Eerst is er de brug, smal is de weg, ophaalbaar de brug. Daarna verschijnen de bomen netjes op een rij. Enkele zijn geveld en liggen voor het rapen.
Rechts zit je in de zon en zitten er meestal twee tot drie. Links werpen de bomen hun schaduw en ben ik doorgaans de enige die er gaat zitten.
Niet zomaar zitten, hoor. We zitten om te vissen. Dat is dat ene iets wat ik nooit meer zou willen missen, weet je wel. Vissen hebben kieuwen en testikels. Sommigen hebben uitsteeksels, die doorgaans stekelig zijn. Denk aan de stekelbaars.
Van doorgaans gesproken, ik vis gemiddeld drie vissen per zitting, middelgrote en kleine.
Gisteren had ik eindelijk reuzebeet: een brasem. Feest.



Reactietjes