(Maar dat betekent niet dat ik er treurig van word)

Misschien herkennen sommigen onder jullie in de twee voorgaande regels een lied. Misschien niet. Het is inderdaad een lied.

Onverschrokken, onverdroten vallen regendruppels neer. Uit de hemel. De aarde verwelkomt ze met veel appetijt.

Tussendoor had de mens, gewetenloos of geheel loos, de aarde bedekt met beton, asfalt, tarmac en tuintegels. De volgorde is willekeurig. De mens gunde de aarde geen regendruppels.

De mens kwam droog te staan.

Deze mens, die dit ultra korte kortverhaal huldigt, verkiest voor een poos verblijf te houden in de Condroz. Meteen vielen mij bij avondlucht en –licht alleenstaande bomen op. Het regende zachtjes. De takken leken te zingen.

Wat moest ik doen? Huilen of fluiten?

Marc Tiefenthal
Marc Tiefenthal
In tijden van toenemende verdomming en groeiend nationalisme is het gepast, ha, erop te wijzen dat Marc Tiefenthal gemakkelijkheidshalve kan worden gecatalogeerd als Belgisch dichter, die zowel in het Nederlands als het Frans schrijft. In diezelfde context, stijgende verdomming en toenemend nationalisme, vraagt menigeen zich af waar de dichter verblijf houdt. Daar hij op twee plaatsen in de wereld verblijf houdt, dit is bilokaal woonachtig, heeft hij op het Groot Smoelenboek van de heer Sukkelberg, voor de lol Bobigny als woonplaats opgegeven. Kom hem daar maar niet bezoeken. Evenmin als in Menen, Ieper, Leuven, Bossière, Brussel, Antwerpen noch Temse, waar hij ooit gewoond heeft.