Buurlanden zijn we niet geneigd te ervaren als vreemd. Hooguit lichtjes anders. Frankrijk echter heeft de laatste jaren een sterke ruk naar rechts gemaakt. De linkerzijde stelt er nauwelijks nog iets voor. Het land verwordt nu tot een quasi-nazi nationalistisch gezwel. Het meest  gebruikte woord aldaar is terroir. Het rijmt op urinoir. Doch dit terzijde.

Het oosten laat ik vaak links liggen. Het noorden ligt me na, net als het zuiden, helaas. Daar liggen mijn wortels.

Gisteren waren we op doorreis bij onze fascistoïde zuiderburen. Tegen het einde van de reis hielden we hier en daar halt. Telkens werd ik trillingen gewaar, alsof de motor van de auto niet wou stoppen. Twee keer deed ik de motorkap open. Geen enkel geluid in de motor noch trillingen. Ik bleef niettemin verontrust.

Vandaag melden de nieuwsmedia dat in het zuidoosten van Frankrijk de aarde heeft gebeefd, vijf en meer op de schaal van Richter. Aan de andere kant van het land, op gelijke hoogte, werden wij  dit gewaar.

(16 juni ’23)

Marc Tiefenthal
Marc Tiefenthal
In tijden van toenemende verdomming en groeiend nationalisme is het gepast, ha, erop te wijzen dat Marc Tiefenthal gemakkelijkheidshalve kan worden gecatalogeerd als Belgisch dichter, die zowel in het Nederlands als het Frans schrijft. In diezelfde context, stijgende verdomming en toenemend nationalisme, vraagt menigeen zich af waar de dichter verblijf houdt. Daar hij op twee plaatsen in de wereld verblijf houdt, dit is bilokaal woonachtig, heeft hij op het Groot Smoelenboek van de heer Sukkelberg, voor de lol Bobigny als woonplaats opgegeven. Kom hem daar maar niet bezoeken. Evenmin als in Menen, Ieper, Leuven, Bossière, Brussel, Antwerpen noch Temse, waar hij ooit gewoond heeft.