Krijgen hedendaagse kinderen nog kinderliederen aangeleerd? We weten het niet. Wij kregen ‘in een klein stationnetje’.
In een station is een uitgang altijd ook een ingang. Toch in grote stations.
In een klein stationnetje is er een voordeur en een achterdeur. Een gemiddeld station telt tot twee in- en uitgangen.
Een station is een wereld apart, een doorgang. Voor zij die er werken is het hun wereld. Voor de patrouillerende politieagenten is het een speeltuin voor crapuul.
Let wel, het gaat uiteraard om een treinstation.
Een groot station telt talrijke in- en uitgangen.
Metrostations, zo onder de grond, hebben een afgescheiden in- en uitgang. Doch dit terzijde.
Op een klein stationnetje,
’s morgens in de vroegte,
Stonden zeven wagentjes
Netjes op een rij
En het machinistje
Draaide aan het wieletje
Hakke hakke puf puf
Weg zijn wij


Ik ben er alleszins ook mee opgevoed. Wat maakt een station(netje) een station trouwens ? Moet er een gebouw staan of is puur de aanwezigheid van perrons al voldoende ? Die hebben soms maar één in- en uitgang, als de halte klein genoeg is. Ik noem maar een Beveren(Waas).
Ik heb een tijd lang les Frans gegeven in Beveren Waas en ging er meestal met de trein naartoe. Het is een klein stationnetje met een in- en uitgang. Er bestaan inderdaad ook pure haltes zonder station. Blij dat jij dat liedje geleerd hebt.
Ik gekscheer ook maar over Beveren(Waas) omdat dat gedicht jou destijds zo bevallen is. Maar enkel een perron is dus een halte, Helder.
Ja, had ik begrepen dat Beveren-Waas voor ons meer is dan een stationnetje. In Sinaai en Belsele is er een halte, zonder stationnetje. Op wag van Tilburg naar Gent rijdt de trein voorbij Sinaai en Belsele. Toen ik nog vaak ver ging fietsen, reed ik daar voorbij met de fiets. Op een klein stationnetje, ’s morgens in de vroegte, fietste ik voorbij glimlachend voorbij. Zwaaide naar het machinistje, die draaide aan het wieletje, enz.