Een goede vriend is uit de kast gekomen: hij lijdt aan suikerziekte. Hij mag het voor de rest op zijn buik schrijven, waar hij een apparaat draagt dat zijn suikerspiegel leest en dat hij kan aflezen op zijn zaktelefoon.
“Het woord diabeticus betekent niets’, lied hij daarbij vallen. Een medewerker in het ziekenhuis had hem dat wijs gemaakt. Ik heb terminologie gestudeerd in bijcursus, dus zocht ik het op. Nu blijkt een diabeticus een zoetpisser te zijn, de tegenpool van de azijnpisser, die geacht wordt gezond te zijn.
Het woord zelf is half Latijns half Grieks, de lievelingstalen van de artsen. Vandaar naar de Pezewever is een kleine sprong. Mijn vriend woont in Antwerpen en noemt zijn burgemeester een schijtlijster. De PvdP, partij van de pezewever, bijaldien. Maar schijt op de lijst? Nv-A? Iemand?


Geef een reactie