KutBinnenlanders.nl

Auteur: Stefan Pietersen (Page 13 of 18)

Stefan Pietersen: werd ooit gèboren en daarna steeds wedergeboren en worstelt zich middels liedjes, gedichten, toneelteksten, verhalen en wat niet nog meer; is er eigenlijk nòg meer tussen hemel en diepe depressie?, tot elke dag weer herboren wordt in schoonheid.

Mag ik u voorstellen: dit is mijn lichaam…

Wilde vanavond naar Breda om op te treden op VOLZIN, maar de stress van de afgelopen week heeft me nu ingehaald. Het is allemaal een beetje te veel.
Daarover gisteravond dit gedicht geschreven, dat zich toespitst op mijn rampzalige gesprek met meneer Klootzak Zielenknijper (Wil je me alsjeblieft even laten uitpraten!!? ‘Hoezo, ik zei toch (bijna) niets?’) Was nog van plan het vanavond voor te lezen…

Soms, in het diepst van mijn gedachten
terwijl de psychiater maanden later
en de rede wel kan wachten
dat moet omdat mijn bloed mij net
kokend, nagel bijtend naar bed verlangen doet

om mijn geest, zo vaak onwillig
want nu door zijn pillen kruisbestoven
in mijn eigen wanhoop doet geloven
door de grond heen worstelend naar boven
waar zich

mijn ziedend onderbuikgevoel met verbleekte stalen smoel vermengd
hem fysiek het Goede Nieuws van, mij dan toch ontmondigd, brengt

niet in staat zelfs nog ruggengraat
omhoog gekotst, muurvast en zeker
in brok in huig en plastic beker
te tonen dat ik hersens pijnig
op zoek naar de nu een weinig
vermoorde, want ertoe doende woorden

tot ik in mijn naam en in mijn geboortedatum onbekwaam
me wendt tot haar die geduldig koe-inblikkend naar me staart
me vergeeft dat ik ook een sterfdag noem
mijn stof tot stofdoem wijselijk afklopt
met een zo onschuldig: schikt het u om half elf?

In dit soort nooit gedachte nachten moet ik mezelf
met dit warrig hoofd gebogen
aan u voorstellen, droog weloverwogen:

Dit is mijn lichaam
regel het nu maar met hem
en oh… ahem!

Geen zonnebloemen, wel J.C. Bloem
op die fiets, op weg naar Hem, de datum…

28 augustus 2014, half elf

Láge Witsiebaan,
met klem!

Gent

 Gent

Zachte G’s in mijn mond vol tanden

rottend in dit vlakke land

Dichter bij goot, op losse handen

springend uit een lekke band

Want ik raak beschonken, nimmer dronken

werk me armer op dit loon

Erin gestonken, noodlot beklonken

als ik nooit meer in die hemel woon.

Want op die afdeling genoeg verveling

stegen stinkend naar ambrozijn

Nectar koopt men daar van de heling

van fietsen die daar gestolen zijn

De mensen slecht, de misdaad echt

en door de Roomse kliek snel schoon

Ik raak nog in moeilijkheid terecht

als ik nooit meer in die hemel woon.

Oh Gent!

U bent de Brinta-krent

uit alle papjes in dit vals heelal

Gekend door Ford en Arthur Dent

vervloekt in zangerig gelal, oh Gent!

Ik ben gestrand in ’t paradijs

sinds lang bevriend met een aardig heden

Maar ik smacht naar grijs en ’t romig ijs

van een voor mij zo levend verleden

Mijn jeugd die deugt, me nog steeds heugt

en slechts daar meugt en werd beloond

Zelf kon ik dit lied niet schrijven

omdat ik niet meer in die hemel woon

Ik zal een vreemde in dit leven blijven

tot ik weer in die hemel woon.

.

Eén dingetje

Eén ding tegelijk

Ik heb zin in water

loop met kater naar keuken

en besef, tellen later

’t was thee en dat ik de pot weer vergat

Had net een leeg hoofd mèt terug gekregen

terwijl ik juist in gedachten

had moeten denken aan dat.

       Als mannen slechts aan één dingetje dachten

       Was dat maar zo, dan was ik slechts één dingetje rijk

       Dan specialiseerde ik me niet in het verkeerde

       Namelijk het denken en doen van duizend dingen tegelijk.

Ik loop een ex tegen het lijf

waar ik bij had moeten blijven

blijf ik bij, duizend meiden

en hersen-spinsels later

want zij bleek die weken

waarin het me klaarde de ware

maar moest nog meerkeuze

persoonlijkheden ompraten.

                   (refr.)

Het kostte me nog best wat

ritmes en rijmen

om dit te schrijven

zonder verder te duimen

in multiple-choice droomwens en daad

tot ik besef dat het antwoord er nooit echt tussen staat

Ik besef dat de antwoorden er nooit echt tussen staan.

                    (refr.)

Liefdesbaby

Liefdesbaby

Snel nog halen: koffie en koekjes bij de thee

een red-de-stoma, bejaarden-oversteekdiploma

een boodschap voor de knabbel, iets tegen loos gebabbel

Voor elk belerend toontje één afleidend cliché

en een oma dood die zei: ‘het zit ons eindelijk mee.

     Zoveel nog te doen voor ik met jou stil ga leven

     Zoveel nog te doen voor ik met jou stil ga leven.

Niet vergeten: pantoffels en paprika-kartoffels

rekening op de bus, en even rust voor straks ons kindje nog een kus

voor wij samen terug naar school voor apekool

tegen malen na de maaltijd over of zij straks wel droger brood lust

als jij straks na je ontslag hierheen komt en bij mij blijft dus.

                  (refr.)

Eindelijk alles: ik zet de televisie aan

en jij verschijnt in beeld terwijl je met je ring-vingertje nog speelt

Ik kijk aandachtig en hou alweer zelfs nog meer van jou

tot het journaal erna van jouw huwelijk en liefdesbaby kweelt….

(kreun)

Moet ik wèèr iets voor je kopen…!

                  (refr.)  2x

De toeriste

De toeriste

 Terwijl ik de MP3-speler van mijn oren lostrok en inspecteerde waarom ik Cheb Khaled niet meer kon verstaan, midden in zijn verhaal over een Arabisch meisje waarmee hij sliep op een duizend-en-een nacht der nachten, stilstaand voor een stoplicht, hoorde ik een prachtige jonge meisjesstem aan mijn linkerkant in het Engels vragen waar het postkantoor was. Gelukkig wist ik dat haar te vertellen.

‘If joe go rait at de nekst lait… The Jumbo, the postoffices are all in supermarkets in Holland these days.’ Wat een

 taalbeheersing had ik. Wat een zuiver, vloeiend accent. Ik was trots op mij. En terwijl ik dat zei en het inderdaad schitterend mooie meisje (ik schatte een jaar of twintig, blank en melkboeren-hondenhaar in een half-lange staart) aankeek, nonchalant, maar aimabel genoeg, was ik terstond verliefd op een mogelijke relatie tussen haar en moi. Ja, moi. Ik zag haar en mij op zijn Frans vrijend onder de Eiffeltoren en mezelf Frans stokbrood met Camember aan haar voerend in een Frans bootje over de Seine, terwijl zij het Franse eten tongde en zichtbaar genoot van mijn Frans-Nederlandse touch over haar naakte borsten en dwalend naar haar Amerikaanse cunt.

‘And can you send boxes from there, sir? Hé, easy on the sir, hè, zo oud ben ik nou ook weer niet. Wacht, dat maar niet zeggen, mmmmmm, gelukkig, en nou terug duwen, ga terug waar je vandaan kwam! Jes, joe ken cent bokses vrom tair, milady. Are you from the United States of America? Ach, nee, daar zal ze vast geen tijd voor hebben. Zo veel te zien, zelfs in Tilburg en terug in Amerika moest ze het zeker niet hebben over die irritante, haar brutaal half-verkrachtende, opdringerige Nederlandse jongen. En al helemaal niet over die Hollanders, die je  al meesleurden naar hun grotten als je ze vriendelijk naar de weg vroeg. We moeten per slot van rekening een goede indruk maken. Zodat zij nog een keer terugkomt en wel de tijd heeft. En die hele afstand is gekomen met louter als doel om jou eens goed te leren kennen.

Maar wat als dat nou niet gebeurt? Wat als zij zo meteen afslaat en je haar nooit meer ziet en zij jou al vergeten is als zij haar doos afrekent en opstuurt (Wat zou daar in zitten? Zou dat iets voor mij zijn? Zou ik dat leuk vinden om dat te ontvangen en daarvoor mijn handtekening op zo’n beeldschermpje wil zetten?). Wat nou regels? Wat nou ongeschreven regels? Schrijf het dan op als je ongeveer alles afgeraden wordt te doen om indruk te maken op dat leuke meisje dat je anders nooit meer ziet, maar dat wel een onuitwisbare indruk op jou heeft achtergelaten. Wat nou? Dat zal ze toch wel begrijpen/ Zeker als je haar ook nog eens in de gelegenheid stelt om jou te leren kennen. En wat nou als dat niet haar plan was, om leuke Hollanders te ontmoeten? Het was ook niet mijn plan om een leuke Amerikaanse te ontmoeten, zeker niet nu ik in mijn hoofd nog steeds bij de vioolles van net zit. Bij dat grietje rechtsvoor me, die zo verleidelijk haar mooie rug laat zien en de centimeters naakte huid van haar nek. Het is nog maar een kwestie van tijd voor Griet zich een keer omdraait en onze relatie begint. Maar dan moet ik wel doorgaan met aan haar denken. Dan moet ik haar beeld vasthouden, dan mag ik geen moment mijn aandacht van de bal laten verslappen. Zodat ik er compleet klaar voor ben, als zij mij volgende week op haar vaste plek in de klas ziet zitten en resoluut en vol verlangens op me toe snelt….

Maar die Amerikaanse heeft dat nu verpest. Wacht, ze is nog niet weg, ze staat daar maar voor dat rode licht, met haar heerlijke kontje op dat herenzadel.. mmmm, weet dat wijf dan niet… Wacht maar.

‘You see that blue board there? It says that joe ken go right any moment, even do ze lait is ret.’ Een glimlach. Nu komen we ergens. Hé, waar gaat ze nou heen? Stom! Stomkop! Eikel, je hebt haar zelf laten ontkomen. Nu kunnen we niet praten. Nu kom ik er nooit achter in welke staat ze woont en waar precies. Of het daar warm is of dat ze het juist in Holland warm heeft en of die Amerikanen werkelijk allemaal zo als zij zijn.

Nou ja, naar huis dan maar, ik krijg toch al een beetje honger.

Doet me toch denken aan… Waarom vragen wij ons allemaal (oh jij niet dan? Goh, mazzelaar!) af hoe Amerikanen dit doen of dat bedenken en wat ze doen of denken of allebei als dingen als dit gebeuren en of ze inderdaad allemaal? En of ze, net als wij… Wie is wij? Wie zijn zij? Kom je daar ooit achter? Waarom vraag je je zelf zo zelden af hoe jij en hoe ik? Waarom hebben wij – daar heb je het weer – waarom hebben ‘wij’ het nooit over onszelf en blijven we daarbij? Waarom moet die Amerikaanse zo nodig naar ons toe komen. Naar ons land, naar onze cultuur, naar ons eten, onze gewoonten, onze taal (ja, waarom spreekt zij mij eigenlijk aan in het Engels, nogal arrogant als je bedenkt dat ik dat andersom in Amerika niet hoef te proberen met Nederlands, of Fries of Limburgs). Is er een wij? Is er een zij? Maar vooral, waarom houden ze het niet bij onszelf. Bij jou, bij mezelf. Die ik sowieso ook nog maar voor een deel ken en misschien in mijn leven nooit volledig en echt zal leren kennen. Of leren wij elkaar vooral kennen door de ander? Doordat anderen onze spiegels zijn en dat we zonder de ander blind als baby’s en kittens in de wereld rond blijven dwalen tot de grote blinde ons vanuit een blinde hoek verblindt en het licht uitdoet?

Ik was inmiddels weer thuisgekomen en dacht door tijdens het uitkleden, het douchen, het lunchen en de eerste vijf sigaretjes. Tot ik het lichtknopje had gevonden en ik wist wat me te doen stond.

Ik pakte mijn jas en fiets en fietste de stad Tilburg in, op zoek naar de volksaard, op zoek naar mooie plaatsen, mooie plaatjes, toeristische attracties, geuren, kleuren en gebeurtenissen waarmee een echte toerist thuis kan komen. Daarna spoedde ik me naar de dichtstbijzijnde Jumbo en meldde me bij de balie met de brievenbus.

‘Goedemiddag, meneer (hé, rustig aan met dat gemeneer stomme Hollandse domme doos!), wat kan ik voor u doen?

‘Ik wil graag de grootste doos die u heeft en die wil ik naar Amerika sturen.’

‘Hoe groot moet die doos zijn, zo groot of groter?’

‘Groter, heb je ooit gehoord op school van de boekenkist waarin die geschiedenis-meneer, eh, nou ja, Brugman, zich het kasteel uit liet smokkelen? Nee, er gaan geen belletjes rinkelen? (Nee, natuurlijk niet, je bent gewoon een domme doos die de hele schooltijd lang haar nagels zat te lakken en naar domme knappe scooter-jochies zal te loeren terwijl ik er wat van maakte, mijn schooltijd) Nou ja, de grootst doos die je hebt.’

‘Deze? Okee, dat is dan twintig euro, vijfenveertig, contant of met de pin? En waar moet ie naar toe? Heeft u de inhoud bij u, het kan nog tot vijf uur vandaag op de post. Anders wordt het morgen.’

‘En wanneer ben ik, ik bedoel, wanneer komt ie dan aan?’

‘Met Fed-ex is ie er morgenochtend om 10.00 uur, maar dat kost wel iets meer. Met TNT doet ie er drie dagen over. Ligt ie lekker? Zal ik er nog wat broodjes bij doen. Okee, ik doe em dicht. Veel plezier in Amerika, meneer.’

Eindelijk komen we ergens.

Op een zondagochtend kwam het Amerikaanse meisje Alice Stromboli terug van haar reis door West-Europa en vond een natgeregende grote kartonnen doos met haar naam erop (‘die Amerikaanse toeriste voor het stoplicht bij de Korvel die een doos wilde versturen en waar ik nu smoor op ben’, om precies te zijn). Ze sleepte hem – hij was behoorlijk zwaar – naar het halletje en opende de bovenste bladen.

Ze keek er even in en pakte haar mobieltje.

‘Hello, Fed-ex? Can you come get a package to return to sender?

Why?

I haven’t asked for it.

What? I did? Okay, thank you. I’ll take it inside.

En zo werden een Hollandse jongen en een Amerikaanse toeriste heel gelukkig samen. En leefden nog toen Fed-Ex de volgende morgen het pakketje kwam halen.

10 uur.  10 O’Clock

Universal time.

Dode dichter

Dode dichter

“…..”

Mmm… Hè?! Wat?

“tuut tut tuut tut tut tuut tuut”

Hè?

“zwaai, vinger, vuist, zwaai, zwaai, vuist, middelvinger, vuist, vuist, pink, twee handen, stop.”

What the fuck?

“heupwieg, knipoog, aanvallende beweging, keelgeschraap, borst-naar-voren-en-een-buiging-zodat-je-de-vormen-goed-kan-zien, pruillip.

Ja, nou moet je ophouden. Ik zie je dan niet, want ik ben blind, maar ik voel je wel bewegen. Wat moet je van me? Wie ben je? Waarom stoor je me als ik slaap. Ik was net zo lekker mijn droom aan het lezen. Ze stond net op het punt om haar bh van haar slanke schouders te laten glijden, toen jij in beeld verscheen. Wie ben jij nou weer?”

“ssspssrrrr.”

Ja, niet zo fluisteren, ik ben niet doof! Alleen maar…

“Sssppprrr!”

Klinkt als een hoop geslis voor mij. Je moet echt wat beter articuleren. En schiet op, mijn droom is aan het vervliegen.

“S…j…eee…kspr”

Wie?

U kunt het wel raden, William Shakespeare stond op een nacht bij mijn bed en fluisterde mijn naam. Waarom fluister ik jouw naam nog? Hoor ik steeds je stem? Ja, Benny Neyman, waarvan ik overigens ook al dacht dat ie allang dood was. Dacht ik. Maar zijn liedje werd door William weer tot leven gewekt en ik hoorde hem weer. En ik zag hem weer (ik ben niet altijd blind geweest) en ik rook hem weer (geen idee hoe ik daar op kom, ik ben nooit in zijn nabijheid geweest), ik voelde hem weer (???) en plots was het alsof ik weer een jaar of twaalf was en voor het eerst bij Op volle toeren een hitje van Benny opgevoerd zag worden, Vrijgezel waarschijnlijk, wat ik op het moment ook nog steeds ben. Al gedraag ik me totaal niet als die flierefluiter, die zuipschuit, die kroegvervoeger, die lastige vlieg die nu rondzoemt in mijn bewuste gedeelte en me wakkerzoemt en huidloopt. Ja, jongens, zo kan ik dus echt niet slapen. Laat me nog even. Het is zelfs nog donker buiten. En het is hoogzomer! Zie je? Het is pas half vijf! Laat me slapen, het is pas… Ja, even rekenen, ik ging gisteren om 21.30 uur slapen; ik was gewoon moe en het is nou niet dat ik nog iemand gezelschap moet houden tot het echt tijd is om naar bed… Wanneer is het eigenlijk tijd om naar bed te gaan? Ik ken mensen die er nog vroeger dan mij in liggen en mensen die gerust op blijven tot een uur of één, twee, zelfs drie. En dat zijn dan vaak ook nog es ochtendmensen, zoals ik. Ja, sorry hoor, maar deze jongen heeft toch echt wel een uurtje of zeven, acht slaap nodig.

Nou ja, ik ben nou eenmaal wakker en ik weet gewoon dat er voorlopig niks van slapen komt. Opstaan dan maar en naar de wc en koffie-apparaat. Mmmm, die eerste slok koffie is eigenlijk het lekkerst. Juist omdat je haar pas opmerkt als ze al halverwege je maag is. Je smaakpapillen, je hersenen, zelfs je maag slaapt nog half terwijl de hete bliksem al door je lichaam scheurt. Mmmm, lekker, nog maar een slok. En deze keer echt proeven. Slik. Was ik maar een koe, dan kon ik die slok nog zeven keer terug laten komen. En elke keer waarschijnlijk met een nieuwe smaak, een nieuw melange, een nieuwe blend.  Maar ja, koeien drinken geen koffie en zeker geen Euroshopper. Stomme beesten, weten niet beter dan dat er melk in hoort, terwijl koffie zelfs bedoeld is om louter, puur, alleen, exclusief solo te drinken. Net zoals solo-seks waarschijnlijk, genotsgewijs, ver te prefereren valt boven seks met een ander erbij, waarbij je toch altijd op die persoon en zijn gevoelens moet letten. Ja, ik zeg ‘zijn’ gevoelens, maar ls u soms dacht dat ik een flikker was, dan heeft u het toch echt… Flikkers houden van hun vader, flikkers zitten in gedachten altijd aan zijn kont, flikkers draaien Benny Neyman, die overigens zelf een flikker was, is. Leeft ie dan nog? Ik dacht toch echt dat ie… Hoe? Nee, daar heb ik nooit zo over nagedacht. Aids? Zal toch niet? Ja, ‘een vrijgezel, die gaat pas slapen als ie alle flikkers heeft gekust…’ Nee, ik weet niks van Benny Neyman, maar daar ging Vrijgezel toch niet over? En als dat wel zo was, wat niet zo is, volgens mij, dan meende Benny dat, denk ik, ook weer niet. Hij had zijn hits toch niet zelf….? Ja, nou ga ik weer twijfelen. Terwijl ik net zo lekker overtuigd was van mijn eigen… Ja, kan best wezen, maar heb je weleens gedacht aan dat Benny Neyman, ja, ik neem van je aan dat ie nog leeft, dat ie voor mij… voor mij snap je?  Dat ie voor mij allang dood was. En nee, ik weet niet waar ik was toen ik aan begon te nemen dat ie overleden was. Ik heb hem ook niet zien gaan. Nou ja, moeilijk ook, want tegen die tijd had ik dat ongeluk al … Jaha, dat was mijn eigen schuld. Weet ik toch. Hoef je me echt niet aan te herinneren. Maar ik bedoel dus, was aan het vertellen dat Benny Neyman voor mij…. Oh, gaat het inmiddels weer over Obama? Ja, sorry, the times they are a-changing, maar ik hou het niet bij, hoor. Het gaat me allemaal veel te snel. Bovendien, the times, die veranderen helemaal niet, slechts de aankleding, de scenery verandert. Ze slopen vast ook nog eens de Empire State Building en het Vrijheidsbeeld en zetten er een standbeeld van Bill Gates voor in de plaats. Maar de mensen, die veranderen niet. Nee, maak je mij niet wijs, die passen zich aan! Passen zich aan aan veranderde ideeën over gebruiken die in essentie ook alleen maar van vorm zijn veranderd. Waarom denk je dat op Koninginnedag al die Oudhollandse spelletjes nog steeds zo populair zijn? Zaklopen, spijkerpoepen, stoelendans, het zijn allemaal gewoon metaforen over hoe het allemaal werkt in het leven. En daarom zijn ze nog allemaal populair en redden nieuwe spelletjes het uiteindelijk niet. Playstation, ha! Ga toch ganzenborden, komt op hetzelfde neer en bovendien kom je dan nog es in contact met je medemens. Waarom is de huidige mens zo eenzaam. Omdat die spelletjes en alle nieuwe dingen in het leven allemaal zonder uitzondering de lone-wolf in ons stimuleren, de solo-zeiler, de leider van de roedel. En terwijl we allemaal op ons eigen eilandje Friedrich Nietzsche zitten te wezen, kunnen we het toch niet laten om onze medemens aan te stoten en in jouw spelletje te betrekken. Net zoals ik nu jou ook uit je slaap, uit je soloziel, uit je éénheidsworst aan het trekken ben, omdat ik wil dat ik belangrijk ben voor jou, niet jij zelf, niet ….

Ja, je hebt gelijk, waar was ik? Oh ja, ik zat op de rand van mijn bed en William Shakespeare legde zijn knokige koude middelvinger op mijn knie. En fluisterde… Nee, niet mijn naam, en ook niet de zijne… Hij fluisterde… Ja, om de buren niet wakker te maken,denk ik, fluisterde…

‘Shall I compare thee to a ?” Ja, wat? “To be or not to be, that is…” Ja, klinkt al bekend, tweede woord, eerste letter graag…” Nee, sorry, William.. William, best wel een tongwriemelaar, maar is Willem zeggen? Ja? Willem, ik heb nooit iets van je gelezen. Nee, laat me even iets uitleggen. Nee! Ja, nee, ik heb nooit, stil nou effe.. Ik heb nooit iets van je gelezen omdat ik dacht dat je dood was. Ja, ik heb toch ook geen platen van Benny Neyman in mijn kast staan? En die leeft nog, hoor ik net. Nee… Nee Willem. Willem!  Nee, je hebt gelijk, van de doden niets dan goeds, maar die moeten dan wel dood blijven. Snap je? Ik hoef niks van je te lezen, want… Jij bent dood, jij ligt in je graf, je botten zijn vergaan en je ziel, als die al bestond, of bestaat, die is allang naar Nirvana, Walhalla, de hemel of naar een volgend leven overgegaan. Nee, ik geloof voor geen moment dat jij de ziel van Shakespeare bent. Nee, jij bent de herinnering aan Shakespeare, de meester en de hoogleraar en de pedante boekenliefhebber en de homoliefhebbende hetero-toneelliefhebber. En de literatuurgeschiedenis-hoogleraar en de … Zelfs Marianne die schoonmaakster is, maar zo trots is op het feit dat ze jou leest. Of gelezen heeft, want Shakespeare lees  je toch niet voor je plezier?! Toch niet meer?! Dat archaïsche taalgebruik, die vergeten, nooit meer hergebruikte woorden. Ja, dat onderwerp en het feit dat jij een van de pioniers en besten op dat gebied was. Maar zeg nou es eerlijk, jij bent toch ook Robert Johnson, jij bent toch ook maar Beethoven, Bach en wie er ook voor die dooie componisten kwamen. Dode-dichtersalmanak, dat is toch alleen maar een leuke vorm. Ga je me nou echt vertellen dat jij denkt dat de volgende dag iedereen het dan weer over je heeft, dat je dan ook en als nieuw, als pas ontdekt als zaadcel, als Eerste en Enige, als de Ware. De weg, de waarheid en het leven?

Nee, Willem, ik vind het leuk als je me komt bezoeken, maar niet ’s ochtends, en niet als jou. Maar in de vorm van, ingebed in het verhaal van een ander. Jouw solo is voorbij, het wordt tijd dat je je in de scenery gaat voegen. Dat je bestaat omdat je bestaan hebt, maar niet je aan me opdringt als een afgewezen jongetje die zijn liefdesobject gaat stalken na zijn dood, nadat zij al getrouwd, zwanger, en verder is gegaan. Jij bent die jongen van het verleden. Je zit er wel, je zit er nog, maar je moet wachten op je beurt. Ga maar even buiten spelen. Ga maar, het is veilig, nee, het is goed donker, je kunt best nog even…

Ooooooh…

Mag ik nou maffen?

Hasseltstraat

https://soundcloud.com/stefan-marco-pietersen/hasseltstraat

Hasseltstraat

 

Een heremiet zoekt naar het duister

met een lichtje in zijn hand

Jij denkt onlogisch, tast en luistert

zodat je juist niet in dat land belandt.

 

Want jij normale zit hier ook niet

lekker te schrijven in het midden

van de zelfkant naar het kerkplein

maar werkt je moe om het zondags te bidden.

 

 

 

Ik vind de dood in dat mooie meisje

dat gelooft en zelfs in zich hard loopt

en haal wat leven uit dat reisje

waarmee zij zich dood koopt.

 

Ze luistert naar haar MP3

en daarmee niet naar haar lichaam

dat in heel haar schoonheid schreeuwt om rust

op het bankje naast die glimlach minzaam.

 

En daarna kan het misschien iets worden:

voelt ze mijn botsing met haar vlucht

waardoor ze dus even bij me uit zou hijgen

ik reik aan: zij hapt naar lucht.

 

Ik wil mijn verdwijning wel even cancellen

en lekker met haar mee gaan hijgen

maar ik denk dan aan een ouderwetse omgeving

waarmee zij mij ook mee kan krijgen.

 

Maar dat meisje heeft mij niet gezien

Ik betwijfel of zij überhaupt ooit uitkijkt

naar mijn gevierd ontspierde onderstel

en of ze mij met dat van haar bereikt.

 

Hoezeer zij mij nu ook nakijkt

Eén die wel stilstond rijk.

Over ego en schaamte

Porno!


En het meisje kleedde zich gedwee
en uit en ontving
een best lekker ding
karwei-zaad en
ging
met een cheque en haar schaamte
met de camera mee.

Daar loopt ze over straat
al daags na de porno-shoot
en overal, overal waar jij ook gaat
vraagt ze wat je van haar moet.

En zo sluit ze alle deuren
vernietigt alle spiegels
maar mooi dat haar hoofd blijft zeuren
reflecteren, dubbel-blindgangers kriegel.

En ze vervangt al de ruiten
maar vergat die binnenboord
nog altijd stuitend
gericht op het soort

meisjes die op zoek gaan
naar man met vergrootglas
die hun ego tot koningin-inning slaan
tot het, gezwollen, eindelijk past

in dat ze daar weer over straat gaat
rechtop, de benen gespreid
uitdagend en wild om zich heen blaat
en elke camera van dichtbij bekijkt.

En de mensen op straat
kijken (zielspiegels) wel uit
maar onwetend waar dit al over gaat
want de server ging al even terug
uit…

Elke keer als ik een mooi bezet gebied zie

>Het gratis te huren concrete vage vuur


Pooier
nu nog mooier
haar vriend en minnaar
liefdes in elkanders leven
even jouw hand daar
in de hare leggend
zeggend:

“Mooi is ze niet? Mijn lief
Je mag haar huren
gratis per twee halve uren
die twee keer zo lang mogen duren
voor ons, dezelfde
wederhelften.

Maar, ongelogen
Ik wil er wel bij zijn
het genot zien in je ogen
terwijl je geniet
van haar, dus mijn tiet
mijn donderstraal, voorportaal
mijn finale zonneschijn.

Na jou mag weer een ander
want zo komen wij
klaar in elk anders armen
En door jou in haar
word ik veranderd
in de liefde
nu nog mooier…”

Vrijwilligers?

« Older posts Newer posts »

© 2026 KutBinnenlanders.nl

Theme by Anders NorenUp ↑