KutBinnenlanders.nl

Maand: mei 2012 (Page 1 of 7)

Thailand Mijn 2e Vaderland (6)

Geld is erg belangrijk.

Tref je een Thaise vrouw zonder schulden dan heb je net als ik een lot uit de loterij.

En dan zijn er duizende verhalen hoe het fout kan gaan als je de verkeerde vrouw trefd.Er zijn vrouwen die hun  buitenlandse vriend  snel vragen om met ze te trouwen.En in den beginne gaat dat meestal goed,de man betaald  huishoudgeld en soms  geeft hij haar elke maand wat geld voor  het onderhoud van haar kinderen als ze die heeft.Maar er zijn er ook die laten de man dan een huis kopen maar dat kan alleen op de Thaise der naam dus de man bezit niets hij lost alleen af.Mij is het volgende verhaal van een Nederlander bekend.De man  komt naar Thailand met 30.000 euro.Hij leerd in de kroeg een meid kennen en via zijn edele deel word hij al snel verliefd  en hij koopt voor 30.000 euro een nieuw huis voor haar en hem.Maar na enige tijd hij is een echte stapper is hij regelmatig dronken in het uitgaans centrum gezien krijgt die vrouw ruzie met hem omdat hij te veel zuipt.Dan zegt hij je gaat er uit.Ze zegt hem dan nee jij gaat er uit het huis staat op mijn naam.En hij kan vertrekken 30.000 eurotjes armer  moest hij het huis verlaten.Dus deze man die wel een goed pensioen uit Nederland  heeft stond  op straat.Ik zag hem enkele weken erna alweer in de kroeg zitten de meiden hielpen hem van zijn uitkering af ha ha .Een ander verhaal ik ging regelmatig met een Nederlander  en enkele andere uit eten.Ik had voor deze man  een aardige  Thaise vrouw  geregeld .Hij was er zo gek op  dat hij al na 5 maanden met haar trouwde en al snel op haar naam een huis kocht.Toen ik hem laatst vroeg gaan we als Nederlanders onder elkaar nog eens gezamelijk uit eten antwoorde hij als volgt,dat moet ik eerst aan mijn vrouw vragen want zij beslist wat er uitgegeven word en zij beheerd de financien.Dat verbaasde me erg.Want de man AOW er met ook nog een goed pensieon erbij heeft van af dat moment niks meer over zijn eigen geld te vertellen ;die werd dus gewoon ingepakt door deze vrouw.

 

Bananarama Consultancy // Megaorder

 
Otto zit in een vliegtuig. Naar alle waarschijnlijkheid. Het kan ook een bus zijn of een ruime auto. “Is dit een auto of een vliegtuig?” vraagt hij aan de piloot of chauffeur. “Een boot meneer”, antwoordt die. Otto heeft geen idee waar de boot naartoe gaat, maar vragen durft hij het niet. Een leider stelt geen vragen, immers. En Otto, inspirerend opperhoofd van Bananarama Consultancy Unlimited, is ontegenzeggelijk een leider. En dus vraagt hij niet waar het vaartuig naartoe vaart. In plaats daarvan kijkt hij uit het raam, pardon, de patrijspoort en vraagt hij: “Over welk water varen we nu?”

 

Stad Spreek Tot Mij (3)

STAD SPREEK TOT MIJ

Stad van liefde, stad van haat, stad van gestoorden, stad van kwaad. Stad van schreeuwers, fluisteraars ook, stad van helderheid, stad van rook. Stad van doeners, stad van denkers, stad van criminelen, stad van krenkers. Stad van angsten, dood en bederf, stad van vreugde, afgebladderde verf. Stad van eenzamen, stad van verdriet, stad spreek tot mij, onthoudt mij uw woorden niet. Stad van mij, van jou, stad van ons allemaal, stad bewaar uw geheimen niet, vertel mij uw verhaal.

Arjan O.

 

Thailand Mijn 2e Vaderland (5)

Thaise vrouwen en een westerse man  .

Als je naar Thailand komt en je zoekt een vrouw  voor de rest van je leven kan je dat op 2 manieren doen.

Je kijkt via internet eens rond op diverse  Thaise sites en daar zie je dan de mooiste thaise schone .Maar fotos en de bijkomende info over een dame kunnen soms ook niet altijd op waarheid berusten.Dan zijn er in de grote steden nog de uitgaans centras waar het wemeld van de meiden die een Westerlin zoeken ,ze noemen ons  de europeanen en andere buitenlanders dan een FARANG.

Maar die meiden die in een cafe of bar werken hebben meestal de leeftijd tussen 18 en 35 jaar.De meesten werken in een bar etc omdat ze 1 of meerdere kinderen thuis hebben  en daarvoor moeten ze de kost verdienen.Wat doen die bar meiden?Ze laten je drinken en gaan gemiddeld voor 500 Thaise Bath met je mee naar een hotel om te wippen.Dat is dan in Euros ongeveer 12,50 voor een vluggertje.De hele nacht kost het dubbele.Neem je echter een griet mee voor sluitingstijd van het cafe moet je ook nog eens die kroegbaas 400 bath betalen want hij zit dan zonder personeel.De meiden in de bars werken 7 dagen per week van 1800 uur tot soms middernacht voor ongeveer  75 eurotjes  per maand.Maar je kan ook gewoon op straat of in een warenhuis soms tegen een mooie en goede vrouw aanlopen en daar een relatie mee aanknopen.Naar leeftijd kijkt een Thaise helemaal niet ,dus je ziet soms een oude grijsaard van rond de 75 met een jong ding van amper 22 over straat lopen.Het gaat die meiden dan alleen om het inkomen van de betreffende oude Heer.En veel van die meiden zitten soms tot aan hun oren in de schuld ,leningen  en scooters op afbetalingen etc.Ze hopen dan dat zo een zijn eigen lul achterna lopende  vreemdeling hun uit de schuld haald.

 

Filmvertoning in Gent: Dead Poet’s Society

Ze gaan lekker door met de filmvertoningen van vijf volstrekt briljante films, dat kunstenaarscollectief De Wolven van La Mancha. Voor wie er bij wil zijn, het is woensdag, in Gent, en om half negen ’s avonds. Café Los Perros Calientes, voor wie het wil weten.

En natuurlijk wéér een schrijfseltje tussen de voordrachten, van ondergetekende. Die er weer niet bij kan zijn dus iemand anders mag zich daar weeral de tong over knopen. Verdorie, één van de vijf vertoningen zou ik toch minimaal anoniem in het publiek moeten gaan zitten. Al is het maar om te zien of die Gentse vetzakken mij niet doodleuk al die teksten laten schrijven om ze vervolgens helemáál niet voor te lezen.

Dead Poet’s Society

Ziedaar, het product van één generatie
Een afwijking van eeuwenlange zielfrustratie
En generatielange breinmasturbatie
Die keer op keer een genie voortbracht

Tevreden zucht onze Rousseau
Want New Kids en O O Cherso
Marginaal en ecopositivo
Ze vormen zijn intellectueel nageslacht

De Titaantjes schallen samen in de gratie
Van langvervlogen romantische sensatie
Een rock ’n roll decorumcrematie
Lallend door een vuvuzela

Want ook het indidu loopt zó
In lemmingformatie en per saldo
In veiligheid samen, dus niet solo
van je ho ho ho ho en je tralalala.

     

De Macht der Designmaffia

Gij kunt mijn naam doen schrappen uit de burgerlijke stand.

Al wat aan mij herinnert zij vergeten en verbrand.

Wanneer dit lied u nog bereikt, verneem het enkel

als wind en eeuwigheid, een bloem in uwe hand.

Gerrit Achterberg


Vrijdag moest ik bij de burgerlijke stand van Stadsdeel Centrum zijn. Dit was de eerste keer sinds lang. Wie schetste dan ook mijn verbazing toen bleek dat in mijn afwezigheid de hele zaal op de schop was genomen.

 Ik werd verwelkomd door een drietal portieren van onder de luifel van een monumentale, knalrode, puntdakige partytent. (Allemaal nieuwe gezichten voor mij. Zijn de oude vertrouwden ontslagen?) Ik diende naar de “overkant” te lopen en aldaar op een bel te drukken. Ik knikte en legde de 200 meter af die mij scheidden van mijn bestemming. Daar bevond zich een tweede balie. Met inderdaad een hotelbel op de desk. Ik drukte. De vele wachtenden keken allemaal tegelijk om. Wat kwam ik voor belangrijks doen dat ik ze allemaal fonisch stoorde? Spoedig kwam een ambtenaar uit de spelonken achterin aanlopen om mij uit mijn benarde positie te bevrijden: hij nam me mee naar een serie kanariegele zeecontainers die midden in de zaal gedumpt waren. Hij deed de imposante deur dicht. We namen plaats. In die smalle kooi voelde ik me lichtelijk claustrofobisch. De stalen wanden waren dreigend dicht op mij. Het had iets unheimlichs.

Boven mijn hoofd torende een buitenpropotionele omgekeerde slakom: een lamp. Ik volgde de vijf meter lange telescopische voet van het beest tot de grond: zijn stekker bungelde werkeloos bij gebrek aan een wandplug. Ik stelde mijn vraag. De ambtenaar moest er iemand anders bij halen. Voorheen had dat zo gekund: de aangifte-hokjes waren open naar achteren – hij had zich omgedraaid en een collega geroepen. Nu was de zeecontainer een eiland, een heel eind verwijderd van zijn werkplek. Hij moest ervoor bellen. Helaas was er geen toestel in het hok – ook bij gebrek aan een plug. Het zijn zeecontainers, niet waar. Echte zeecontainers. Reusachtige blokkendozen van geverfd ijzer ‘waar vroeger de C1000 zijn kratten bier in opsloeg en stadsdeel centrum zijn ambtenaren in opsluit’, hoorde ik iemand mompelen bij het voorbijgaan. Zie daar maar elektriciteit aan te leggen. Je komt simpelweg niet door het pantser heen.

‘Leuk voor tijdelijk’ durfde ik te uiten

‘Niets tijdelijk, dit is voorgoed.’ antwoordde de ambtenaar ietwat beschaamd, ‘Wees hier maar blij mee, we hebben er immers om gevraagd. Want ze lieten eerst het publiek staande aan de open balie aangifte doen. We kregen pijnlijke zaken. Zoals van een vrouw die de dood van haar baby kwam aangeven terwijl een man vijf meter verderop uit zijn dak ging omdat zijn foto mislukt was. En toen hebben ze die zeecontainers hier gedropt.’ voegde hij toe en hij rende weg om mijn vraag door te geven aan de achterhoede.

 Nu hij weg was ging ik er goed voor zitten: wat was er allemaal veranderd? Het oude systeemplafond was er nog in al zijn spotgoedkope lelijkheid. Daarachter liepen vast alle leidingen die nu eenmaal horen bij deze (makkelijke) vorm van modern bouwen. De puntdaken van de partytent en de muren van de zeecontainers reikten echter tot het plafond (je moest natuurlijk niet krijgen dat de burgers boven de muren zouden klauteren in een wanhopige poging aan deze claustrofobische omgeving te ontsnappen): hoe zouden ze die platen weg moeten halen om een eventueel euvel te verhelpen? Ze zaten op al die plekken muurvast. Dan was er de grond waarover ik tot twee maal toe struikelde: oneffen. De trap naar de bovenverdieping van het stadhuis, die vroeger veilig in het privée werkgedeelte van de ambtenaren stond, pronkte nu prominent tussen de wachtstoelen. Er was wel een koordje gespannen met een bordje verborgen toegang, maar als een wachtende ontplofte, zoals vaker gebeurde, omdat hem een belangrijk document geweigerd werd, dan moest dat koordje van goede huize komen om hem tegen te houden. Hij kon er *hup!* zo overheen springen om de burgemeester te gaan vermoorden. Nee, veilig leek het mij niet.

 Ik legde mijn oor te luisteren bij het publiek. ‘Wat jammer dat opa er niet bij kon’ zuchtte een kersverse vader tegen zijn eigen moeder, die hij meegenomen had om zijn boreling aan te geven. ‘Dat is waar ook’ bedacht ik me ‘de hokjes zijn te klein, je kan er maar met z’n drieën in, ambtenaar incluis.’ ‘Vroeger zat ik elke keer gezellig met tig collega aangevers te kletsen in “ons” hokje. Nr.1 was dat. Dat was ook de enige plek waar we elkaar ooit troffen. Ga maar na wat voor een impact dat heeft. Ik zie ze nooit meer.’ huilde een uitvaartonderneemster bijna. ‘Vroeger was de achterkant open, met zicht op de werkende ambtenaren, nu is de voorkant van glas, naar het publiek toe, dat werkt onprettig voor ons, de professionals.’

Ze had een punt, vond ik.

 Het formulier, ingevuld en ondertekend, werd meegenomen door mijn functionaris. Hij deed de glazen deur open, stapte de openbare wereld in, en beliep dwars door het publiek de halve kilometer naar zijn afgeschermde werkplek. De unheimlichkeit nam paranoïde trekken aan: daar liep die man met mijn hoogstgevoelige privé info zomaar langs allerlei Amsterdams gespuis! Het kon hem zo ontstolen worden. Een onbedwingbare drang om hem te volgen tot hij een veilige brandkast had bereikt maakte zich van mij meester.

Ik hernam me, en liep *struikel* langs de trap van de burgemeester, het nog-nat-achter-de-oren-jonkie van een beveiliger en de partytent weer naar buiten. Ik had het vaag gevoel ergens aan ontsnapt te zijn. Waaraan wist ik niet goed.

 
« Older posts

© 2021 KutBinnenlanders.nl

Theme by Anders NorenUp ↑