Eerst is er de brug, smal is de weg, ophaalbaar de brug. Daarna verschijnen de bomen netjes op een rij. Enkele zijn geveld en liggen voor het rapen.

Rechts zit je in de zon en zitten er meestal twee tot drie. Links werpen de bomen hun schaduw en ben ik doorgaans de enige die er gaat zitten.

Niet zomaar zitten, hoor. We zitten om te vissen. Dat is dat ene iets wat ik nooit meer zou willen missen, weet je wel. Vissen hebben kieuwen en testikels. Sommigen hebben uitsteeksels, die doorgaans stekelig zijn. Denk aan de stekelbaars.

Van doorgaans gesproken, ik vis gemiddeld drie vissen per zitting, middelgrote en kleine.

Gisteren had ik eindelijk reuzebeet: een brasem. Feest.

Marc Tiefenthal
Marc Tiefenthal
In tijden van toenemende verdomming en groeiend nationalisme is het gepast, ha, erop te wijzen dat Marc Tiefenthal gemakkelijkheidshalve kan worden gecatalogeerd als Belgisch dichter, die zowel in het Nederlands als het Frans schrijft. In diezelfde context, stijgende verdomming en toenemend nationalisme, vraagt menigeen zich af waar de dichter verblijf houdt. Daar hij op twee plaatsen in de wereld verblijf houdt, dit is bilokaal woonachtig, heeft hij op het Groot Smoelenboek van de heer Sukkelberg, voor de lol Bobigny als woonplaats opgegeven. Kom hem daar maar niet bezoeken. Evenmin als in Menen, Ieper, Leuven, Bossière, Brussel, Antwerpen noch Temse, waar hij ooit gewoond heeft.