Een worsteling
– ‘Je geld of je leven.’
– ‘Ik heb geen geld.’
- ‘Je leven dan.’
- ‘Ik wil ook niet dood.’
- ‘Nee, je begrijpt me verkeerd. Je geld of je leven. Je dood brengt niks op.’
- ‘Wat wil je met mijn leven? Dat is toch ook niks waard. Voor jou, bedoel ik. En zonder ga ik dood.’
- ‘Ja, ik weet het. Het is moeilijk te begrijpen. Maar ik voel aan je protest dat je leven je wat waard is. Dus wil ik het hebben.’
- ‘Ik zal het duur verkopen.’
- ‘Dan doe dat geld maar.’
- Nééééé’!
(een worsteling later)
- ‘Je geld of je leven!’
- ‘Mijn geld ìs mijn leven! Maar… je bent toch machteloos. Ik heb nog altijd de macht.’
- ‘Geef die dan ook maar.’
- Ik voorspel je, je krijgt er nog spijt van!’
- ‘Laat dat dan maar. Voorspel de koersen maar. Geef! En neem de kuierlatten.’
- ‘Mag ik die hebben? Oh, dank je! Dank je wel!’


Geef een reactie