Het lag meteen voor de hand, zo voor het grijpen. Ik bukte me echter niet. ‘Laat maar vallen’, dacht ik.
Ik ging het hoekje om maar kwam toch op mijn stappen terug.
Het lag er nog altijd. Ik stak de weg over niet zonder naar links (en naar rechts) te kijken. Auto’s rijden hier immers rechts.
Toen ik uitgekeken raakte op het landschap met paarden en maïs, bereikte ik de kom. Die was zo goed als bebouwd. Het stuk metaal voelde inmiddels warm aan in mijn zak.



Reactietjes