KutBinnenlanders.nl

Maand: mei 2013 (Page 1 of 4)

Kantlijn

Dat je je zo
kunt liggen te ergeren
trillend van woede

om het lawaai van
waaiende wind en
om het gezoem van
de uitweg zoekende wesp

Al dat leven
dat maar doorgaat
en jij, gestrekt
aan de kantlijn.

 

Cineman (11): Het getikte heden.

Film van de dag: The Return of Captain Invincible (1983)

Ook ik ben er niet ongevoelig voor. Dus toen het door weer iemand anders tegen me gezegd werd, kwam het aan. Een opvallend hoog aantal mensen in mijn omgeving was van mening dat ik met mijn tijd mee moest gaan. Ik besloot klein te beginnen. Het een uurtje de kans te geven. Kijken of er iets waardevols in dat advies besloten lag. Met één voet stapte ik uit het verleden en plantte hem stevig in het hier en nu. Om structureel de zaken aan te pakken, begon ik met het aanzetten van de radio. Een beetje de muziek van hier en nu luisteren. Kijken wat het zoal was. Al snel merkte ik dat mijn aandacht verslapte. Ik luisterde maar met een scheef oor. Sterker, merkte ik ineens, ik was lichtjes gaan hellen. Licht scheef zittend luisterde ik naar de ethervulling en bromde dat er verdomd weinig ziel in klonk. Het experiment begon niet best. Ik schakelde de radio weer uit.

Ik besloot een blik te werpen op de sportberichten. De transitie naar het heden mag best lichtvoetig stapje voor lichtvoetig stapje genomen worden, immers. Ik las over sporters die gekocht en verkocht werden voor duizelingwekkende bedragen. Ik las over overwinningen die medicinaal bekocht werden. Tussen al het economisch geweld las ik verdomd weinig over menselijke prestaties. De proporties waarin het allemaal afspeelde, wogen me zwaar. Ik merkte dat ik nog wat schever ging zitten.

Goed, sport was het dus niet. Van alles wat ik tot me genomen had, leek het me een vloeiende beweging om naar de economische toestand van ons land door te gaan. Zo vernam ik hoeveel mensen onder bestaansniveau moesten leven. Hoe precair de laatste nog staande pensioenfondsen erbij stonden. Hoe dun gespreid de uitkeringspot uitgesmeerd moest worden onder stijgende werkeloosheidcijfers. En hoe roder de wankelheid van de economische realiteit tot me doordrong, hoe zwarter het voor mijn ogen werd. Tot ik plots merkte dat ik plat op mijn zij was gevallen.

Tot zover schrok ik danig van dat hele heden. Een vieze smaak bekroop mijn papillen. Maar ik had natuurlijk maar oppervlakkig de boel verkend. Ik wierp een hoopvolle blik op de hedendaagse literatuur. Daar moest toch wel wat verheffends tussen verblijven. Maar ook dat had ik snel gezien. Vijftig keer niks werd er nog gepubliceerd. Ik werd er horendol van. En mijn lijf begon op vreemde wijze te verstijven. Leunend op mijn hoofd, begonnen mijn voeten omhoog te zweven.

Wanhopig keerde ik me tot de moderne sociale media. Misschien was de saamhorigheid van mijn medevolk daar terug te vinden. Maar wat ik trof was ramptoerisme en puberale grapjes. En wanstaltig veel spelfouten. Mijn benen verkrampten verder omhoog. Maar halsstarrig hield ik mijn nek recht.

Heilig overtuigd van de genezende kracht van eeuwige spirituele waarden bekeek ik eens hoe het geloof er voor stond. Ik verwachtte dat de verschillende wereldgeloven toch hard aan het werk waren de mensen samen te brengen. Daar waren religies immers voor, om maatschappijen te binden en normen en waarden te bewaken. Maar de realiteit bleek ook daar een ruw ontwaken. Onder het vaandel van medemenslievende godsaanbidding werden mensen omgebracht, werd de onschuld van kinderen op alle mogelijke manieren aangetast en bijna geen enkele regel uit de universele rechten van de mens gerespecteerd. Zelfs de vrije meningsuiting werd gemuilkorfd. De wereld op zijn kop, leek me. En tot mijn verbazing was ik inmiddels zelf ook ondersteboven gedraaid.

Op mijn handen lopend verliet ik het huis. Het heden speelde zich immers buiten af ! Ik verwachtte daar veel meer van de mensen. Maar vooral schreeuwde iedereen tegen me, daar. Het woog me zo zwaar dat ik steeds meer begon te kantelen. Scheef bungelend wogen het oordeel van de medemens dat ik me vooral normaal moest gedragen, de strenge blikken van de handhavende macht, het simplistische en luidruchtige reclamegeweld dat me tot commercie poogde te dwingen, en de bijna machinaal efficiënte inrichting van de publieke ruimte, me verder en verder plat.

Uitgeput van de afgelopen drie kwartier legde ik me in een parkje te rusten. Daar werd ik ondergeplast door een hond. De eigenaar stond er laconiek bij.

Terug naar huis, naar mijn veilige eigen wereldje, begon ik langzaamaan weer rechtop te lopen. Tegen dat ik de deur sloot, leunde ik nog maar licht scheef. Het heden wordt veel te hard doorgetikt, schoot me door mijn kop.

Tenslotte, met het lood in de schoenen, verdiepte ik me in het wereldnieuws. Ik las waarom er nou weer gevochten werd, dat de bijen op uitsterven stonden, dat de wereld naar de kloten ging. Zonder één moment langer te twijfelen trok ik mijn voet uit het heden en plantte hem stevig in het verleden. Ik had het gehad. Het uur was net niet rond, maar ik had er een vierkante kop van gekregen.

Ik wil maar zeggen, veel wijzer werd ik ook niet van het met mijn tijd meegaan.

 

Feestmiddag voor Jasper Mikkers (65) in Paradox

De Tilburgse dichter en schrijver Jasper Mikkers wordt 65 jaar. Dat wordt op zondagmiddag 2 juni gevierd in Paradox Tilburg. Diverse schrijvers, muzikanten en vrienden zullen hem op het podium eren. Het gerucht gaat dat burgemeester Noordanus aan Mikkers de Gouden Legpenning uitreikt, een gemeentelijke onderscheiding voor personen die zich in hoge mate verdienstelijk hebben gemaakt voor de stad. Het programma begint om 14 uur, de toegang is gratis. A.H.J. Dautzenberg presenteert.

Jasper Mikkers (aka Tymen Trolsky) publiceert al ruim vier decennia proza en poëzie bij gerenommeerde uitgeverijen. Op 2 juni zal Kester Freriks (NRC-recensent en schrijver) stilstaan bij het proza van Mikkers. ‘Tymen Trolsky is voor mij heel belangrijk geweest’, liet hij zich eerder ontvallen. Chrétien Breukers (dichter, bloemlezer en officieuze opvolger van Gerrit Komrij) spreekt over de poëzie van Mikkers.

Premières

De muzikanten Thomas Maarten van der Zwan, Arjan Bruinsma en Frans van der Meer zetten nieuw werk van Mikkers op muziek en presenteren dat in Paradox. Stadsdichter Esther Porcelijn maakt speciaal voor haar collega een stadsgedicht. Volop premières dus.

Daarnaast zullen vrienden en collega’s van Mikkers in twee panels (prikkelende) anekdotes ophalen over de liefdesdichter.

Nieuwe bundel

Om te laten zien dat hij nog lang niet is uitgeschreven, wordt op 2 juni ook de nieuwe bundel van Jasper Mikkers ten doop gehouden: We Zijn Al Lang Onderweg. De bekende schrijver Thomas Verbogt verzorgt namens Uitgeverij Nieuw Amsterdam een inleiding.

Gouden Legpenning

Landelijk heeft Mikkers altijd meer waardering gekregen dan in onze stad, maar daar komt wellicht verandering in. Kregen coryfeeën als Ed Schilders en Jef van Kempen de afgelopen jaren een Zilveren Legpenning, als de geruchten kloppen wordt Mikkers door de burgervader onderscheiden met een Gouden Legpenning. En wellicht maakt de stadsdichterscommissie op 2 juni de nieuwe stadsdichter bekend…

 

Cineman (10): Repetitieve repetities.

Film van de dag: Choke (2008)

Hoe vaak je ook de mensen duidelijk probeert te maken dat je een onnavolgbaar leven leidt, ze luisteren nooit. Zo word je, voor je het weet, om de haverklap geconsulteerd door schrijvers die je levensverhaal willen opschrijven, ondanks je protesten. Geen poot om op te staan, want als je actie ertegen probeert te ondernemen, wijzigen ze je naam en heet het allemaal fictie. In het begin ga je dus daar maar onbetaald op in, omdat de nauwkeurige waarheid van het verhaal je toch nauw aan het hart ligt. Men moet het immers wel juist navertellen. Aan verwarrende verhalen en volslagen onjuistheden heeft niemand iets.

Maar na een tijdje begin je geld te vragen. Amper terug van alwéér een jonge, enthousiaste romanschrijver in het noorden van ons land, lag er een consultatie-aanvraag op de mat van een naspeelgezelschap. Schijnbaar was binnen de groep een roep ontstaan om de verschillende oorlogen en andere zaken die ze tot dusver naspeelden, te verwerpen. Niet historisch genoeg. Begrijpelijk, bij mijn unieke levensloop verbleekt het meerendeel van onze vaderlandse historie. Dus. Of ik maar weer even kon komen helpen de feiten in orde te krijgen. Zucht. Er werd echter een vrij redelijk bedrag genoemd. Lichtere zucht. Plus overnachting en catering. Okee dan. Ik greep mijn nog niet uitgepakte koffer en liep de voordeur terug uit.

Ik werd welkom geheten door een jongedame met een uitbundige boezem, die sprekend gekleed was als een jongedame die ik onderweg nog in de trein had gezien. Met, het mag worden gezegd, een iets minder uitbundige boezem. Ik vermeldde het toeval aan de jongedame, die me geschokt aankeek. Ik dacht nog, ach kom, dat is toch een leuk toeval. Tot ze huilend wegrende, mij verbouwereerd achterlatend. Met de koffer in de hand liep ik verder het terrein op.

“Waar rent Tanja nou weer heen ?” hoorde ik iemand roepen. En vanachter een gebouw dat sprekend leek op een kioskje waar ik onderweg een pakje sigaretten had gekocht, kwam een man tevoorschijn die als twee druppels water leek op de conducteur die mijn kaartje had gecontroleerd. “Ah, heer Cineman, u bent gearriveerd, welkom !” Hij stak zijn hand uit, en geamuseerd keek ik ernaar alvorens die te schudden. Ik vertelde hoe hij sprekend op mijn conducteur geleek, maar dat die korter geknipte vingernagels had. Onmiddellijk pakte de man een nagelschaartje en bewerkte zijn nagels. “Zo ongeveer ?” Ik knipperde verrast met mijn ogen om de kordate ingreep, maar inderdaad, dat benaderde de nagels van mijn conducteur uiterst accuraat.

“Ons gezelschap heeft de nauwkeurigheid van de details hoog in het vaandel,” zo sprak mijn conducteur, terwijl we door een gang liepen die sprekend de gang naar mijn woning was. Hij opende een deur die zoveel gelijkenis met mijn eigen voordeur vertoonde, dat twee druppels er jaloers op zouden zijn. Binnen was alles zoals ik zojuist mijn thuiswoning achter had gelaten. Verbaasd keek ik naar het stof in de entreegang, waar exact kloppend te zien was waar mijn koffer gestaan had voor ik de woning weer verliet. “Maak uzelve thuis,” sprak de man, die zich duidelijk uit de voeten wou maken. “Zodra u wat tot rust bent gekomen, vernemen we graag uw input.” Haastig verliet hij het pand.

Met stomheid geslagen liep ik de woonkamer in die echt in alles de mijne leek. Even twijfelde ik niet of ik niet gewoon thuis was en misschien dit alles droomde. Achter me hoorde ik plotsklaps een geluid. Ik draaide me om en zag een man de deur binnenkomen. Nee, niet zomaar een man. Mijn exact gelijkende döppelganger.

Hij plaatste zijn koffer, die exact op de mijne leek, in de gang en nam de post door. Hij zuchtte. Hij zuchtte iets minder diep. Hij pakte zijn koffer en liep weer de deur uit, brief in de hand.

Verbaasd bleef ik even staan. Toen liep ik naar de voordeur, vastbesloten deze man aan te spreken. Wat een gelijkenis, verbluffend ! Ik had de voordeurklink nog niet vast of ik hoorde achter me een geluid. Ik draaide me om en zag iemand die sprekend op mij leek, verbaasd om zich heen kijkend, de woonkamer in slenteren. Ik liep naar hem toe, al deed hij alsof hij me niet zag. Plots opende de deur weer. En daar liep ik weer binnen. Koffer, post, zucht, zachtere zucht, koffer, deur. Terwijl ik er verbaasd achteraan staarde liep mijn tweede döppelganger de gang in, naar de deur. Daar aangekomen keerde hij zich verbaasd om. Ik keek in zijn kijkrichting en zag een derde döppelganger. Verbaasd de woonkamer inslenteren. De tweede döppelganger liep verbaasd naar mijn positie toe. Ik deed behoedzaam een stapje opzij. En daar ging de deur weer. Post, zucht, zucht, zoef. De derde döppelganger liep naar de voordeur. En plotsklaps was er bij de woonkamer een vierde döppelganger. En liep de derde naar de positie van de tweede, die behoedzaam een stapje opzij deed – ik ook maar.

Tot mijn grote verbazing kwam er geen eind aan en voor ik het doorhad stond de halve gang vol dubbelgangers. Ze leken stuk voor stuk meer op mij dan ikzelf. Ik kon er met mijn kop niet bij hoe men dit voor elkaar had gekregen. Cosmetica ? Of zelfs chirurgie ? Zou dat meisje zich soms nu ook naar de arts hebben gerept om mijn domme opmerking ? Even krabde ik op mijn achterhoofd, waardoor ineens iedereen ophield met hun actie. Zeker twintig paar ogen staarden naar mij. Ik voelde mijn gezicht gloeiend rood worden.

“Ik wil maar zeggen,” spraken ze allemaal tegelijkertijd uit, “ook ik heb wel eens moeite in karakter te blijven.”

 

Bananarama Consultancy // Compostdag

 
In de beslotenheid van zijn eigen woonkamer viert Otto Nationale Compostdag. Nationale Compostdag is een heugelijke dag, meestal een woensdag, waarop wij vieren dat er compost is en altijd zal zijn. Zolang er planten en bomen en grond en zuurstof en water en bacteriën zijn. En mensen die compost zijn naam compost geven en hem gebruiken in hun tuintjes. Dat, kortom, alle voorwaarden -naast de chemische processen- daar zijn om het mogelijk te maken van compost te kunnen spreken. Spreken we toch van compost zonder deze voorwaarden, dan kunt u er zeker van zijn dat dit geen compost is – maar iets anders. Poep bijvoorbeeld. Behalve wanneer poep opeens compost wordt genoemd. Dan kunt u voorbijgaan aan het meeste van het hierboven beschrevene.

Continue reading

 
« Older posts

© 2021 KutBinnenlanders.nl

Theme by Anders NorenUp ↑