Tussen de ossenstront en ezelstank was het donker in de stal. Hij knipperde met Zijn ogen. Maar Hij was hier om een verhaal te vertellen. Een verhaal dat vele malen herverteld zou worden. Maar Hij had nog jaren om het goéd te vertellen. Nu zou Hij beginnen aan de slechtste versie. Een schnabbeltje. Voor de minst belangrijke website ter wereld. Een heuse jeudgzonde. Als pasgeborene mocht Hij dat. Met Zijn miniscule worstvingertjes pulkte Hij aan het cadeaupapier. Goudkleurig. Overdreven protserigheid van, hoe kon het ook anders, de blankste van die aanstellerige drie koningen. En ja hoor. Zoals verwacht: een iPad. Gelukkig was het ding opgeladen. Op dat schamele licht van die ene felle ster na, tenminste nog iéts dat wat licht gaf in dat tochtige dierenhok.

Hij had Zich, vanuit zijn Koninkrijk, in de nauwe baarmoeder van een onbetekenende vrouw gewurmd en na maanden van oncomfortabel vervoer, door haar maagdelijke grot naar buiten gevochten. Een troosteloze aanblik bij aankomst. Haveloze zwerfherders – een hele kudde ervan. Twee smerige armoedzaaiers van ouders. Daar zou Hij het de komende tijd mee moeten doen. Dan die drie hijgerige slijmballen uit het oosten nog. Met hun mirre. Wat moést Je in godsnaam met mirre, als pasgeborene ? Weer niet over nagedacht. Typiisch. Die mensen ook.

Maar Hij was een artiést. Een grootse kunstinstallatie had Hij in petto. Ze zouden er nog millenia het hoofd over breken. De boodschap, de bedoeling. De ganse trucendoos zou Hij opentrekken. Wat wondertjes hier en daar, wat wandelen over water. Glaasje wijn bij de vernissage, uiteraard. Doorlopend benadrukken dat al die mieren op deze kankerplaneet uiteindelijk even groot zijn. Hij had een arsenaal aan metaforen meegebracht. En als pièce de résistance zou Hij Zijn clubje meelopers tegen elkaar op manipuleren, theatraal Zijn exit orkestreren, en als ultieme parodie op het eeuwige gezeur van dat gepeupel, wanhopig naar Zichzelf wat uitroepen. Ja, er stond een fors spektakel op het programma.

Niet dat ze het ooit écht zouden begrijpen. Eeuwenlang zouden ze over onbelangrijke details bakkeleien. Wel of niet gehakt op woensdag. Hebben de engelen nou wel of geen vleugels. Homo’s, ja of nee. Hij zou vanuit de hemelen schaterend van het lachen de chaos observeren die Zijn dadaïstisch toneelstuk achter zou laten. Die gekke mensjes ook. En hoe méér luxe ze binnen handbereik zullen hebben, hoe grotesker en commerciëler de jaarlijkse heropvoering van Zijn kunststukje zou worden. Omdat iedereen volledig beetgenomen zal zijn. Daar zou de uiteindelijke definitieve druk van Zijn boek wel voor zorgen. Het zal schuren, ontwrichten, maatschappelijke onrust teweeg brengen.

Godzijdank dat de oerversie, die Hij nu aan het bloggen was op de minst onbelangrijke website ter wereld, niet lang bewaard zou blijven. Het gedachtengoed van het internet was groots maar vluchtig. Wie er schrijft, verdwijnt.

Om de alinea speelde Hij even een rondje Songpop. En overwoog om aan Zijn meesterwerk ook wat songteksten toe te voegen. Een lekker multimediaal werkje werd het dan.

René van Densen
René van Densen
René van Densen (1978) is een cynische dromer, een lachende pessimist, een realistische romanticus, een honklosse kluizenaar, een intelligente mafkees, een bedachtzame schreeuwer, een podiumschuwe polderpoëet, ex-nachtburgemeester van Tilburg, ex-striptekenaar, ex-schrijver, ex-webdeveloper, ex-vuilnisman, ex-kind en ex-volwassene, ex-burger, en ex-kattenpapa van een Gentse ex-terror kitten. Eerste Nederbelg die toetrad tot de Wolven van La Mancha. Maar is uiteindelijk niet zo van de collectieven. U treft hem uitsluitend in vrouwonvriendelijke omgevingen aan, en die nieuwe roman van hem komt ook nooit af. Werd al eens omschreven als "onbegonnen werk" door een prachtige blondine.

www.renevandensen.nl
Meer René op Facebook !