Al wekenlang zijn de dromen thematisch eentonig: de hele wereld gaat eraan. En elke nacht gaat de hele wereld eraan omdat ik iets moet doen dat ik normaal prima kan maar dat nu ineens niet meer lukt. Het wát, waarom, hoe, dat alles varieert. Ook de kleuren variëren: dan weer arthouse zwartwit, dan weer grindhouse smützig. Het wie en waar varieert niet. Altijd ik, altijd de wereld. Boem, alles weg.
’s Ochtends laat ik me daarna als gefaalde wereldredder mijn koffie goed smaken. De aanblik buiten mijn schrijfbureau toont me dat de wereld mijn gepruts tóch overleefd heeft. Goedzo, wereld. Bravo. Ik wist wel dat je het kon. Toppie ! Ik hef mijn mok en proost met de wereld. Blij dat je er nog bent. Om je te zien. Hou vol.
Je moet een zeldzame acceptatie van lamlendigheid in je hebben, om in de nietvernietiging van de wereld een persoonlijke overwinning te zien. En vervolgens met een gelukzalig gevoel de rest van de dag op de bank uitliggen.


Reactietjes