Otto heeft een beller gehad. Hij herkent de reeks cijfers niet, maar omdat hij nu eenmaal níet de beroerdste is, besluit hij terug te bellen door op het groene telefoontje te drukken. Aan de andere kant van de lijn gaat de telefoon over. Wie zou het zijn? Een nieuwe prospect? Peter André? Daar durft Otto niet op te hopen, maar wie weet…Er wordt opgenomen. ‘Hallo! U spreekt met de president directeur grootaandeelhouder van Bananarama Consultancy Worldwide Unlimited B.V.! U heeft mij gebeld! Zo ja, waarom! Zo nee, hang dan maar op!’ Hij hoort een stem.
‘Hallo’, zegt Otto.
‘Hallo’ zegt de stem.
‘U belde mij!’.
‘Nee, u belt mij!’ zegt de stem.
‘Welnee, ik heb uw nummer in mijn telefoon staan! Waarom belde u mij?!’
‘Waarom belt u mij?’
‘Waarom heeft u mij gebeld, hoe kan het dat uw nummer in het geheugen van mijn telefoon staat, met welk doel heeft u mijn nummer ingetoetst!?’
‘Verkeerd verbonden’
‘Verkeerd verbonden? Waarom bél je me dan? ZAK!’
Gedecideerd drukt Otto op het rode telefoontje.
Bananarama Consultancy // Beller
Bananarama Consultancy // Bioscoop
Otto gaat naar de bioscoop. Hij verheugt zich op de speelfilm die zich zo dadelijk op het witte doek zal gaan voltrekken. Hij gaat er eens goed voor zitten. Dan schuift er een grote schaduw over hem heen. Een enorme dikzak waagt zich in zijn blikveld. De vetklep gaat naast Otto zitten. ‘Ze zouden jou kapot moeten schieten’, denkt hij, de dikkerd gemoedelijk toeknikkend. Dat heb ik weer, een enorm gore vetlap naast me. De dikke man heeft in zijn vadsige klauwen de grootste bak popcorn die de president directeur grootaandeelhouder van Bananarama Consultancy International Worldwide Unlimited ooit gezien heeft. De bak is zo groot als een kliko en het dikkerdje graait er met gulzige grepen van zijn worstenvingers in. De ene na de andere spekkige hand verdwijnt in de gigantische bak popcorn. Gadverdamme, denkt Otto, ‘ze zouden je in stukken moeten hakken en aan de arme negertjes moeten voeren.’ Dan begint de film, het licht dooft. Nu kan Otto de vetzak niet meer zien. Maar ruiken en horen des te meer. De man ademt biggenvet uit al zijn poriën. De geur van puur,
onversneden dikke-mensen-zweet stijgt op. De man ademt diep en zucht, als een walrus met bronchitis. Otto doet zijn hand voor zijn mond en gaat zo ver mogelijk van de corpulente meneer vandaan zitten. De man is een brok smerige vettigheid, hij sproeit zijn vetbacillen ongestraft en zonder weerga de lucht in. ‘Je vettige kop op een riek’, mokt Otto.
Bananarama Consultancy // Trubbels
Natuurlijk, er waren wel vaker trubbels tussen Otto en Jimmy geweest. Zoals die keer dat Otto besloten had een hoed te gaan dragen en Jimmy Geduld daar geen fan van was en dat toen ook zei met de letterlijke woorden: ‘hoeden dragen, daar ben ik geen fan van.’ Waarop Otto keihard was gaan schelden. Maar de volgende dag was alles weer goed omdat die lieve Jimmy met een slagroomtaart was komen aanzetten en zelf ook een klein hoedje had opgezet. Een hoedje dat hem beter stond dan de hoed die Otto droeg waarop Otto eiste dat Jimmy hem zijn hoedje zou geven – ook al paste die totaal niet – en Jimmy dat weigerde onder het mom van ‘kom nou je hebt toch zelf ook een hoedje, dit is mijn hoedje.’ Vervolgens was Otto keihard gaan schelden. Maar de volgende dag was alles weer goed want de twee hartsvrienden gingen naar Gran Canaria en die reis was nu eenmaal geboekt. ‘Wie zijn wij om een klein ruzietje een all-inclusive holiday in de weg te laten zitten?’, vroeg Jimmy zich retorisch af in het vliegtuig dat naar hun vakantiebestemming zoefde.
Bovendien waren Jimmy en Otto wel toe aan vakantie. De vakantie was geen succes, in hun appartement Clara stonk het naar lauwe stierenpis, iets dat de stemming aanzienlijk drukte bij de twee vrienden.
Bananarama Consultancy // Bloedbroeders
Er zijn van die dagen dat de bij leven legendarische opperbewindvoerder also known as Otto moet denken aan Jimmy Geduld, de enige beste vriend die hij ooit gehad heeft. Toen Jimmy op fietsvakantie in Bretagne en tijdens het bijvullen van zijn bidon in een put viel, was het over met de vriendschap. De soapneger liet na zijn val in de bodemloze put van Saint-Germain en Brieux niets meer van zich horen. Geen kaartje, geen kattebelletje, zelfs geen sms van zijn pokkie. Onacceptabel vond Otto het en zo bande hij Jimmy Geduld uit zijn leven en besloot nooit meer aan zijn voormalige enige beste vriend te denken. Bij het horen van de naam Jimmy Geduld spoog hij altijd drie keer hardgrondig op de grond. Nogal theatraal, maar gelukkig spreekt er nooit meer iemand over Jimmy Geduld zodat Otto het ritueel nog nooit ten uitvoer kon brengen. Jimmy Geduld is in het collectieve geheugen van De Nederlander volledig weggezakt en gereduceerd tot nul.
Maar ja. Otto heeft met het hele collectieve geheugen van De Nederlander geen zak te maken. Soms waren er dagen dat het water lang de ruiten omlaag kolkte en de eenzaamheid door Otto’s oren echode en hij wekenlang geen kat zag en dan dacht hij toch even heel stiekem aan Jimmy. Dan vroeg hij zich af waarom de goedlachse neger zo bruusk met hem gebroken had. Op een fietsvakantie in Bretagne nog wel. Zonder ooit nog iets van zich te laten horen. In een bodemloze put gevallen. Een slap excuus om het contact te verbreken. Dan kun je wel bezig blijven. Waren ze dan geen bloedbroeders, hij en Jimmy? Natuurlijk wel. Allebei hadden ze met een scherp mes hun handpalm open gesneden en Jimmy had wat van Otto’s bloed met dan van hemzelf vermengd. Otto had Jimmy’s bloed geweigerd. Het was toch het bloed van een neger. Wie weet wat daar allemaal in zit.
Maar de intentie was er.
Bananarama Consultancy // Signaal
Otto maakt zich zorgen. Nog steeds doet hij niet zijn eigen dingetje. Hij weet niet hoe. Van de tandarts tot de bakker; iedereen doet zijn eigen dingetje, maar hij, de bijna-geniale president directeur grootaandeelhouder weet niet hoe zijn eigen dingetje te doen. Of zelfs maar waar zijn eigen dingetje te vinden is. Hij zou willen dat zijn eigen dingetje een signaal afgeeft, zoals sommige sleutels doen als ze zoek zijn en gevonden willen worden. De mensen zeggen wel: ‘Het is belangrijk lekker je eigen dingetje te vinden.’ Maar hoe en waar dat eigen dingetje gevonden kan worden, vertellen ze er niet bij. Tot grote frustratie van Otto. Die wil dus ook gewoon zijn eigen dingetje. Heel graag, zelfs.
Bananarama Consultancy // Krabben
Otto is uitgebraakt. Hij heeft zijn handen vrij voor een leuk tv-avondje. Met de TROS-kompas op schoot speurt hij naar televisieprogramma’s die zijn goedkeuring kunnen wegdragen. Die kruist hij aan met een ballpoint. Hee. De EO. Met iets met krabben. Het begint zo. Otto drukt op corresponderende knop in. Geen krabben. Geen EO. In plaats daarvan de AVRO. Een zender waarvan Otto niets moet hebben. Liever een bad pieren dan een avond AVRO, luidt zijn motto. Hij behoorlijk uit zijn hum geraakt. ‘De EO beloofde mij krabben. Maar geen krabben te zien. Zelfs geen EO. Dit is ONACCEPTABEL.’ Bozig schakelt hij de televisie uit. Wat nu? Geen idee. Wat doet een mens als hij geen televisie kijkt? Otto moet het antwoord schuldig blijven. Hij staat op en loopt wat. Naar het raam en terug. Hij gaat weer zitten. Nu trekt hij zijn rechtersok uit en bekijkt zijn grote teen. ‘Hallo’, zegt Otto tegen de niet onaanzienlijke teen. Hoe laat zou het zijn? In feite moet ik nu gewoon mijn eigen ding doen, maar tijden veranderen.
Bananarama Consultancy // Ontij
Bij nacht en ontij is Otto nu aan het braken. De woonkamer van zijn loft ligt vol met plassen en hopen. De interieurverzorgster (geen naam) is er van overspannen geraakt. Zij kon er niet tegen op schoonmaken en ziet ziek thuis. Otto heeft de arbo op haar dak gestuurd. Die gaan haar net zo lang treiteren tot ze weer haar schort omdoet. Maar tot die tijd zit hij dus mooi te kijken. De president directeur grootaandeelhouder doet nu zelf zijn housecleaning. Onze held loopt zelf met een emmer en dweil in de rondte om zijn verse braaksels op te ruimen. Zonder veel succes. Er helpt geen lieve moedertje aan de grote hoeveelheid straatpizza’s die Otto neerlegt. Hij weet even niet meer hoe hij dit logistieke probleem moet oplossen.
Belasting // Bananarama Consultancy
Otto heeft voor 23.594.590, 42 EUR aan omzetbelastingfraude gepleegd volgens de belastingdienst. Wat een onzin. De doorluchtige gezagvoerder van Bananarama Consultancy Unlimited Worldwide staat boven fiscale regimes en hoeft daarom geen aangifte te doen. ‘Belasting is voor paupers’ zegt hij terwijl hij de brief doorscheurt. Een beetje CEO zou zich toch niet met dit soort onzin bezig moeten houden vindt Otto. Hij zucht. Zijn maag maakt een knerpend geluid. Daar heb je het al. Krampjes, braken. Van dit gedoe is hij een beetje misselijk geworden. De hele office kan hij wel onder braken door dit geneuzel. ‘Dingetje. Kom eens. Met een teiltje. Ik moet braken’, tutert hij zijn PA toe door de intercom. ‘Nee. Herstel. Doe maar een emmer.’ Otto voelt de boterham met hagelslag tegen zijn huig daggeren, klaar om uitgebraakt te worden. ‘Ik moet braken. Maar dit is mooie vloerbedekking’, denkt Otto terwijl hij de rode, hoogpolige bodembedekking van Peruaans baby alpacadons bestudeert. Te laat. In een loodrechte straal spuit het braaksel zijn mond uit.
Wagen // Bananarama Consultancy
Het spel is op de wagen, Otto weet het zeker. Hij zit achter zijn bureau en wacht dus af. Dus. Ieder moment nu, kan het beginnen. Hij tuurt nerveus in het rond. Business as usual. Or so it seems. Not dus. De mensen om hem heen. Ze doen gewoon hun werk. Praten. Bellen. Typen op hun toetsenbordjes. Met hun vingertjes. Doodgewoon. Alsof er niets aan de hand is. Otto weet beter. Veel beter.
Het Spel. Is op de Wagen.
Hij staat op en loopt voorzichtig langs de kantoorplant. Zo onopvallend mogelijk tuurt hij in het bladerdak van dit stuk flora. Als hij er voorbij is, draait hij om en loopt er weer omzichtig langs, een snaakse blik werpend op het gewas. Ja ja. Een plant. Dat kunnen er wel meer zeggen.
Nabeschouwing Sesamstraat #2, Meneer Aart
Oorspronkelijk hier gepubliceerd
Gisteren was alweer de tweede aflevering van het nieuwe Seizoen van Sesamstraat. Na de miskleun van vorige week, kon het niet anders of Pino zou zich willen revancheren. Was hij opgewassen tegen meneer Aart? De verwachtingen waren vooraf dan ook niet al te hooggespannen bij mij. Daar gaan we weer, dacht ik. Een hakkelende Pino en een meneer Aard die een pretentieus plot over een rode bal in een tuin richting moet geven. Met tussendoor uitgekauwde sketches van het verlopen duo Bert en Ernie. Neen. Ik had er een hard hoofd in.
De uitzending begon behoorlijk krampachtig. Pino schoot met een onnatuurlijk hoge boog de bal over de schutting. Ik kon zien dat er veel druk op de blauwe vogel zat. ‘Dat belooft nog wat voor de rest van de uitzending’, dacht ik. De grote rode (!) bal belandde met zogezegd een onrealistisch hoge boog – hoe hard kan een blauwe vogel nu helemaal trappen? – rara, in de tuin van Meneer Aard. O, o, wat een verrassing voor ons, de kijkers. Het was duidelijk dat de redactie hier weer liever lui dan moe was. Was er geen betere aftrap denkbaar geweest? Had de bal niet een ander kleurtje kunnen krijgen? De zenuwachtige introductie van Pino hielp evenmin. ‘Wat moet dit worden’, dacht ik nog.
Gelukkig was daar Meneer Aart. Hij nam koeltjes de teugels in handen. Verfrissend, na het gestuntel met Ieniemienie vorige week waarbij deze recensent zich meerdere malen afvroeg: ‘Who is in charge?!’. Haar muizige optreden had Pino duidelijk verrast en het was wonderlijk hoe slecht de toch door de wol geverfde blauwe vogel omging met de situatie. De hoofdrolspelers waren zichtbaar ongelukkig in hun rollen. Pino, de eeuwige aangever, wist zich geen raad met de bedeesde Iemiemienie die het woord aan hem liet. Ook de vlees-noch-vis-fragmenten deden afbreuk aan de eerste uitzending van het nieuwe seizoen. Maar met Meneer Aard was er eindelijk weer een leidend figuur aan boord. Of moet ik zeggen lijdend? Want zijn misantropische optreden ging door merg en been. Weer zijn bloemetjes plat door zo’n rode bal! Nee, de buurman van Pino was zeker niet te benijden! Net toen deze recensent medelijden dreigde te krijgen, dreigde hij de bal lek te steken.
Het middelste gedeelte voltrok zich in een stevig tempo. Bert en Ernie waren in vorm. Het fragment met Koekiemonster ontroerde en ABC-filmpje was bijzonder informatief. Dit kon weleens een leuke avond worden, dacht deze recensent. En toen moest het eind nog komen. Het optreden bereikte een climax door een schitterende verrassing. De verpersoonlijking van de rode bal. ‘Als je de bal stuk maakt, dan maak je zijn vader en moeder héél verdrietig’, riep Pino. Een briljante vondst en een zeer interessante wending. Wie verwacht dat een rode bal familie heeft? Meneer Aard krabbelde terug en toonde – hoe ironisch – zelf nu zijn menselijke gezicht. Hij had het allemaal niet zo bedoeld. Het was een grapje geweest. De bal mocht terug naar zijn vader en moeder, natuurlijk.
Het was een memorabele Sesamstraat-uitzending die naar meer smaakt
#nabeschouwing #zomergasten 2012 #sesamstraat
© 2026 KutBinnenlanders.nl
Theme by Anders Noren — Up ↑

Reactietjes