De drukte van het leven in een middengrote stad is overzichtelijk en niet echt prangend. Dit is wat een mens bedenkt aan het begin van de eenentwintigste eeuw, na decennialang te hebben gedacht de drukte van een grootstad aan te kunnen.

Ze zijn talrijk die dat denken. Er zijn er ook die menen dat ze geen keus hebben. Ze ondergaan de grootstad die hun ondergang wordt.

Het leven is vooral te vinden in de voorstad. Daar worden aanstaande ondernemers, kunstenaars, uitvinders, topadvocaten en topartsen geboren. Een korrel zout is hier zeker op zijn plaats. In de voorstad is het leven pas overzichtelijk. De voorstad groeit. Was het niet Louis-Paul Boon die dit als eerste opmerkte?

Wie dit stukje leest, vraag ik uitdrukkelijk hier geen enkel woord van te geloven. Dit is louter spielerei.