Ze vormen een pest en een bron van spoedgevallen met prachtige breuken: elektrische steppen.

 

Gisteren reed er een op de step me net niet van de sokken van mijn voeten, op het voetpad. Ik hield net op tijd het ding tegen om de impact op mijn knie te minderen, want daar raakte het me.

 

Het wicht dat ermee reed kreeg van mij te horen dat ze met die step niet mag rijden op de stoep. Ze reed verder. Tot ze ineens opnieuw naast mij stond en een heel verhaal wou maken. Haar afschudden lukte niet, ze bleef mij en mijn vrouw belagen. Ze trommelde familieleden op, er vielen klappen, politieagenten rukten uit, die me naar de spoed brachten.

 

De hele familie, het wicht inbegrepen dus, bleken je ware hufters te zijn. Daar ze dat woord niet kennen, schold ik ze uit voor varkens om enige afstand te bewaren. Een hele meute wou zich aan mij vergrijpen.

 

De man die de klappen uitdeelde had een vierkantig hoofd.

 

Marc Tiefenthal
Marc Tiefenthal
In tijden van toenemende verdomming en groeiend nationalisme is het gepast, ha, erop te wijzen dat Marc Tiefenthal gemakkelijkheidshalve kan worden gecatalogeerd als Belgisch dichter, die zowel in het Nederlands als het Frans schrijft. In diezelfde context, stijgende verdomming en toenemend nationalisme, vraagt menigeen zich af waar de dichter verblijf houdt. Daar hij op twee plaatsen in de wereld verblijf houdt, dit is bilokaal woonachtig, heeft hij op het Groot Smoelenboek van de heer Sukkelberg, voor de lol Bobigny als woonplaats opgegeven. Kom hem daar maar niet bezoeken. Evenmin als in Menen, Ieper, Leuven, Bossière, Brussel, Antwerpen noch Temse, waar hij ooit gewoond heeft.