Buiten loeit het weer, binnen in de diepe krochten van de Bananarama Consultancy Towers, buigt Otto zich over de plannen voor een lamaäaiweide. Of is het lama-aaiweide? Wie zal het zeggen. Het kost hem moeite zich te concentreren op de velletjes papier die voor hem liggen. Lama’s of hun familieleden, de alpaca’s en de bibendibobza’s, interesseren Otto zogezegd geen ene zier. Sterker: nog minder dan een zier. Hij vindt het opdringerige en snobistische beesten die hij het liefst zou begroeten met een goed geslepen speer. Hij háát Lama’s en zelfs perfect gebraden op zijn bord kan hij niets anders doen dan over ze heen urineren. Het is de aard van het beestje. Vroeger moest hij ook al niets van lama’s hebben en waarom van die gezonde instelling afstappen als het tegendeel niet bewezen is?
Vooral hun wolligheid irriteert hem mateloos. Wol, wol, wol, verder heeft de lama de mensheid niets te bieden. Met zo’n gemakzuchtige instelling wordt het nooit wat met je als Peruaans hoefdier. Nee, lama’s moeten nog heel wat presteren, willen ze Otto in hun kamp krijgen, want zoals het er nu voor staat is hij zo’n beetje de grootste lamahater op deze hele aardkloot en wellicht ook van aanpalende stelsels. Hij staat op en verfrommelt streng en gedecideerd de velletjes papier. ‘To hell met die lamaäiweide! Of is het lama-aaiweide!?’

 
Gerrie S. Veters
Gerrie S. Veters
Man (32 en/of ouder).
Zie @Elagabalus_