Kaas dringt door tot in de genen. Nederlanders noemt men geen negers maar kaaskoppen. (Hol landers daar en tegen zijn zij die alles ook en vooral zich zelf van een schrij ven).

Nederlandse kaas is wereldberoemd en vind je via de invoer in vele buitenlanden. Een kaaskop is een fier hoofd. Hij eet uiteraard kaas, hoe zou hij anders zelf zijn? Lust de kaaskop ook Franse kaas? Ja, zij het in mindere mate. En Zwitserse? Ja zeker. In zekere mate. En geitenkaas?

Daar verschillen de meningen over onder de kaaskoppen. En wel heel uiteenlopend. Ook over schapenkaas lopen de meningen erg ver uit elkaar.

We mogen daarbij echter niet uit het oog verliezen dat in Nederland de uitbuiting van de mens door de mens een jas van goede snit draagt, de mantel niet der liefde maar van het geld.

Met altijd dat vleugje kaasgeur.

Marc Tiefenthal
Marc Tiefenthal
In tijden van toenemende verdomming en groeiend nationalisme is het gepast, ha, erop te wijzen dat Marc Tiefenthal gemakkelijkheidshalve kan worden gecatalogeerd als Belgisch dichter, die zowel in het Nederlands als het Frans schrijft. In diezelfde context, stijgende verdomming en toenemend nationalisme, vraagt menigeen zich af waar de dichter verblijf houdt. Daar hij op twee plaatsen in de wereld verblijf houdt, dit is bilokaal woonachtig, heeft hij op het Groot Smoelenboek van de heer Sukkelberg, voor de lol Bobigny als woonplaats opgegeven. Kom hem daar maar niet bezoeken. Evenmin als in Menen, Ieper, Leuven, Bossière, Brussel, Antwerpen noch Temse, waar hij ooit gewoond heeft.