De man met het hoedje vond zichzelf geen beginnend schrijver dus luisteren naar het advies hoefde niet. Dat het advies een smakelijke column was waar alle overige aanwezigen wél met graagte naar luisterden, deerde hem niet. Hij brulde zonder schaamte drie keer luidkeels ‘boringggg’ door de tekst heen. De man met het hoedje was koning in zijn eigen wereldje.
Feitelijk liep hij de hele avond al zo zelfingenomen rond. Nee, ronduit arrogant. De medemens had zijn grootsheid maar te herkennen en erkennen. Hij was immers de man met het hoedje. Dat zag toch verdomme iederéén wel ? De man met het hoedje begreep niet waarom mensen soms niet in een oogopslag zijn grootsheid inzagen. Hij was verdomme de man. Met het hoedje. Kijk dan.
En nu stond een of andere kwezel, die met regelmaat bij TV-programma’s geïnterviewd werd, die al een zwik romans en andere boeken onder zijn riem had, een beetje te doen alsof hij iets wist van schrijven. Kom nou. Dat maakte je de man met het hoedje niet wijs. De man met het hoedje zat na de grote boring toespraak op een stoeltje. Zich te warmen in zijn eigen glorie.
Nul spijt had ik van het bier dat ik in zijn kruis goot. De man schrok zich een hoedje.


Geef een reactie