Oostblokhoofdje zag eens banga’s hangen,
o! als eieren zo groot.

’t Scheen, dat Oostblokhoofdje wou gaan plukken,
schoon de politie ’t hem verbood.
Hier is, zei hij, noch de politie,
noch de moralist, die het ziet:
Aan een boom, zo vol geladen,
mist men vijf zes banga’s niet.
Maar ik wil gehoorzaam wezen,
en niet plukken: ik loop heen.
Zou ik, om een hand vol banga’s,
ongehoorzaam wezen? Neen.

Voord ging Jantje: maar de politie,
die hem stil beluisterd had,
Kwam hem in het loopen tegen
voor aan op het middelpad.
Kom mijn Oostblokhoofdje, zei de politie,
kom mijn kleine Bangadief!
Nu zal ik u banga’s plukken;
nu heeft de politie Oostblokhoofdje lief.

Daar op ging de politie aan ’t schudden,
Oostblokhoofdje raapte schielijk op;
Oostblokhoofdje kreeg zijn hoed vol banga’s,
en liep heen op een galop.

 
Vlad Tepescu
Vlad Tepescu
Steekt, schopt, brandt, alleen niet meer als zijn voorvader Tepes.