





Kerk van de Kalebas (14)
Hond onder de auto

Bananarama Consultancy // China

Het was weer een drukte van jewelste bij Bananarama Consultancy. De telefoons klepperden tegen het systeemplafond. De inboxen kookten over. De faxen ratelden het raam uit. Enfin, een dag als alle anderen bij de Bananarama Consultancy Groep. Hup, daar ging de telefoon alweer. ‘Koekoek! Met Bananarama Consultancy! Waar kan ik je mee helpen gozer’, joelde de secretaresse die aangenomen was om haar Chinese uiterlijk. Ooit hoopte president directeur Otto de Chinese markt op te gaan. Omdat je daar niet vroeg genoeg mee kunt beginnen, had hij alvast een Chinees uitziende vrouw gecontracteerd. Dat ze gewoon uit Aalsmeer kwam en blond was, vond hij geen probleem. Sterker nog: een dikke pré. Want Chinezen stonken doorgaans nogal. Hun spleetogen irriteerden de directeurgroot aandeelhouder bovendien mateloos. Nee, in zijn toko geen Chinezen over de vloer. Als ze zaken met hem wilden doen, dan wel stankvrij op afstand en niet over de beeldtelefoon.
Voor de rest konden de Chinezen hem altijd bellen.
Dat is het leven (8)
Mijn eerste echte baan ik was 14 jaar.
Mijn eerste baantje was bij een linnenweverij met de naam Kersemakers Hoogstraat te Eindhoven.Ik werd er leerling wever.Mijn taak was de machines aan de gang houden als de wever even naar het toilet moest.Ook moest ik garen in de spoelerij aanslepen om te weven.Nu was het daar stelregel dat als je de wever goed hielp met zijn werk dat je dan einde van de week een gulden van hem fooi kreeg.
Tenslotte stond de man op productie te werken hoe meer hij produceerde des te meer ving hij aan loon einde van de week.Mij hebben ze toen bij een man een boer uit Zeelst geplaatst die was zo gierig als de nacht. De man stond bekend als dat hij zijn knecht nooit een fooi gaf.
Hij was gierig bewaarde zijn stront nog hij dacht dat het geld waard was.

Als leerling wever werkte ik hier.
Ik werkte me rot en kreeg terwijl ik me uit had gesloofd geen fooi. Ik nam wraak de man ging naar de wc en gaf mij opdracht alles goed draaiende te houden.Ik zette de spoel met de metalen punt schuin in het weef getouw en toen ik de machine weer aanzette vloog die spoel dwars door het laken een groot gat achter latend.
Er ontstond een flink gat in dat laken.De machine moest gestopt en de getouw hersteller een soort reparateur moest er aan te pas komen om de boel weer aan de gang te krijgen.
Dit alles duurde ongeveer 3 uren zo doende kon de man al die tijd geen productie maken.Ik vloog er uit maar dat vond ik niet erg.Ik ging de stad in en bij thuiskomst keken ze raar op dat ik ontslag had gekregen bij het eerste de beste baantje.Ik zei ja als ik was gaan varen had dit nooit gebeurd want daar zit je dan op een boot en blijf je maar varen.
Daar komt echt niks van in zeiden mijn ouders en ze zochten voor mij weer een ander baantje want er moest wel geld binnen komen
We hadden niet breed maar ik heb ook nooit iets van echte armoede gemerkt.
Het was in die tijd de gewoonte dat Vader als hoofd van het gezin het grootste stuk vlees kreeg .Hij was het tenslotte die voor het inkomen moest zorgen.
Mijn vader was een gewone fabrieks arbeider die bij de Bata in Best werkte.
In 1950 kwam mijn vader thuis met een zgn gevangen konijn.We aten er goed van maar na het eten zag ik in de schuur dat het een kat was geweest.Uit armoede had vader er niets van gezegd en we hebben er gewoon goed van gesmuld het was tenslotte pas 5 jaar na de oorlog.
Kerk van de Kalebas (12)



leven op Mars

Vertier
Op de lokale televisie hoorde ik dat er zaterdagnacht vertier was in de stad. Volop, zelfs. Dat heb ik gemist. Want ik kon weer nergens vertier ontdekken. De mensen om me heen keken bozig. Velen hadden nog steeds de bof. Misschien was ik te vroeg en brak het vertier los toen ik al weg was. Misschien was ik te laat en was het al voorbij. Maar ‘volop vertier’ kon ik niet bespeuren. Jammer, ik wil óók een keer vertier.
Vertier, ik ben er op gebrand. Regelmatig steek ik mijn neus in de lucht. Hangt er ergens een zweempje vertier in de lucht? Ook zaterdagnacht ving ik weer bot. Wel rook de hele binnenstand naar zolders, schuurtjes en kelders. Naar spinnenwebben en verhuisdozen. Naar afgedragen kleren, roestige ijzerwaren en oud metselwerk. De Heuvelstraat lag vol met platgetrapte blikjes Coca Cola Zero. Dat wel. Maar vertier was er niet. Ik zag Marokkaanse moeders zich tegen de stroom in langs de kraampjes worstelen terwijl hun brommende mannen maniakaal afdongen op tinnen schaaltjes van een euro (heel populair). Ik zag de stadsdichter met een dikke zwetende man in gevecht over een geglazuurd herderinnetje. Ik zag een student vanaf zijn balkon op een kraampje pissen. Maar vertier – nee dat was er niet.
Vertier is er volgens de lokale mediumpjes altijd volop in het weekend. Voor ‘jong en oud’ ook nog. Als ik ze mag geloven, kan ik me ieder weekend in het uitbundig kolkende vertier storten, me er in wentelen totdat het mijn oren uit komt en ik moet kotsen van de overdaad aan gezond, onversneden vertier. Maar ik loop het altijd net mis. Als ik er ben, is het vertier al verdwenen en kijken de mensen weer boos. Terwijl ik een beetje vertier zo goed kan gebruiken.
Maar, beste lezertjes, ik laat mij niet kisten. Het vertier zal ik najagen totdat het zich ook aan mij gewonnen geeft en wij samen vertier hebben op één van die vele vertierrijke festiviteiten. Voor jong en oud, natuurlijk!
© 2026 KutBinnenlanders.nl
Theme by Anders Noren — Up ↑










Reactietjes