Er is geen bakkerij in het dorp, dan maar je brood zelf bakken. In voorkomend geval rogge en spelt in netjes afgemeten dosissen.

De kastanjeboom, een ware reus, gooit in het begin van de herfst elke dag zijn rijpe vruchten neer. Er zitten dan ook kastanjes verwerkt in het brood. En in de soep. Zelfs in de eigen gemaakte smeerpasta.

Voor veel geld koop je in de handel notenbrood. Welnu, liever kastanje-rogge-speltbrood van eigen baksel. Noten zouden ook kunnen, overigens, maar de notenboom is nog jong, zijn vruchten klein en nog niet talrijk.

De huizen zijn veelal opgetrokken uit natuursteen. Geen baksteen. Opvallend hoe de meeste huizen stijlvol zijn gerestaureerd. Hier en daar staat een nieuwbouw, sommige van een verbluffende architectuur, die op een geheimzinnige wijze toch plaatsvindt in dit landschap.

 

Marc Tiefenthal
Marc Tiefenthal
In tijden van toenemende verdomming en groeiend nationalisme is het gepast, ha, erop te wijzen dat Marc Tiefenthal gemakkelijkheidshalve kan worden gecatalogeerd als Belgisch dichter, die zowel in het Nederlands als het Frans schrijft. In diezelfde context, stijgende verdomming en toenemend nationalisme, vraagt menigeen zich af waar de dichter verblijf houdt. Daar hij op twee plaatsen in de wereld verblijf houdt, dit is bilokaal woonachtig, heeft hij op het Groot Smoelenboek van de heer Sukkelberg, voor de lol Bobigny als woonplaats opgegeven. Kom hem daar maar niet bezoeken. Evenmin als in Menen, Ieper, Leuven, Bossière, Brussel, Antwerpen noch Temse, waar hij ooit gewoond heeft.