KutBinnenlanders.nl

Maand: september 2013 (Page 2 of 6)

Paranoia

Omdat ik niet zeker weet of ik afgeluisterd word, zeg ik de hele tijd biep biep. De hele dag door. Biep biep. Bij alles wat ik doe. Biep biep. Ik zet ’s ochtends mijn koffie, de waterkoker pruttelt. Biep biep. Ik drink de koffie op, gezeten op de bank. Biep biep. De hele dag maak ik in mijn woonkamer dat geluid. Biep biep.

Het idee is dat degeen die meeluistert er zo horendol van wordt dat hij me niet meer wíl afluisteren. Dat hij zijn koptelefoon woedend afsmijt en roept: “BEKIJK HET MAAR MET JE BIEP BIEP.” Natuurlijk weet ik niet wanneer dat punt bereikt is, dus ga ik voor de zekerheid maar door en door met biep biep zeggen.

Misschien word ik wel helemaal niet afgeluisterd. Ben ik gewoon een gekke man die de hele dag binnenshuis een gek geluid loopt te maken. Of misschien willen ze wel dat ik dat denk. Pffff, vermoeiend hoor, paranoia. Biep biep.

Boekpresentatie 13 Oktober

In de inbox. Altijd als ik de woorden ‘het aantal plaatsen is beperkt’ lees, krijg ik Project X neigingen. Ik zeg: allemaal komen dus ! Ik zoek tevens een vrijwilliger die zich als René van Densen wil voordoen en voor mij het boekje in ontvangst wil gaan nemen.

 
Geachte schrijver,

Enige tijd geleden heeft u meegeschreven aan het boekje 100 Tilburgers over alledaagse liefde. Wij zijn verheugd om u te mogen uitnodigen voor de presentatie en in ontvangst nemen van het boek dat de titel draagt: Eenvoudige woorden, simpele gebaren. 100 Tilburgers over liefde van alle dagen.

U bent van harte welkom  op 13 oktober vanaf 15.00 uur in Theater De Nwe Vorst, Willem II straat 49 in Tilburg. Wij hebben voor u een bijzonder programma samengesteld dat duurt tot ongeveer 17.00 uur.

Wij stellen uw aanwezigheid erg op prijs. Daarom vragen wij u om zich via info@nweliefdetilburg.nl aan te melden voor deze bijzondere middag. Het aantal plaatsen is beperkt. Wij horen graag van u of u aanwezig zult zijn en met hoeveel personen.

De uitgave Eenvoudige woorden, simpele gebaren is een onderdeel van het project De Nwe Liefde Tilburg. Dertien organisaties namen het initiatief om op zoek te gaan naar moderne uitingen en vormen van barmhartigheid. De Nwe Liefde Tilburg is een veelzijdig project met film, theater, workshops, expositie, lezingen en meer.

Zo vindt op zondagmiddag 8 september om 16.00 uur de opening van de Nwe Liefde Tilburg plaats in het Ronde Tafelhuis met Huub Oosterhuis als hoofdgast. Ook hier bent u van harte welkom. Op www.nweliefdetilburg.nl kunt u terecht voor meer informatie en de agenda van dit project.

Wij ontmoeten u graag op 13 oktober,

Namens de Nwe Liefde Tilburg,
Halima Özen, Theo van Kerkhof, Ralf Bodelier en Tanja Davans

Eén dingetje

Eén ding tegelijk

Ik heb zin in water

loop met kater naar keuken

en besef, tellen later

’t was thee en dat ik de pot weer vergat

Had net een leeg hoofd mèt terug gekregen

terwijl ik juist in gedachten

had moeten denken aan dat.

       Als mannen slechts aan één dingetje dachten

       Was dat maar zo, dan was ik slechts één dingetje rijk

       Dan specialiseerde ik me niet in het verkeerde

       Namelijk het denken en doen van duizend dingen tegelijk.

Ik loop een ex tegen het lijf

waar ik bij had moeten blijven

blijf ik bij, duizend meiden

en hersen-spinsels later

want zij bleek die weken

waarin het me klaarde de ware

maar moest nog meerkeuze

persoonlijkheden ompraten.

                   (refr.)

Het kostte me nog best wat

ritmes en rijmen

om dit te schrijven

zonder verder te duimen

in multiple-choice droomwens en daad

tot ik besef dat het antwoord er nooit echt tussen staat

Ik besef dat de antwoorden er nooit echt tussen staan.

                    (refr.)

Schande

Iemand heeft zijn kliko de dag na het ophalen niet van de stoep gehaald. De natie spreekt er schande van. Het begon in de wijk. Dat warmlopende vuurtje haalde een krant. Daar begon het vuurtje harder te lopen.

De man krijgt journalisten aan zijn raam. Ze kloppen op de ruit en vragen of hij dat vaker doet, zijn kliko dagenlang op de stoep laten staan. De man verstopt zich achter zijn bank. Dat levert amusante TV-beelden op, want je kunt zijn hoofd nog zien. En zijn avondeten dampt nog. Dat bewijst de schaamte van de man. De hele natie lacht.

Er worden kamervragen gesteld over waarom de man zijn kliko niet terug binnen heeft gehaald. Wat de overheid daaraan kan doen. Het volgende punt op de agenda is het bericht dat de volgende dag in de krant stond. Een kindje had buiten het krijtvak gehinkeld. Een actiecomité spreekt er met schuim op de lippen schande van.

Eieren

Pizza en eieren, dat was eigenlijk alles waar ik om kwam. Ik ken mezelf dus ik heb wel een wagentje genomen in plaats van een mandje. Maar ik red het bijna twee meter voordat er al iets in de wagen ligt dat het plan helemaal niet was. Muesli. Ik ontbijt vrijwel nooit dus uiteraard heb ik muesli nodig.

De pizza is snel gevonden maar ik kom na een grote zigzagroute bij de kassa aan en bedenk me dat ik toch echt geen eieren gezien heb. Dat kan niet. Een supermarkt zonder eieren. Het moet aan mij liggen. Ik rij terug naar het begin. Behendig ontwijk ik de andere wagensjokkers want ik ben heel goed met een winkelwagentje. Sierlijk zwaait en danst mijn wagentje de winkel rond, alle obstakels moeiteloos voorbij.

Ik loop op en neer en op en neer. Omdat ik me kapot schaam dat ik de eieren niet kan vinden, gooi ik nog maar wat dingen in het wagentje. Die dvd had ik nog niet gezien. Een vloerkleed, want dat is fijn straks in de winter. Een pallet auto luchtverfrissers – mocht ik óóit mijn rijbewijs gaan halen en een auto kopen, dan heb ik hier veel profijt van tegen die prijs.

Huisvrouwen kijken me verdacht aan, met een blik alsof ze zich afvragen of ik ze loop te stalken. Paniekerig gooi ik ook maar een gezinsverpakking tampons in het wagentje. Een dames badjas en kinderpyjama. Vakantieverpakking hondevoer voor de poes.

Met de staart tussen de benen vraag ik bij het vijftiende rondje van de zaak, aan een medewerkster of ik nu tachtig keer over de eieren heen heb gekeken. “O, nee, die zijn vandaag niet geleverd.” Met een zucht van opluchting dat het niet aan mij lag reken ik allles af.

Liefdesbaby

Liefdesbaby

Snel nog halen: koffie en koekjes bij de thee

een red-de-stoma, bejaarden-oversteekdiploma

een boodschap voor de knabbel, iets tegen loos gebabbel

Voor elk belerend toontje één afleidend cliché

en een oma dood die zei: ‘het zit ons eindelijk mee.

     Zoveel nog te doen voor ik met jou stil ga leven

     Zoveel nog te doen voor ik met jou stil ga leven.

Niet vergeten: pantoffels en paprika-kartoffels

rekening op de bus, en even rust voor straks ons kindje nog een kus

voor wij samen terug naar school voor apekool

tegen malen na de maaltijd over of zij straks wel droger brood lust

als jij straks na je ontslag hierheen komt en bij mij blijft dus.

                  (refr.)

Eindelijk alles: ik zet de televisie aan

en jij verschijnt in beeld terwijl je met je ring-vingertje nog speelt

Ik kijk aandachtig en hou alweer zelfs nog meer van jou

tot het journaal erna van jouw huwelijk en liefdesbaby kweelt….

(kreun)

Moet ik wèèr iets voor je kopen…!

                  (refr.)  2x

De toeriste

De toeriste

 Terwijl ik de MP3-speler van mijn oren lostrok en inspecteerde waarom ik Cheb Khaled niet meer kon verstaan, midden in zijn verhaal over een Arabisch meisje waarmee hij sliep op een duizend-en-een nacht der nachten, stilstaand voor een stoplicht, hoorde ik een prachtige jonge meisjesstem aan mijn linkerkant in het Engels vragen waar het postkantoor was. Gelukkig wist ik dat haar te vertellen.

‘If joe go rait at de nekst lait… The Jumbo, the postoffices are all in supermarkets in Holland these days.’ Wat een

 taalbeheersing had ik. Wat een zuiver, vloeiend accent. Ik was trots op mij. En terwijl ik dat zei en het inderdaad schitterend mooie meisje (ik schatte een jaar of twintig, blank en melkboeren-hondenhaar in een half-lange staart) aankeek, nonchalant, maar aimabel genoeg, was ik terstond verliefd op een mogelijke relatie tussen haar en moi. Ja, moi. Ik zag haar en mij op zijn Frans vrijend onder de Eiffeltoren en mezelf Frans stokbrood met Camember aan haar voerend in een Frans bootje over de Seine, terwijl zij het Franse eten tongde en zichtbaar genoot van mijn Frans-Nederlandse touch over haar naakte borsten en dwalend naar haar Amerikaanse cunt.

‘And can you send boxes from there, sir? Hé, easy on the sir, hè, zo oud ben ik nou ook weer niet. Wacht, dat maar niet zeggen, mmmmmm, gelukkig, en nou terug duwen, ga terug waar je vandaan kwam! Jes, joe ken cent bokses vrom tair, milady. Are you from the United States of America? Ach, nee, daar zal ze vast geen tijd voor hebben. Zo veel te zien, zelfs in Tilburg en terug in Amerika moest ze het zeker niet hebben over die irritante, haar brutaal half-verkrachtende, opdringerige Nederlandse jongen. En al helemaal niet over die Hollanders, die je  al meesleurden naar hun grotten als je ze vriendelijk naar de weg vroeg. We moeten per slot van rekening een goede indruk maken. Zodat zij nog een keer terugkomt en wel de tijd heeft. En die hele afstand is gekomen met louter als doel om jou eens goed te leren kennen.

Maar wat als dat nou niet gebeurt? Wat als zij zo meteen afslaat en je haar nooit meer ziet en zij jou al vergeten is als zij haar doos afrekent en opstuurt (Wat zou daar in zitten? Zou dat iets voor mij zijn? Zou ik dat leuk vinden om dat te ontvangen en daarvoor mijn handtekening op zo’n beeldschermpje wil zetten?). Wat nou regels? Wat nou ongeschreven regels? Schrijf het dan op als je ongeveer alles afgeraden wordt te doen om indruk te maken op dat leuke meisje dat je anders nooit meer ziet, maar dat wel een onuitwisbare indruk op jou heeft achtergelaten. Wat nou? Dat zal ze toch wel begrijpen/ Zeker als je haar ook nog eens in de gelegenheid stelt om jou te leren kennen. En wat nou als dat niet haar plan was, om leuke Hollanders te ontmoeten? Het was ook niet mijn plan om een leuke Amerikaanse te ontmoeten, zeker niet nu ik in mijn hoofd nog steeds bij de vioolles van net zit. Bij dat grietje rechtsvoor me, die zo verleidelijk haar mooie rug laat zien en de centimeters naakte huid van haar nek. Het is nog maar een kwestie van tijd voor Griet zich een keer omdraait en onze relatie begint. Maar dan moet ik wel doorgaan met aan haar denken. Dan moet ik haar beeld vasthouden, dan mag ik geen moment mijn aandacht van de bal laten verslappen. Zodat ik er compleet klaar voor ben, als zij mij volgende week op haar vaste plek in de klas ziet zitten en resoluut en vol verlangens op me toe snelt….

Maar die Amerikaanse heeft dat nu verpest. Wacht, ze is nog niet weg, ze staat daar maar voor dat rode licht, met haar heerlijke kontje op dat herenzadel.. mmmm, weet dat wijf dan niet… Wacht maar.

‘You see that blue board there? It says that joe ken go right any moment, even do ze lait is ret.’ Een glimlach. Nu komen we ergens. Hé, waar gaat ze nou heen? Stom! Stomkop! Eikel, je hebt haar zelf laten ontkomen. Nu kunnen we niet praten. Nu kom ik er nooit achter in welke staat ze woont en waar precies. Of het daar warm is of dat ze het juist in Holland warm heeft en of die Amerikanen werkelijk allemaal zo als zij zijn.

Nou ja, naar huis dan maar, ik krijg toch al een beetje honger.

Doet me toch denken aan… Waarom vragen wij ons allemaal (oh jij niet dan? Goh, mazzelaar!) af hoe Amerikanen dit doen of dat bedenken en wat ze doen of denken of allebei als dingen als dit gebeuren en of ze inderdaad allemaal? En of ze, net als wij… Wie is wij? Wie zijn zij? Kom je daar ooit achter? Waarom vraag je je zelf zo zelden af hoe jij en hoe ik? Waarom hebben wij – daar heb je het weer – waarom hebben ‘wij’ het nooit over onszelf en blijven we daarbij? Waarom moet die Amerikaanse zo nodig naar ons toe komen. Naar ons land, naar onze cultuur, naar ons eten, onze gewoonten, onze taal (ja, waarom spreekt zij mij eigenlijk aan in het Engels, nogal arrogant als je bedenkt dat ik dat andersom in Amerika niet hoef te proberen met Nederlands, of Fries of Limburgs). Is er een wij? Is er een zij? Maar vooral, waarom houden ze het niet bij onszelf. Bij jou, bij mezelf. Die ik sowieso ook nog maar voor een deel ken en misschien in mijn leven nooit volledig en echt zal leren kennen. Of leren wij elkaar vooral kennen door de ander? Doordat anderen onze spiegels zijn en dat we zonder de ander blind als baby’s en kittens in de wereld rond blijven dwalen tot de grote blinde ons vanuit een blinde hoek verblindt en het licht uitdoet?

Ik was inmiddels weer thuisgekomen en dacht door tijdens het uitkleden, het douchen, het lunchen en de eerste vijf sigaretjes. Tot ik het lichtknopje had gevonden en ik wist wat me te doen stond.

Ik pakte mijn jas en fiets en fietste de stad Tilburg in, op zoek naar de volksaard, op zoek naar mooie plaatsen, mooie plaatjes, toeristische attracties, geuren, kleuren en gebeurtenissen waarmee een echte toerist thuis kan komen. Daarna spoedde ik me naar de dichtstbijzijnde Jumbo en meldde me bij de balie met de brievenbus.

‘Goedemiddag, meneer (hé, rustig aan met dat gemeneer stomme Hollandse domme doos!), wat kan ik voor u doen?

‘Ik wil graag de grootste doos die u heeft en die wil ik naar Amerika sturen.’

‘Hoe groot moet die doos zijn, zo groot of groter?’

‘Groter, heb je ooit gehoord op school van de boekenkist waarin die geschiedenis-meneer, eh, nou ja, Brugman, zich het kasteel uit liet smokkelen? Nee, er gaan geen belletjes rinkelen? (Nee, natuurlijk niet, je bent gewoon een domme doos die de hele schooltijd lang haar nagels zat te lakken en naar domme knappe scooter-jochies zal te loeren terwijl ik er wat van maakte, mijn schooltijd) Nou ja, de grootst doos die je hebt.’

‘Deze? Okee, dat is dan twintig euro, vijfenveertig, contant of met de pin? En waar moet ie naar toe? Heeft u de inhoud bij u, het kan nog tot vijf uur vandaag op de post. Anders wordt het morgen.’

‘En wanneer ben ik, ik bedoel, wanneer komt ie dan aan?’

‘Met Fed-ex is ie er morgenochtend om 10.00 uur, maar dat kost wel iets meer. Met TNT doet ie er drie dagen over. Ligt ie lekker? Zal ik er nog wat broodjes bij doen. Okee, ik doe em dicht. Veel plezier in Amerika, meneer.’

Eindelijk komen we ergens.

Op een zondagochtend kwam het Amerikaanse meisje Alice Stromboli terug van haar reis door West-Europa en vond een natgeregende grote kartonnen doos met haar naam erop (‘die Amerikaanse toeriste voor het stoplicht bij de Korvel die een doos wilde versturen en waar ik nu smoor op ben’, om precies te zijn). Ze sleepte hem – hij was behoorlijk zwaar – naar het halletje en opende de bovenste bladen.

Ze keek er even in en pakte haar mobieltje.

‘Hello, Fed-ex? Can you come get a package to return to sender?

Why?

I haven’t asked for it.

What? I did? Okay, thank you. I’ll take it inside.

En zo werden een Hollandse jongen en een Amerikaanse toeriste heel gelukkig samen. En leefden nog toen Fed-Ex de volgende morgen het pakketje kwam halen.

10 uur.  10 O’Clock

Universal time.

« Older posts Newer posts »

© 2026 KutBinnenlanders.nl

Theme by Anders NorenUp ↑