“Kan je de glasvezelkabel met een enkel gebaar zomaar van tafel vegen?” Even werd het stil. Je kon iedereen voorzichtig horen ademen. De aangesprokene rechtte zijn rug, klopte met zijn vuist hard op de bewuste tafel en bulderde: “Uiteraard!”

 

Daarmee lag het hele project aan diggelen.

Dit soort feiten doet zich zelden voor. Als ze zich voordoen buiten de context van een vergadering, bestaan er geen notulen, geen geschreven sporen van. Maar deze tafel stond in een vergaderzaal.

De niet meer zo jonge notulist wist dat het erop zat. Hij schroefde de dop op zijn vulpen, sloeg zijn schrift dicht en ging. Hij liep als laatste door de deur, die hij sloot.

Nooit leek iets zo voorgoed afgelopen.