Ook ik besef, achteraf, dat het dom was om te proberen met een paar kilo heroïne, de stadstaat Singapore binnen te komen.

Natuurlijk, ik wist van het fascistische beleid van het betreffende land, met betrekking tot opgepakte drugsdealers. Geen genade: een ‘legale staatsdood’ is de standaard repercussie. Geen appetijtelijk vooruitzicht. Aan de andere kant, had de Singaporese douane mij niet gepakt, ik zou nu als god op Hawaï leven, voor de rest van mijn leven financieel onafhankelijk.

De werkelijkheid was harder en gruwelijker. Toen ik vier maanden geleden op de luchthaven in mijn kraag werd gevat, wist ik meteen hoe laat het was: een uur ’s middags en het uur U. Het einde van mijn bestaan op aarde had ik zelf ingeluid, met mijn onbezonnen daad van jeugdige overmoed. Een schending van de meest basale rechten van de mens, men behoort een persoon niet de wereld uit te helpen, enkel omdat hij wat poeder vervoert. Desalniettemin had ik me neer te leggen bij het krankzinnige regime van de Aziatische dwergstaat. Een gezag dat zo blind is voor de tijdsgeest, dat ze niet eens de tegenwoordigheid van geest bezit, het onschuldige herenblaadje Playboy te gedogen.

Ondertussen zit ik in de puree. De Nederlandse ambassade heeft uiteindelijk niets voor mij kunnen betekenen. De Singaporese machthebbers waren onvermurwbaar. Over een week vindt mijn executie plaats. Ik ben er rustig onder. Mijn pleegvader – mijn biologische ouders zijn niet meer in leven – spreek ik de ochtend van mijn einde voor de laatste keer; via de telefoon. Hij kan het niet opbrengen naar Azië te vliegen, zijn kwetsbare hart zou overlopen met emoties. Begrijpelijk.

Sinds twee maanden schrijf ik via Amnesty International met een Duitse vrouw, Monika uit Heilbronn. Zij verloor ooit, alweer jaren geleden, haar eigen zoon vanwege een soortgelijk drugsvergrijp. Het lucht op met haar te corresponderen. Het geeft de laatste weken van mijn leven een bepaalde verlichting, misschien zelfs zingeving. Hoewel je je kunt afvragen wat voor zin het heeft om een tweeëntwintigjarige jongeman van het leven te beroven, in plaats van hem laten we zeggen zeven jaar in de cel te gooien, waardoor hij nog de mogelijkheid heeft zijn leven te beteren.

Gister had ik mijn beste vriend aan de telefoon. Hij zwoor dat hij nooit in zijn leven één voet zou zetten op het grondgebied van een land, waar ze de doodstraf hanteren voor het bezit van of de handel in drugs. Deze gelofte sterkte mij. Het was een emotioneel gesprek. Tranen vloeiden. Aan beide kanten.

Over zeven dagen ben ik historie. Ik probeer de dagen en de nachten – ellenlange geduldexercities – door te komen, met het denken aan wijlen mijn ouders, mijn pleegvader, mijn beste vrienden, Monika. Ik zal overleven. Misschien niet in dit leven, maar mijn free spirit zal overleven.

Ik moet denken aan de woorden van de Amerikaanse acteur Steve McQueen, in de slotscène van het meesterwerk Papillon:

Hey you bastards, I’m still here!

 
Soul Food
Soul Food
In the early seventies, mister Soul Food (born ‘Seelefutter’, Frankfurt am Main, May 5 th 1955) maintained an intense friendship with Long Island-raised, American popmusician Lou Reed.
As a kind of a tribute to his German-born apprentice, the NYC-man Reed dedicated one line of his famous song Walk on the Wild Side to mister Seelefutter, which means ‘Soul Food’ in English:
‘Looking for Soul Food and a place to eat’. (second line of the forth stanza.)
Since that time, Seelefutter strolls through life as his alter ego ‘Soul Food’. Under this name, the bloke produced some of the most enticing blogposts ever composed, which can all be found on our website.
In recent years, Soul Food received several extremely prominent, international blogawards.
For example: The 2007-edition of the ‘Blog your ass off-award’, probably the most notable honour a blogging creature on the surface of the world can possibly gain.
© Soul Food, all rights reserved