Een zeepmerk; een scheermes; een kwast.

‘Wie jaag ik vandaag op de kast? Mijn handen jeuken.’

Netjes geschoren, zo, even onder de douche, half droog in mijn badjas, snel ontbijten. Lekkere koffie.

Ik kleed me aan, tot strak in het pak, kus mijn vrouw, stap naar buiten; daar wacht mijn chauffeur in de auto.

Ik zou niemand op de kast jagen. We vlogen gewoon uit de bocht recht tegen een tractor.

 
Marc Tiefenthal
Marc Tiefenthal
In tijden van toenemende verdomming en groeiend nationalisme is het gepast, ha, erop te wijzen dat Marc Tiefenthal gemakkelijkheidshalve kan worden gecatalogeerd als Belgisch dichter, die zowel in het Nederlands als het Frans schrijft. In diezelfde context, stijgende verdomming en toenemend nationalisme, vraagt menigeen zich af waar de dichter verblijf houdt. Daar hij op twee plaatsen in de wereld verblijf houdt, dit is bilokaal woonachtig, heeft hij op het Groot Smoelenboek van de heer Sukkelberg, voor de lol Bobigny als woonplaats opgegeven. Kom hem daar maar niet bezoeken. Evenmin als in Menen, Ieper, Leuven, Bossière, Brussel, Antwerpen noch Temse, waar hij ooit gewoond heeft.