Een kast van een huis, zeg maar een villa, vind je er niet. Wel enkele kastelen en herenboerderijen. Middelgrote herenhuizen ook.

De wegen liggen er vol kuilen bij, er wordt zelfs niet aan bijvulling gedaan. En ze zijn smal. Twee auto’s kunnen er elkaar niet dwarsen. Een moet in de berm uitwijken. In het weekend komen velen er fietsen.

Er staan opvallend veel koeien te grazen in de weiden, heel wat paarden ook, soms een kudde bizons en een enkele stier. Nogal wat geiten en enkele schapen.

Via een lichtjes ingewikkelde weg vond ik een inwijkeling uit het noorden van het land. Hij woont er sinds drie jaar en was blij nog eens in het Nederlands een gesprek te houden.

Wat ook opvalt is dat vele dames op middelbare leeftijd er bij lopen alsof ze twintig jaar zijn. Redelijk lachwekkend. Slechts een vrouw zag ik die daarin slaagt zonder belachelijk te worden.

Marc Tiefenthal
Marc Tiefenthal
In tijden van toenemende verdomming en groeiend nationalisme is het gepast, ha, erop te wijzen dat Marc Tiefenthal gemakkelijkheidshalve kan worden gecatalogeerd als Belgisch dichter, die zowel in het Nederlands als het Frans schrijft. In diezelfde context, stijgende verdomming en toenemend nationalisme, vraagt menigeen zich af waar de dichter verblijf houdt. Daar hij op twee plaatsen in de wereld verblijf houdt, dit is bilokaal woonachtig, heeft hij op het Groot Smoelenboek van de heer Sukkelberg, voor de lol Bobigny als woonplaats opgegeven. Kom hem daar maar niet bezoeken. Evenmin als in Menen, Ieper, Leuven, Bossière, Brussel, Antwerpen noch Temse, waar hij ooit gewoond heeft.