Zout op de aardappelen is de toegevoegde waarde. Peper in de soep of op de reet. Eenentwintig procent. Wie last heeft van hoge bloeddruk: zes procent.

We staan koffie zonder suiker te drinken bij de automaat naast de rekenkamer. Die is tegenwoordig grotendeels ingenomen door een servercomputer. Koffie zonder toegevoegde waarde, en dus belastingvrij.

De elektrische motor in de fiets is een toegevoegde waarde. Onder de vijfentwintig km per uur, zes procent. Erboven, eenentwintig procent.

‘Het is allemaal zeer eenvoudig. Vroeger, toen die waarde tot drieëndertig procent kon worden belast, was het wat moeilijker. En dus afgeschaft.’

De jongeren bij de koffie hebben die tijd zelfs nooit gekend. Ze zijn bevoorrecht en onwetend. Het werk op kantoor is er niet minder op geworden, wel eenvoudiger. ‘Hier geen stress, wel normale werkdruk’.

Terwijl we ons enigszins in het openbaar begeven als het werk erop zit, knipperen we met de ogen. Weg zijn onze zorgen.

 
Marc Tiefenthal
Marc Tiefenthal
In tijden van toenemende verdomming en groeiend nationalisme is het gepast, ha, erop te wijzen dat Marc Tiefenthal gemakkelijkheidshalve kan worden gecatalogeerd als Belgisch dichter, die zowel in het Nederlands als het Frans schrijft. In diezelfde context, stijgende verdomming en toenemend nationalisme, vraagt menigeen zich af waar de dichter verblijf houdt. Daar hij op twee plaatsen in de wereld verblijf houdt, dit is bilokaal woonachtig, heeft hij op het Groot Smoelenboek van de heer Sukkelberg, voor de lol Bobigny als woonplaats opgegeven. Kom hem daar maar niet bezoeken. Evenmin als in Menen, Ieper, Leuven, Bossière, Brussel, Antwerpen noch Temse, waar hij ooit gewoond heeft.