De angst
En de angst wart rond in mijn huis
piept me van vrees weer op en uit bed
En ik schrik, klaar wakker met huis op mijn kop
en roep vergeefs: oh kat, de muis… val gezet?
Die naakt danst op tafel
zit weer klaar: leut, stroopwafels
net als ik genoeg heb aan thee
aan naar het café en zij niet mee
de angst…
Dan is de angst weer hyper
en hieper de pieper
blijf ik thuis
brul naar keeper:
”Vang die aanval op je kop
en stuur haar het veld toch af.”
Ja, angst is straf, is windje tegen
oververhit als je hoopt op regen
is kwaaie bui als je mooi verwacht
en zingt je wakker midden in de nacht.
De angst is een slechte huisgenoot
maar het houdt je mals voor de Dood
want bange mensen sterven jong
met zwarte longen en heertje groot
Ja, lach maar met je zwarte tong
zij is van mij en jij verlangt
tot zij jou dan ziet en, de armen gespreid
bang genoeg, dus naar jou verhuist.
Bevrijend vrijt, zo lekker
geil die angst, en blijft dan lang
hangen aan je kruis, op die haren na
bloot als de dag
dat ze bij je introk als stoot
de arme schat, nu
ontzettend dood.

Geef een reactie