KutBinnenlanders.nl

Page 129 of 515

Wat een kermis!

 

‘O, die idioten, mijnheer, ze zijn overal, waar u maar wilt.’

Is dat een mooie zin, een openingszin? Of een conclusie?

Want je kunt je geen twee delen van een gesprek voorstellen met die zin er middenin. Bovendien pleit het voor een soort waarheid die je sprakeloos maakt. We zijn niet langer in het tijdperk van de stomverbaasden. De consumptiemaatschappij heeft alle monden doen consumeren en slikken, zodat ze niet langer sprakeloos kunnen blijven.

Maar na een lange stilte, spreekt er weer iemand. ‘Ik, bijvoorbeeld, ben een boekenwurm’. Daardoor wordt de sfeer meer ontspannen en lachen we.

 

(Oorspronkelijk geschreven in het Frans:

Quelle foire!

 

‘O, les enfoirés, monsieur, il y en a partout, où vous voulez.’

Est-ce une belle phrase, une ouverture ? Ou une conclusion ?

Car il y’a pas moyen de s’imaginer deux parties d’une conversation avec cette phrase au milieu. De plus, elle prône une sorte de vérité qui laisse bouche bée. Nous ne sommes plus à l’époque des bouches bée. La société de consommation est arrivée à faire consommer toutes les bouches, qui, dès lors, ne peuvent plus rester bée.

Toutefois, après un long silence, quelqu’un reprend la parole. ‘Moi, par exemple, suis un enfoiré des livres’. Du coup, l’atmosphère se détend, on rit.)

Marc Tiefenthal
Marc Tiefenthal
In tijden van toenemende verdomming en groeiend nationalisme is het gepast, ha, erop te wijzen dat Marc Tiefenthal gemakkelijkheidshalve kan worden gecatalogeerd als Belgisch dichter, die zowel in het Nederlands als het Frans schrijft. In diezelfde context, stijgende verdomming en toenemend nationalisme, vraagt menigeen zich af waar de dichter verblijf houdt. Daar hij op twee plaatsen in de wereld verblijf houdt, dit is bilokaal woonachtig, heeft hij op het Groot Smoelenboek van de heer Sukkelberg, voor de lol Bobigny als woonplaats opgegeven. Kom hem daar maar niet bezoeken. Evenmin als in Menen, Ieper, Leuven, Bossière, Brussel, Antwerpen noch Temse, waar hij ooit gewoond heeft.

Niet helemaal goed

Ik zat er weer zo doorheen
De muren werden gek van mij
Ze kwamen op me af en zeiden:
‘Man, noem ons maar laf
maar de aflossing komt morgen pas
Dus wij brengen je terug
naar hoe je in een grijs verleden was’.

En je vraagt me: hoe gaat het?
Gaat het goed, alsjeblieft, zeg dat het goed gaat
en je denkt aan vijf minuten geleden
met die fietstas en net weer iets te laat…

Dan zeg je: nee, het gaat niet helemaal goed
Het gaat niet helemaal goed, oh die frustratie!
Nee, het gaat niet helemaal goed
Het gaat niet helemaal goed, die situatie!

De zon hangt in stralen als een goed werkende douche
vult de kamer met goedhartigheid
en schoner dan een poets in kan werken op een bloes
de kleuren er niet uitgewassen
Nee mevrouw, integendeel…

En ik vraag je: hoe gaat het?
Gaat het goed? Alsjeblieft, zeg dat het goed gaat!
En je denkt aan drie minuten geleden
met die e-mail die maar niet de deur uitgaat.

(refr.)

Help, het gaat nu helemaal goed!
En ik weet niet hoe het komt en dus niet hoe het moet
Ik vind dat dat moet, dat ik weet voortaan
Ik wil een dag aan kunnen trekken
dat het voor altijd zal gaan zo goed…

(refr.)

Stefan Pietersen
Stefan Pietersen
Stefan Pietersen: werd ooit gèboren en daarna steeds wedergeboren en worstelt zich middels liedjes, gedichten, toneelteksten, verhalen en wat niet nog meer; is er eigenlijk nòg meer tussen hemel en diepe depressie?, tot elke dag weer herboren wordt in schoonheid.

Om zeep

 

Als het aan de wereld lag was het morgen afgelopen. Als een schepper bestaat voor deze wereld, hij zou de hele zaak laten ontploffen.

Hoewel niets nog bij het oude blijft, blijft de wereld alsnog voort draaien.

In bar Heinze zitten twee voormalige wereldverbeteraars verbeten te mediteren over een wereld die niet meer te verbeteren valt.

Een tafel verder zit een man alleen. Hij vangt zonder het te willen flarden op van het gesprek van de twee voormalige wereldverbeteraars.

De vrouw aan de tafel aan de andere kant leest een boek, nipt van haar thee.

Marc Tiefenthal
Marc Tiefenthal
In tijden van toenemende verdomming en groeiend nationalisme is het gepast, ha, erop te wijzen dat Marc Tiefenthal gemakkelijkheidshalve kan worden gecatalogeerd als Belgisch dichter, die zowel in het Nederlands als het Frans schrijft. In diezelfde context, stijgende verdomming en toenemend nationalisme, vraagt menigeen zich af waar de dichter verblijf houdt. Daar hij op twee plaatsen in de wereld verblijf houdt, dit is bilokaal woonachtig, heeft hij op het Groot Smoelenboek van de heer Sukkelberg, voor de lol Bobigny als woonplaats opgegeven. Kom hem daar maar niet bezoeken. Evenmin als in Menen, Ieper, Leuven, Bossière, Brussel, Antwerpen noch Temse, waar hij ooit gewoond heeft.

Nationalisme

 

Je zou het land het land kunnen laten of het wat groter kunnen maken, door het samen te voegen met andere landen.

Zo bouw je een natie: het land als deel van de natiestaat met andere landen. Zo werd Duitsland gemaakt, of Italië. Samen sterk.

Vaak gaat het niet echt samen. Steden blijven vaak steden, ongeacht tot welke natie ze behoren. Samen sterk?

Soms spreekt het ene land een andere taal dan de andere. Welke taal spreekt de natie dan? Een taalstrijd barst los. Zoals in België. Daar vonden de Franstaligen dat hun taal dan maar de landstaal moest worden. Is niet gelukt. Het is niet altijd de taal van de sterkste die het wint. David kan immers groeien en op een dag Goliath met een vingerknip verslaan. Hij kan Goliath weerstaan en zelfs op zijn knieën krijgen.

Spanje en de Basken of de Catalanen.

Het Verenigd Koninkrijk, Schotland, Wales. De Brexit zou het Koninkrijk wel eens minder Verenigd kunnen maken als Schotland zich afscheurt en tot de Europese Unie toetreedt. Ik zit er al een tijd op te wachten.

Toch kan achter zowat elke bocht een park verschijnen. Geen land, geen natie kan ongeschonden het aanzicht van een stad wijzigen.

Het zijn barbaren, vreemden dus, die daartoe in staat zijn. Alsof ze het land hebben aan dit of dat land. Ze verwoesten gebouwen, parken, mensen omwille van hun eigen natiestaat, om die te vergroten terwijl ze in feite van binnenuit stiekem wegrotten.

Marc Tiefenthal
Marc Tiefenthal
In tijden van toenemende verdomming en groeiend nationalisme is het gepast, ha, erop te wijzen dat Marc Tiefenthal gemakkelijkheidshalve kan worden gecatalogeerd als Belgisch dichter, die zowel in het Nederlands als het Frans schrijft. In diezelfde context, stijgende verdomming en toenemend nationalisme, vraagt menigeen zich af waar de dichter verblijf houdt. Daar hij op twee plaatsen in de wereld verblijf houdt, dit is bilokaal woonachtig, heeft hij op het Groot Smoelenboek van de heer Sukkelberg, voor de lol Bobigny als woonplaats opgegeven. Kom hem daar maar niet bezoeken. Evenmin als in Menen, Ieper, Leuven, Bossière, Brussel, Antwerpen noch Temse, waar hij ooit gewoond heeft.

De nacht

Ik heb de nacht voor jullie meegenomen
Wil je lekker somberen, kruip dan dichterbij
Het verspreidt haar donker zwarte massa
zonsverduistering in haar handen
Hier heb je wat van onderen
Bewaar maar niks voor mij.

Ik heb de nacht voor jullie meegenomen
Dromen doezelen onder dekens, maak ze maar niet wakker
Vandaag is nog niet klaar voor die dromen
Houdt ze maar in de illusie
Verneder ze niet tot smeken
Zing wat voor die arme stakkers!

De nacht heeft mij nog zo in haar machten
Praat mij maar niet van jouw dag
Omarm met mij haar besmettelijke krachten
Misschien dat zij zich als iedereen
weer wil onderscheiden van teniet
met een ons bevrijdende glimlach.

Zie de nacht in gisteren verdwijnen
Met koffie heb je dat, je houdt niets over
Maar gelukkig voor jullie zal er straks weer verschijnen
Misschien een met een maan
en sterren als een grote stad
die met smog het grijszwart weg tovert.

Ik heb de nacht voor jullie meegenomen
Nog even wachten en wat televisie kijken
Straks genoeg voor jullie allen
Depressieven, ga wat rusten
En voor de mensen die al smachten
De nacht zal omstreeks 12 de dag bereiken
Niet die van gister, die is al op.

Stefan Pietersen
Stefan Pietersen
Stefan Pietersen: werd ooit gèboren en daarna steeds wedergeboren en worstelt zich middels liedjes, gedichten, toneelteksten, verhalen en wat niet nog meer; is er eigenlijk nòg meer tussen hemel en diepe depressie?, tot elke dag weer herboren wordt in schoonheid.

Met zijn allen

Zie de zee, voel het water
Al die waterdruppels
Met zijn allen, met zijn allen, met zijn allen
in die ene zee
En die zee, die deelt met andere
met rivieren, met watervallen
huppelen over elkaar heen.

Met zijn allen, met zijn allen
in een storm ook met zijn velen tegen één
Één zwemmer, één drenkeling
met zich mee.

Zie één mens, voel de cellen
Al die overmacht
Met zijn allen, met zijn allen, met zijn allen
in één persoon
En die mens, die vecht met anderen
met één gedachte, een scheldpartij
zichzelf hoogachtend tegen één.

Met zijn allen, met zijn allen
in gevecht ook met velen tegen één
Één tegenstander, één gedachte
dat idee dat het ‘m dee.

En ook al sta je in de wereld
voor je gevoel geheel alleen
Met zijn allen, met zijn allen, met zijn allen
niet alleen!

(refr 1 +2)

Stefan Pietersen
Stefan Pietersen
Stefan Pietersen: werd ooit gèboren en daarna steeds wedergeboren en worstelt zich middels liedjes, gedichten, toneelteksten, verhalen en wat niet nog meer; is er eigenlijk nòg meer tussen hemel en diepe depressie?, tot elke dag weer herboren wordt in schoonheid.

Een beestenfabel

 

Het kon kort nacht worden. We konden vervolgens gieren van het lachen en toch nog even hard gierend kort door de bocht gaan. Het plezier was geheel het onze.

We waren dit zo gewoon en droegen dan ook van die dure gesofistikeerde sportschoenen, er is zelfs een term voor bedacht, maar die doet er niet toe. We droegen die ook als we te gast waren in sjieke salons.

Later zou iemand, het nieuwe joch op straat, daar binnen stappen op die manier en roepen: ‘Hoi, mattekes, hoi toi en goede morgen, verder’. Hij werd ooit bij de koning ontvangen en droeg die zelfde kledij. Ja, tegenwoordig noemen ze dat fit en onvoordelig. Het is echter en blijft kledij. Zonder wordt het immers naaktloperij.

Niemand had echter ooit durven verwachten dat het joch een oude krokodil uit de gracht zou halen en op iedereen zou loslaten met de woorden: ‘Hoi, bende feeksen, kijk eens wie hier aan boord komt’. Het ongeloof was groot, het gemompel niet uit de lucht.

Het virus had inmiddels kort nacht gemaakt voor zowat iedereen. Bochten namen we met veel omzichtigheid. De oude krokodil ging het virus te lijf. Met succes.

Marc Tiefenthal
Marc Tiefenthal
In tijden van toenemende verdomming en groeiend nationalisme is het gepast, ha, erop te wijzen dat Marc Tiefenthal gemakkelijkheidshalve kan worden gecatalogeerd als Belgisch dichter, die zowel in het Nederlands als het Frans schrijft. In diezelfde context, stijgende verdomming en toenemend nationalisme, vraagt menigeen zich af waar de dichter verblijf houdt. Daar hij op twee plaatsen in de wereld verblijf houdt, dit is bilokaal woonachtig, heeft hij op het Groot Smoelenboek van de heer Sukkelberg, voor de lol Bobigny als woonplaats opgegeven. Kom hem daar maar niet bezoeken. Evenmin als in Menen, Ieper, Leuven, Bossière, Brussel, Antwerpen noch Temse, waar hij ooit gewoond heeft.

Niet alleen handgranaten hebben een pin

 

Ha, de pin was helemaal van slag!

Het klinkt als een slagzin, is het ook wel. Nader onderzoek leert dat de poten onder haar stoel doorgezaagd waren, zodat ze, toen ze ging zitten, in luttele seconden op de grond zat;

Datzelfde onderzoek kan echter geen schuldige of andere verdachte vinden in het bezit van de bewuste zaag. Overigens was die zaag zich van geen kwaad bewust, doch dit terzijde. De zaag ligt immers al een paar uur terug op haar plaats in de materiaalkoffer. Vingerafdrukken genoeg op de koffer en geen enkele op de zaag.

De pin is het omstreden diensthoofd dat nooit voor tien uur op kantoor verschijnt, soms later als ze eerst naar de kapper is gegaan, ruim middagpauze neemt en om half zes steevast  het pand verlaat. Verder verdraagt ze geen getalenteerde medewerkers, ze houdt meer van middelmatige, onderdanige tot onderkruipigen. Dat alles is haar teveel geworden en wordt haar aangerekend. Het is een gebroken pin die de trappen afloopt, met een dreun de deur achter zich dichtslaat.

Ze vindt emplooi om de hoek van de straat en zal het ook daar verknoeien.

Marc Tiefenthal
Marc Tiefenthal
In tijden van toenemende verdomming en groeiend nationalisme is het gepast, ha, erop te wijzen dat Marc Tiefenthal gemakkelijkheidshalve kan worden gecatalogeerd als Belgisch dichter, die zowel in het Nederlands als het Frans schrijft. In diezelfde context, stijgende verdomming en toenemend nationalisme, vraagt menigeen zich af waar de dichter verblijf houdt. Daar hij op twee plaatsen in de wereld verblijf houdt, dit is bilokaal woonachtig, heeft hij op het Groot Smoelenboek van de heer Sukkelberg, voor de lol Bobigny als woonplaats opgegeven. Kom hem daar maar niet bezoeken. Evenmin als in Menen, Ieper, Leuven, Bossière, Brussel, Antwerpen noch Temse, waar hij ooit gewoond heeft.

Weersomstandig

 

Huisjes en monsters, hoe heilig willen we ze hebben? Heilige monsters, klopt dat wel? In het Frans allicht wel. Geile monsters zeker.

Wat fijn, de mopperaar moppert.

‘Zeg, dikzinnige mopperaar, die monsters laten ze in het Nederlands in het Frans staan. Wilfried Martens was in zijn tijd het monstre sacré van de Wetstraat’.

De Wetstraat is het federale Belgische regeringscentrum. Capitol Hill, het Hofplein, Downing en zo meer, weet je wel.

Dan maar huisjes. De 16? Wetstraat. De 10? Downing. Matignon in Parijs draagt geen nummer.

Het humeur van de mopperaar staat zowaar op zonnig tot bewolkt. Matig tot strakke zuid- tot zuidwestenwind. Kan al niet meer uit veranderlijke richtingen.

 

Marc Tiefenthal
Marc Tiefenthal
In tijden van toenemende verdomming en groeiend nationalisme is het gepast, ha, erop te wijzen dat Marc Tiefenthal gemakkelijkheidshalve kan worden gecatalogeerd als Belgisch dichter, die zowel in het Nederlands als het Frans schrijft. In diezelfde context, stijgende verdomming en toenemend nationalisme, vraagt menigeen zich af waar de dichter verblijf houdt. Daar hij op twee plaatsen in de wereld verblijf houdt, dit is bilokaal woonachtig, heeft hij op het Groot Smoelenboek van de heer Sukkelberg, voor de lol Bobigny als woonplaats opgegeven. Kom hem daar maar niet bezoeken. Evenmin als in Menen, Ieper, Leuven, Bossière, Brussel, Antwerpen noch Temse, waar hij ooit gewoond heeft.

Pluim en tien

Ik hou van liefde
Ik hou van teder
Ik hou van vol van ons, dat ik dat lever.

Ik hield het stil
maar lachte luid
het drong van binnenin mijn borstkas uit.

Nimmer had ik nog verwacht dat jij me wakker kuste
Nooit opgestaan en nog gedacht dat ontbijt op bed me lustte
Beloof je alles als ik je nog maar één keer zo mag zien
meemaak dat je incasseert dat je verdient, die pluim en tien.

Ik voel me licht
in hoofd en hart
Ik vond je halverwege je vluchten van de start.

Met veel blessures
en een geknakt vertrouwen
ik breng je naar champagne, ook al moet ik douwen.

(refr.)

Hou dit voor waar, ik ben zo dankbaar dat jij iets in me zag
iets wat ik voor mogelijk, maar niet als hogelijk het krijgen waardig zag
Ik had een zelfbeeld waar te veel mee was gespeeld
Ik had het gedeeld, maar vind ik leuks kreeg ik niet veel tot jij me zag.

En de dag sprong op, miauw en spin
en alles ervoor leek plots slechts een vals begin
En ik wil je geven wat ik heb gekregen
namelijk een leven vol van de perfecte openingszin.

(refr.)

Stefan Pietersen
Stefan Pietersen
Stefan Pietersen: werd ooit gèboren en daarna steeds wedergeboren en worstelt zich middels liedjes, gedichten, toneelteksten, verhalen en wat niet nog meer; is er eigenlijk nòg meer tussen hemel en diepe depressie?, tot elke dag weer herboren wordt in schoonheid.
« Older posts Newer posts »

© 2026 KutBinnenlanders.nl

Theme by Anders NorenUp ↑