Deze oom gaf mij zijn voornaam, het werd mijn tweede voornaam. Hij was de jongste broer van wijlen mijn moeder.

Ik heb altijd gehouden van deze man. Hij was de beste van zijn broer en zussen. Glimlachend bracht hij zijn dagen door en schilderend en tekenend zijn leven. Toen hij oud geworden was, zorgbehoevend maar niet versleten, belandde hij in een rusthuis. Rusten deed hij niet. Liever dan gebak eten en koffie drinken met medebewoners schilderde hij. Hij vervolmaakte zijn kunst. Zijn kleuren fleurden op, werden feller.

Hoeveel jaar langer leven hield hij op die manier op overschot?

Verleden week heeft hij met zijn laatste adem zijn kaars uitgeblazen. Een dag na zijn verjaardag. Gezegende leeftijd.

Marc Tiefenthal
Marc Tiefenthal
In tijden van toenemende verdomming en groeiend nationalisme is het gepast, ha, erop te wijzen dat Marc Tiefenthal gemakkelijkheidshalve kan worden gecatalogeerd als Belgisch dichter, die zowel in het Nederlands als het Frans schrijft. In diezelfde context, stijgende verdomming en toenemend nationalisme, vraagt menigeen zich af waar de dichter verblijf houdt. Daar hij op twee plaatsen in de wereld verblijf houdt, dit is bilokaal woonachtig, heeft hij op het Groot Smoelenboek van de heer Sukkelberg, voor de lol Bobigny als woonplaats opgegeven. Kom hem daar maar niet bezoeken. Evenmin als in Menen, Ieper, Leuven, Bossière, Brussel, Antwerpen noch Temse, waar hij ooit gewoond heeft.