact 742 pagina’s, punten, komma’s en is beklemmend, naar het schijnt. Hij noemt het een roman en de critici vinden het literatuur. Unaniem wordt Otto uitgeroepen tot nieuwe literaire superster. Hij had niet anders verwacht ‘Geen idee waarom sommige van die boekenschrijvers een heel jaar op zo’n ding lopen te typen. Hebben die flaporen niks beters te doen?’

 
« Older posts Newer posts »

© 2021 KutBinnenlanders.nl

Theme by Anders NorenUp ↑