(Maar dat betekent niet dat ik er treurig van word)
Misschien herkennen sommigen onder jullie in de twee voorgaande regels een lied. Misschien niet. Het is inderdaad een lied.
Onverschrokken, onverdroten vallen regendruppels neer. Uit de hemel. De aarde verwelkomt ze met veel appetijt.
Tussendoor had de mens, gewetenloos of geheel loos, de aarde bedekt met beton, asfalt, tarmac en tuintegels. De volgorde is willekeurig. De mens gunde de aarde geen regendruppels.
De mens kwam droog te staan.
Deze mens, die dit ultra korte kortverhaal huldigt, verkiest voor een poos verblijf te houden in de Condroz. Meteen vielen mij bij avondlucht en –licht alleenstaande bomen op. Het regende zachtjes. De takken leken te zingen.
Wat moest ik doen? Huilen of fluiten?



Geef een reactie