KutBinnenlanders.nl

Auteur: Stefan Pietersen (Page 14 of 18)

Stefan Pietersen: werd ooit gèboren en daarna steeds wedergeboren en worstelt zich middels liedjes, gedichten, toneelteksten, verhalen en wat niet nog meer; is er eigenlijk nòg meer tussen hemel en diepe depressie?, tot elke dag weer herboren wordt in schoonheid.

Dit is niet mijn tijd

Dit is niet mijn tijd  A B A     2x


Er woedt een felle worsteling in mijn tweelingziel  A B
Er wordt weer een oorlog voorbereid  B A
Deze woorden zijn net ontsnapt aan hun ventiel  A B
Dit is niet mijn tijd.  G A

Mannen worden door vrouwen opgeroepen A B
om zich te weren in hun verkrachtend zachte strijd  BA
om diep in zichzelf verbanden uit te poepen  A B
Dit is niet mijn tijd.  G A

Dit is niet mijn tijd  G A B
Ik geloof het niet dat mij dit net weer overspoelt  G A
Dit is niet mijn tijd  G A
hoewel het wel weer als iets van mij aanvoelt  G A
Dit is niet mijn tijd.  G

De duisternis komt akelig dichtbij het beseffen  A B
dat de liefde door omhelzing de kernen steeds weer splijt  B A
zodat ik wordt bestraald van veraf en neffen  A B
Dit is niet mijn tijd.  G A

Ik kan me wel heel heftig verzetten  A B
maar je botst altijd sneller op iemand die je mijdt  B A
dus kan ik maar beter vergeten op te letten  A B
Dan wordt het nooit mijn tijd.  G A

(refr)

B A B A B A B A

Als je verwacht dat het vandaag zal gebeuren  A B
als je plant en de tent opzet bij het kruisbeeld dat je krijgt B A
Dan zal het dus gebeuren dat Jezus net gaat meuren  A B
en de geur van net gemist dan weer in je opstijgt. G A

(refr.)   B A B A B A B A B G A G A

A B A B G A G A

Signalement

Signalement


– ‘Middag heermevrouw.’

  • Middag. Wat kan ik voor u betekenen?’
  • Eens kijken. Ja, dat stuk van u, daar, nee, daar… heel diep binnen, uitstralend op uw gehele presentatie. Dat wil ik.’
  • ‘Welk stuk? Ik heb het allemaal. Ik kan het u helemaal maken. Maar wat?’
  • ‘Toe, maak me gek. Gelijkenis Geluk. Met een strikje, graag. En om mee te nemen,als het effe kan.’
  • ‘Wat verstaat u onder gek? Gekmakend, gekstaand, horendol, hondsdol, jeuktalseengek, ruiktgek, denkjesomsdatikgekben? Ik heb het allemaal en helemaal compleet.’
  • ‘Mmm, doe maar een leuk mixje. En maak me oud en wijs met een toefje Hollandse nuchterheid. Niet teveel! Ho! Er mag wel weer wat uit, hoor. Zo ja.’
  • ‘Anders nog iets, mevrouwmeneer?’
  • Effetjes piekeren: doe nog maar een onsje oud-bruin, een halve liter met een bodempje en een hansworst.’
  • ‘We hebben wel eenheids, geen hans, mag dat ook?’
  • ‘Als het dan zo nodig moet. Maar laat het niet meer voorkomen. Anders kom ik niet meer.’
  • ‘Welke verzekering mag ik trouwens noteren? CZ, VGZ, een alternatieve?
  • ‘Neem maar contact op met mijn woordvoerder. Die heeft alle details op een rij. Beetje saaie vent. Maar ach. Heb je met Scheppers. Moet je ze gunnen.  Hier heeft zijn nummer: 7777777777. Wel geheim houden, hoor Niet op Facebook zetten dus.’
  • ‘Wilt u nog een tasje? Of een rugzakje.’
  • ‘Ach, toe maar, doe maar een rugzakje. Je kunt nooit genoeg rugzakken hebben in het leven. Doe die linker maar, daar op uw eigen rug. Met die rechte streep en dat lijntje overdwars. En dat boer-met-kiespijn-masker. Tegen wispelturigheid, is het niet? Mooi masker voor deze keer.’
  • ‘Anders nog iets?’
  • ‘Nee, volgens mij ben ik nu wel klaar. Maak mijn moeder nu maar wakker. Het is wel tijd, zo langzamerhand.’
  • ‘Klant is koning. En daar hebben we de eerste wee… En de tweede. En de derde. En daar gaan we! Oh, zag je die? Wat een mooie!’  (…) Goal!’

Geld

Een worsteling

– ‘Je geld of je leven.’

– ‘Ik heb geen geld.’

  • ‘Je leven dan.’
  • ‘Ik wil ook niet dood.’
  • ‘Nee, je begrijpt me verkeerd. Je geld of je leven. Je dood brengt niks op.’
  • ‘Wat wil je met mijn leven? Dat is toch ook niks waard. Voor jou, bedoel ik. En zonder ga ik dood.’
  • ‘Ja, ik weet het. Het is moeilijk te begrijpen. Maar ik voel aan je protest dat je leven je wat waard is. Dus wil ik het hebben.’
  • ‘Ik zal het duur verkopen.’
  • ‘Dan doe dat geld maar.’
  • Nééééé’!

(een worsteling later)

  • ‘Je geld of je leven!’
  • ‘Mijn geld ìs mijn leven! Maar… je bent toch machteloos. Ik heb nog altijd de macht.’
  • ‘Geef die dan ook maar.’
  • Ik voorspel je, je krijgt er nog spijt van!’
  • ‘Laat dat dan maar. Voorspel de koersen maar. Geef! En neem de kuierlatten.’
  • ‘Mag ik die hebben? Oh, dank je! Dank je wel!’

Terug naar het vorige

Terug naar het vorige

En als een 21ste eeuwse

voormalig Middeleeuwse horige

verlang ik elke dag weer geeuwend

terug naar het vorige

waar ik verdwaal

op elke schaal

steeds weer in de buurt van de weg

waar ik kruimels, briefjes en liefde legde

de laatste ware weer toezegde

te zullen bellen en verder vertellen

het verhaal:

van hoe ik, geboren in nul

terechtkwam in deze flauwe kul

terug wil naar het intense

van lieve mensen, kerk en kapelaan

Zonder die is er namelijk niet veel aan

Maar dat is toch de reden dat ik heden

me elke morgen weer opnieuw

in tele visie, in pay-per-view

in hoedje, slippers en

schapenvel hul.

Waar is de tijd toch gebleven?

Jezus, waar ben je…

weg?

Twee geloven

Twee geloven

Er zaten eens twee potten rechtop in bed

De een een jonge met een arme ouwe slet

en ze overlegden of ze naast zich zouden leggen

wat hun Heer met hen

had neergezet.

De een ging toen nog trouw naar de kerk

de ander geloofde het wel, maar minder sterk

maar als de een het bed omsloeg en naar een Ander vroeg

sloegen zij weer hard aan het werk om

hun hoofdrelatie te redden.

En was er ruzie, dan was dat slechts de

illusie van de ander en haar Ander

drong de jonge wederom aan op een fusie

moest de ouwe weer veranderd.

Pas toen zij elkaar allebei wisten

bekeerden zij elkander tot atheïsten

want twee geloven waar twee vrouwen kussen

daar slapen altijd Heeren tussen.

De angst

De angst

En de angst wart rond in mijn huis

piept me van vrees weer op en uit bed

En ik schrik, klaar wakker met huis op mijn kop

en roep vergeefs: oh kat, de muis… val gezet?

Die naakt danst op tafel

zit weer klaar: leut, stroopwafels

net als ik genoeg heb aan thee

aan naar het café en zij niet mee

de angst…

Dan is de angst weer hyper

en hieper de pieper

blijf ik thuis

brul naar keeper:

”Vang die aanval op je kop

en stuur haar het veld toch af.”

Ja, angst is straf, is windje tegen

oververhit als je hoopt op regen

is kwaaie bui als je mooi verwacht

en zingt je wakker midden in de nacht.

De angst is een slechte huisgenoot

maar het houdt je mals voor de Dood

want bange mensen sterven jong

met zwarte longen en heertje groot

Ja, lach maar met je zwarte tong

zij is van mij en jij verlangt

tot zij jou dan ziet en, de armen gespreid

bang genoeg, dus naar jou verhuist.

Bevrijend vrijt, zo lekker

geil die angst, en blijft dan lang

hangen aan je kruis, op die haren na

bloot als de dag

dat ze bij je introk als stoot

de arme schat, nu

ontzettend dood.

Terug naar het vorige

Terug naar het vorige

En als een 21ste eeuwse

voormalig Middeleeuwse horige

verlang ik elke dag weer geeuwend

terug naar het vorige

waar ik verdwaal

op elke schaal

steeds weer in de buurt van de weg

waar ik kruimels, briefjes en liefde legde

de laatste ware weer toezegde

te zullen bellen en verder vertellen

het verhaal:

van hoe ik, geboren in nul

terechtkwam in deze flauwe kul

terug wil naar het intense

van lieve mensen, kerk en kapelaan

Zonder die is er namelijk niet veel aan

Maar dat is toch de reden dat ik heden

me elke morgen weer opnieuw

in tele visie, in pay-per-view

in hoedje, slippers en

schapenvel hul.

Waar is de tijd toch gebleven?

Jezus, waar ben je…

weg?

Koekoek!

Koekoek!

In de hemel hangt een koekoeksklok

en zij kijkt op haar horloge

als zij denkt dat ik denk dat zij naar mij kijkt

is het tijd omhoog te ‘nosen’:

‘Honey, turn up your nose, it blocks the light!’

Mijn trots veert op: Kijk, Roos kijkt!

Over me heen, ben weer alleen

en weer wat tijd kwijt.

In de hemel hangt een koekoeksklok

en om mij heen een mug

Zij slaat het oog en de bladzij op

de koekoek komt terug

En in de hemel hangt een Beest te koekeloeren

En zij kijkt naar mijn mug

om haar bloes waar ik ‘hoeren’ om zucht

hangt Jezus en je zus

en je zus, die kijkt steeds terug

en Jezus, die kijkt steeds terug

In de hemel hangt een koekoeksklok:

vast en zeker, die zus van jou

Jezus komt terug!

‘Koekoek!’

En de Dag kwam toch…

En de Dag kwam toch…!

En de Zoon kwam met een parachute

gemaakt van heel

goedertieren jute

maar gemaakt door tweeduizend

al vervlogen jaren…

En de mensen die op die nacht

in sterrenpracht lagen te staren

zagen een nog jonge Heer

die, na al die eeuwen

in een luttel paar seconden schreeuwend

neerkwam om ons te

helpen van de zonde

met wat ook de dronken schapen-

herders niet konden

stelpen met Zijn

door de schelpen te horen

kreten van nood als een Sirene in mijn kop.

De Heer, hij stortte neer als lood, stond

ditmaal niet meer op….

« Older posts Newer posts »

© 2026 KutBinnenlanders.nl

Theme by Anders NorenUp ↑