We nemen al eens voorzorgen om klaar te staan, als we zover zijn. Meestal weten we dan waar we zullen staan. Pas als alles achter de rug is, vallen de zorgen achter ons weg.

 

Op onbewuste wijze kunnen we ons voorbereiden op het onverwachte. Dat zijn geen voorzorgen, hooguit zorgen voor morgen.

 

Zorgeloos zijn we in onbewaakte momenten. Dan woelen diep in ons, zonder te borrelen, allerlei beelden en gedachten op. Die sparen we op voor onze dromen.

 

Deze processen zijn niet terug te vinden in kunstmatige intelligentie, het zogenaamde AI, van IA, de ezel balkt. Ze behoren tot een andere orde, die van de poëzie. Al zijn er niet altijd woorden voor.

 

In orde zo? Zwijgen nu maar.

Marc Tiefenthal
Marc Tiefenthal
In tijden van toenemende verdomming en groeiend nationalisme is het gepast, ha, erop te wijzen dat Marc Tiefenthal gemakkelijkheidshalve kan worden gecatalogeerd als Belgisch dichter, die zowel in het Nederlands als het Frans schrijft. In diezelfde context, stijgende verdomming en toenemend nationalisme, vraagt menigeen zich af waar de dichter verblijf houdt. Daar hij op twee plaatsen in de wereld verblijf houdt, dit is bilokaal woonachtig, heeft hij op het Groot Smoelenboek van de heer Sukkelberg, voor de lol Bobigny als woonplaats opgegeven. Kom hem daar maar niet bezoeken. Evenmin als in Menen, Ieper, Leuven, Bossière, Brussel, Antwerpen noch Temse, waar hij ooit gewoond heeft.