KutBinnenlanders.nl

Auteur: Marc Tiefenthal (Page 2 of 14)

In tijden van toenemende verdomming en groeiend nationalisme is het gepast, ha, erop te wijzen dat Marc Tiefenthal gemakkelijkheidshalve kan worden gecatalogeerd als Belgisch dichter, die zowel in het Nederlands als het Frans schrijft. In diezelfde context, stijgende verdomming en toenemend nationalisme, vraagt menigeen zich af waar de dichter verblijf houdt. Daar hij op twee plaatsen in de wereld verblijf houdt, dit is bilokaal woonachtig, heeft hij op het Groot Smoelenboek van de heer Sukkelberg, voor de lol Bobigny als woonplaats opgegeven. Kom hem daar maar niet bezoeken. Evenmin als in Menen, Ieper, Leuven, Bossière, Brussel, Antwerpen noch Temse, waar hij ooit gewoond heeft.

Tweesnijdend 3 Damocles

 

Met Damocles belanden we bij de oude Grieken, aan het hof van Dyonisios de oudere, alleenheerser van Syracuse. Damocles behoorde tot de hofhouding en hield zich ledig met het bewieroken van de alleenheerser. Dat zijn volk hem zo bewondert, en zo.

Dionysios zelf echter vond die vleierij maar niets. Hij liet Damocles aanschuiven aan een rijk gevulde tafel. Echter …. De hele tijd en een uitgebreide maaltijd duurt lang, hing aan een paardenhaar vastgemaakt een zwaard boven zijn hoofd. Zijn eetlust daalde dan ook zienderogen en zijn gastronomisch genot was verknoeid.

De oudere wou duidelijk maken wat hem als machthebber dagelijks boven het hoofd hing. Damocles zong nadien enkele toontjes lager en gaf dat luxebestaan op. Trok hij zich als eremiet terug in de woestijn? We weten er niet veel meer van. Het zwaard echter is de geschiedenis in gegaan.

Terzijde: binnen een democratie is de macht eerder verspreid. Een staatshoofd hoeft minder te vrezen. De huidige alleenheersers zoals het Trump, den Erdo of Vladim Putain achten zichzelf zonder vrees. Laat het zwaard loskomen van het paardenhaar en hen treffen.

 

Tweesnijdend 2: Ockham

 

Zowat mijn hele volwassen leven scheer ik me nat, dit betekent met kwast, zeep en scheermes. Wie scheermes zegt, zegt Ockham. Willem van Ockham was een middeleeuws, ietwat Engelse wijsgeer en een volslagen nominalist. Ik zou voor minder zweren bij een scheermes. Zelf ben ik namelijk ontzettend nominalist. Nomen est omen. Je krijgt een naam en die doet het voor jou. Naam maak je niet maar krijg je. Je naam maakt je waar.

Tegenwoordig is het minder gevaarlijk nominalist te zijn maar in de Middeleeuwen kreeg je daarvoor de banvloek van de Kerk die dit denken als ketters beschouwde. Politiek en zedelijk correct denken kon niet in het nominalisme. De toenmalige paus sloot daarom Ockham gewoon op. Echter, handige Willem kon ontsnappen en vond asiel in Munster, Duitsland. Stof om er een spannend boek over te schrijven. Hij hoefde dus niet zijn polsen over te snijden met een scheermes.

God schiep uit het niets. Dus was er eerst niets. Dan was er ineens iets. God of iemand anders gaf het een naam. Daar had die paus het dus moeilijk mee. Ockham was hem echter ontsnapt. Niet zo gek veel later versoepelde de kerk haar standpunt inzake nominalisme.

 

Tweesnijdend 1 Procustes

 

Damocles een zwaard, Ockham een scheermes, Guillotin een valbijl voor een snelle en nette onthoofding. Ze snijden allemaal maar snijden geen hout. Ze gaan voor het vlees.

Wie het op de houthandel heeft begrepen, kan maar beter geen beroep doen op hen. Noch op Procustes. Vreemde kerel. Een voorvader van de handel in menselijke gemiddelden en dito middelen. Hij maakte het gemiddelde op aan de hand van een bed. Later werd dat gewoon het bed van Procustes genoemd.

De man baatte een herberg uit en liet elke gast plaatsnemen in dat bed. Als de gast te groot was, sneed Procustes diens armen en benen wat bij tot ze pasten. Was de gast te klein, dan rekte Procustes hem of haar wat uit tot hij pastte. Zelden overleefde de gast dit, waarna Procustes zich van zijn gast ontdeed en zich ontfermde over zijn bagage. Mooi meegenomen, toch.

Zelf mocht hij op een dag in zijn bed gaan liggen tot de dood erop volgde.

Hij leeft voort in de logica, die soms het bed van Procustes wordt genoemd.

 

Eten en drinken

 

Het was een bijzonder restaurant. Iets Oost-Europees. Op uitnodiging en op kosten van de omroep. Ik kreeg een opdracht: meewerken aan woordprogramma’s. ‘Doe ons maar een voorstel. Spinoza zocht niet, hij vond en zou er nauwelijks anders over hebben gedacht.’ Wie van beiden dit gezegd had doet er al lang niet meer toe. De opdracht kreeg uitvoering.

Jaren later, kilometers verder de hoofdstad in. Het was een bijzonder restaurant, Oost-Europees. Op uitnodiging en op kosten van een weekblad. De directeur wou kennis maken met een gedoemd dichter. Hartelijke kennismaking. Net niet vriendschappelijk. Ik kreeg een voorstel. Wilde het vervullen. Kreeg geen voet aan de grond, bleef aan de grond. Een onderhorige bleek een gorige te zijn.

Alweer jaren later. In een eigenlands duur restaurant, niet gek veel verder van het eerste. De ander voluit laten spreken en praten. Zakelijk. Opschrijven. Later publiceren. Een wildschotel met dieprode wijn. Veel van gedronken. Heel lekker dronken. ‘Wat hebben de mond en de kont gemeen? Kaken’. Wie in het gezelschap dit gezegd had doet er al lang niet meer toe.

 

Droogte gedoogd

 

‘Er valt al wekenlang geen regen en het is warm, wordt zelfs almaar warmer. De maat is leeg.’ Werkloos zit de boer aan de toog in de kroeg. Aan boerenkrijg tegen het stikstofakkoord doet hij niet. ‘Ik heb mijn koeien en varkens of levend verkocht of laten slachten. Ik doe nu in groenten en fruit, graan, maïs, aardappelen. Maar alles verdroogt.’

Bij wie zou hij dus protesteren?

Uit de hoek, donker en bedompt, komt een man naar de toog gestapt op de twee mannen af. ‘Ik werk bij de fiscus’, zegt hij. ‘Wij vullen de maat tot hij vol is en in geen tijd staat hij leeg. Eerst het virus, dan nu die oorlog. Baas, geef ons een rondje’.

 

Welriekende put

 

Uit de vergetelheid duikt soms iemand op en rijst de vraag: ‘Hoe zou het zijn met…?’ Deze vraag verdraagt geen gewestelijke varianten.

Echter hoe iemand in de vergetelheid belandt is doorgaans ongeweten en onontgonnen gebied. Zou het druk zijn in de vergetelheid? Is het de kelder van een leuk café? Of is het een keurig koffiehuis?

Als koffiesnob en dito liefhebber neem ik graag aan dat de vergetelheid de zolder is van een gezellig koffiehuis. Het was in Amsterdam dat ik Rein Bloem heb ontmoet in een poepsjiek koffiehuis. Het werd het begin van mijn dichterlijk openbaar bestaan. Toen Rein Bloem al een tijdje overleden was en in de vergetelheid aan het belanden was, ben ik op een zondag naar Amsterdam gereden om  er in café Eylders, niet meteen een chique koffiehuis eerder een artiestenkroeg, gedichten van hem voor te dragen. Bij mij geraakt Rein Bloem nooit in de vergetelheid. Er zijn nu eenmaal mensen die een onsterfelijke indruk op mij gemaakt hebben. Rein Bloem alvast zeker. Net als Frans ‘Sus’ Verleyen, ook al gestorven.

 

Leven en sterven

 

Eigenlijk wil hij iets uitschreeuwen. Gemeenzaam wordt dit gewoon het genoemd: je schreeuwt het uit. Tot daar aan toe. Van vreugde of van pijn of een enkele keer van vreugde om de pijn.

Een gif toegediend in de juiste dosis versterkt je en geneest je. Mescaline bij Henri Michaux. Pijn bij M of G. Je hebt er bij wie de geest moet waaien. Anderen willen de geest verruimen en dieper in zichzelf afdalen. Ze laten zich een gif toedienen in de juiste dosis. Pas als de verruiming een grens bereikt, schreeuwen ze het uit.

De zelfdronk rijmt met zelfdood. De geilhonk met heildronk en kleine dood, waarbij geen zelf meer valt te bespeuren. De ziel verkeert dan op hoge hoogten waar het ruim ademen en schreeuwen is.

 

Wat een kermis!

 

‘O, die idioten, mijnheer, ze zijn overal, waar u maar wilt.’

Is dat een mooie zin, een openingszin? Of een conclusie?

Want je kunt je geen twee delen van een gesprek voorstellen met die zin er middenin. Bovendien pleit het voor een soort waarheid die je sprakeloos maakt. We zijn niet langer in het tijdperk van de stomverbaasden. De consumptiemaatschappij heeft alle monden doen consumeren en slikken, zodat ze niet langer sprakeloos kunnen blijven.

Maar na een lange stilte, spreekt er weer iemand. ‘Ik, bijvoorbeeld, ben een boekenwurm’. Daardoor wordt de sfeer meer ontspannen en lachen we.

 

(Oorspronkelijk geschreven in het Frans:

Quelle foire!

 

‘O, les enfoirés, monsieur, il y en a partout, où vous voulez.’

Est-ce une belle phrase, une ouverture ? Ou une conclusion ?

Car il y’a pas moyen de s’imaginer deux parties d’une conversation avec cette phrase au milieu. De plus, elle prône une sorte de vérité qui laisse bouche bée. Nous ne sommes plus à l’époque des bouches bée. La société de consommation est arrivée à faire consommer toutes les bouches, qui, dès lors, ne peuvent plus rester bée.

Toutefois, après un long silence, quelqu’un reprend la parole. ‘Moi, par exemple, suis un enfoiré des livres’. Du coup, l’atmosphère se détend, on rit.)

 

Om zeep

 

Als het aan de wereld lag was het morgen afgelopen. Als een schepper bestaat voor deze wereld, hij zou de hele zaak laten ontploffen.

Hoewel niets nog bij het oude blijft, blijft de wereld alsnog voort draaien.

In bar Heinze zitten twee voormalige wereldverbeteraars verbeten te mediteren over een wereld die niet meer te verbeteren valt.

Een tafel verder zit een man alleen. Hij vangt zonder het te willen flarden op van het gesprek van de twee voormalige wereldverbeteraars.

De vrouw aan de tafel aan de andere kant leest een boek, nipt van haar thee.

 

Nationalisme

 

Je zou het land het land kunnen laten of het wat groter kunnen maken, door het samen te voegen met andere landen.

Zo bouw je een natie: het land als deel van de natiestaat met andere landen. Zo werd Duitsland gemaakt, of Italië. Samen sterk.

Vaak gaat het niet echt samen. Steden blijven vaak steden, ongeacht tot welke natie ze behoren. Samen sterk?

Soms spreekt het ene land een andere taal dan de andere. Welke taal spreekt de natie dan? Een taalstrijd barst los. Zoals in België. Daar vonden de Franstaligen dat hun taal dan maar de landstaal moest worden. Is niet gelukt. Het is niet altijd de taal van de sterkste die het wint. David kan immers groeien en op een dag Goliath met een vingerknip verslaan. Hij kan Goliath weerstaan en zelfs op zijn knieën krijgen.

Spanje en de Basken of de Catalanen.

Het Verenigd Koninkrijk, Schotland, Wales. De Brexit zou het Koninkrijk wel eens minder Verenigd kunnen maken als Schotland zich afscheurt en tot de Europese Unie toetreedt. Ik zit er al een tijd op te wachten.

Toch kan achter zowat elke bocht een park verschijnen. Geen land, geen natie kan ongeschonden het aanzicht van een stad wijzigen.

Het zijn barbaren, vreemden dus, die daartoe in staat zijn. Alsof ze het land hebben aan dit of dat land. Ze verwoesten gebouwen, parken, mensen omwille van hun eigen natiestaat, om die te vergroten terwijl ze in feite van binnenuit stiekem wegrotten.

 
« Older posts Newer posts »

© 2022 KutBinnenlanders.nl

Theme by Anders NorenUp ↑